Melchior de Hondecoeter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De menagerie. Ca. 1660-1695. Amsterdam, Rijksmuseum Amsterdam.
Een pelikaan en ander gevogelte bij een waterbassin, bekend als ‘Het drijvend veertje’. Ca. 1680. Amsterdam, Rijksmuseum Amsterdam.
Een van de vier doeken in Belton House, Engeland. National Trust

Melchior de Hondecoeter of d'Hondecoeter (Utrecht, 1636Amsterdam, 3 april 1695) was een Nederlands kunstschilder. De Hondecoeter specialiseerde zich in afbeeldingen van vogels, vooral pluimvee en exotische vogels, afkomstig uit verschillende werelddelen, zittend op een balustrade of lopend in een park. Zijn werk heeft geen politieke of moralistische betekenis. Het creëren van een levendige voorstelling was mogelijk zijn belangrijkste doelstelling.

Zijn werk is decoratief van aard: niet alleen ganzen (rotgans, nijlgans en roodhalsgans), kramsvogel, patrijs, duif, eend, ekster, pauw, maar ook de Afrikaanse kroonkraan, Aziatische saruskraanvogel, Australische kleine geelkuifkaketoe en zelfs een Indonesische vrouwenlori en twee grijskopagapornissen uit Madagaskar bevolken Hondecoeters schilderijen.

Leven[bewerken]

Melchior was de zoon van Gijsbert de Hondecoeter, de kleinzoon van Gillis Claesz. de Hondecoeter, en een volle neef van Jan Weenix. De Hondecoeter werd opgeleid door zijn vader en na diens dood in 1653 door zijn oom Jan Baptist Weenix. Hij verdiepte zich graag in religie en in de Bijbel. Arnold Houbraken, die het verhaal had opgetekend uit de mond van Jan Weenix, vermeldt dat De Hondecoeter voor het slapen gaan altijd hardop bad. Dat deed hij met zoveel ernst en vervoering dat zijn moeder en oom in stilte aan de trap stonden te luisteren en twijfelden of hij nu tot schilder of tot predikant moest worden opgeleid.

De Hondecoeter werd in 1659 in Den Haag, waar zijn zuster woonde, lid van het pas opgerichte schildersgenootschap Pictura. In 1663 verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij trouwde met Susanna Tradel, eveneens van Vlaamse afkomst. Hij woonde achtereenvolgens op de Lauriergracht, niet ver van Gerrit van Uylenburgh en Joan Huydecoper van Maarsseveen en op de Prinsengracht bij de Westermarkt. De Hondecoeter had een bedilzuchtige vrouw; vanwege haar inwonende zusters bracht hij veel tijd door in de herberg en in zijn tuin aan de Lijnbaansgracht. In 1686 kocht hij een hofstede in Vreeland van een goudleermaker uit Amsterdam.

De Hondecoeter stierf in het huis van zijn enige dochter Isabel in de Warmoesstraat en werd begraven in de Westerkerk. Zijn schoonzoon weigerde de erfenis, vanwege de mogelijke schulden. De inventaris bevatte bijna vijftig schilderijen, waaronder twee portretten door Michiel Angelo en zeven werken van Frans Snyders.

Houbraken vermeldt het verhaal dat De Hondecoeter een haan had afgericht om die in verschillende poses te kunnen schilderen, maar volgens de boedelinventaris vermeld in Bredius gebruikte hij een galgh om vogels op te zetten.

Werk[bewerken]

Zijn de taferelen aanvankelijk vrij eenvoudig, vanaf circa 1670 krijgt de entourage meer aandacht: omringende architectuur en parkaanleg. Hij schilderde behalve kleine kabinetstukjes, ook grote wanddecoraties, onder andere in opdracht van Willem III voor Huis Honselaarsdijk, jachtslot Soestdijk in samenwerking met Gerard de Lairesse, en het Loo.

Zijn vogelconcerten zijn in de trant van Snijders en Jan Brueghel de Oude. De Hondecoeter was een succesvol schilder, maar had ook te maken met concurrentie van zijn neef Jan Weenix, Dirk Valkenburg en Adriaen van Olen.

De grootste De Hondecoeter tentoonstelling tot nu toe werd gehouden in Berlijn in de Neue Nationalgalerie in 2010, waar als onderdeel van Willem de Rooij's installatie 'Intolerance' 18 werken werden getoond.[1]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen

  • Bredius, A., Künstler-Inventare. Urkunden zur Geschichte der Holländischen Kunst des XVIten, XVIIten und XVIIIten Jahrhunderts ('s-Gravenhage 1915-1922).
  • Rikken, M. (2008) Melchior d'Hondecoeter. Rijksmuseum. Amsterdam.

Referenties

  1. M. Rikken, 'Melchior d'Hondecoeter - Bird Painter', in: W. de Rooij, B. Meyer-Krahmer, Intolerance, Düsseldorf: Feymedia, 2010: p. 9-32.