Menachem Begin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobel prize medal.svg Menachem Begin
מנחם בגין
Menachem Begin 2.jpg
6e Minister-president van Israël
20 juni 1977 – 10 oktober 1983
Voorganger Yitzchak Rabin
Opvolger Yitzhak Shamir
Partij Likoed
Geboorte 16 augustus 1913
Brest
Overlijden 9 maart 1992
Jeruzalem
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Israël

Menachem Volfovitsj Begin (Hebreeuws: ‏מנחם בגין) (Brest, 16 augustus 1913Jeruzalem, 9 maart 1992) was een Israëlisch politicus en de 6e premier van Israël (1977-'83). Menachem Begin (Hebreeuws: מנחם בגין) werd vooral bekend door de Camp-David-akkoorden met de Egyptische president Anwar Sadat die hen beiden de Nobelprijs voor de Vrede opleverden in 1978.

Biografie[bewerken]

Menachem Begin werd geboren in Brest-Litovsk in het tsaristische Rusland. Tegenwoordig ligt de plaats in Wit-Rusland en heet hij Brest. Brest-Litovsk telde destijds 70.000 inwoners, waarvan er 30.000 joods waren. Zijn vader was bankbediende. Toen hij één jaar oud was brak de Eerste Wereldoorlog (WO I) uit. Zijn ouders trokken met hun gezin twee jaar in het gebied tussen de Duitse en de Russische linies en keerden later weer terug naar Brest-Litovsk. In de Pools-Russische Oorlog (1919-1921), vlak na WO I, tussen de Sovjet-Unie en Polen kwam Brest-Litovsk bij Polen. Menachem Begin zat in zijn vroege jeugd op een cheder, waar hij Hebreeuws leerde en later op een religieus-zionistische Tachkemonieschool. Op twaalfjarige leeftijd werd hij lid van HaSjomeer HaTsaïr, maar toen zijn vader constateerde dat die naar communisme neigde, stuurde hij zijn kinderen naar Betar, een revisionistische zionistische organisatie.

Menachem Begin (links) in Betaruniform inspecteert met Moshe Cohen een rij Irgoen-leden, Polen 1939.

Menachem Begin zat op een Pools gymnasium, studeerde daarna rechten in Warschau, maar besteedde zijn meeste vrije tijd aan Betar. Van 1936 tot 1938 was hij secretaris-generaal van de Betar-tak in Tsjechoslowakije. In 1939 trouwde hij met Aliza Arnold en werd hij de leider van Betar Polen, dat met 40.000 leden de grootste afdeling van Betar was. In september van dat jaar, een paar dagen na de Duitse inval in Polen, vluchtte hij met zijn vrouw naar Litouwen. Na de bezetting van Litouwen door de Sovjet-Unie werd Begin in september 1940 gearresteerd door de Russische geheime dienst en veroordeeld tot acht jaar dwangarbeid.

Menachem Begin in 1940 na zijn arrestatie door de NKVD

Hij zat tot 1941 gevangen in een Siberisch werkkamp, maar omdat hij Pool was kon hij dienstdoen in een Poolse legereenheid en zo het werkkamp verlaten. Na zijn vrijlating mocht hij vertrekken voor de opbouw van het Poolse 2e Korps. De tocht van de Polen ging via Perzië en het Midden-Oosten, waar Begin in 1942 achterbleef in het Britse Mandaatgebied Palestina.

Vanaf 1942 was hij lid van de Irgoen Tsewa'i Leoemi (Hebreeuws voor Nationale Legerorganisatie, afgekort als Etsel) en in 1943 nam hij daar, op voordracht van zijn voorganger, Ya'akov Meridor, de leiding van over. Begin wordt verantwoordelijk gehouden voor de terroristische bomaanslag op het Koning Davidhotel in Jeruzalem in 1946, waar op dat moment het Britse militaire hoofdkwartier was gevestigd en waarbij 91 mensen omkwamen.

Menachem Begin, Jimmy Carter en Anwar Sadat in Camp David, 1978

Na de stichting van de staat Israël vormde Begin de Heroet-partij, die later de dominante fractie van de Likoed-partij zou worden, en leidde de oppositie. In 1977, 29 jaar na de oprichting van de staat, won zijn partij voor de eerste keer de verkiezingen. Hij vormde een regering met de religieuze partijen, die later ook op de steun van de Democraten kon rekenen. In 1979 ondertekenden Begin en Anwar Sadat onder leiding van Jimmy Carter de Camp David-akkoorden. In dat verdrag werd de Sinaï teruggegeven aan Egypte waarbij ook alle Israëlische nederzettingen werden ontruimd en vernietigd.

In juni 1981 gelastte hij een aanval van het Israëlische leger op de in aanbouw zijnde Iraakse kernreactor Osirak. Naast veel kritiek uit binnen- en buitenland leverde dit hem in Israël een populariteitstoename op. Diezelfde maand genoot Begin zijn tweede en laatste verkiezingsoverwinning, alweer op Shimon Peres. Op 3 juni 1982 pleegde de anti-PLO-gezinde extremistische Palestijnse groepering van Aboe Nidal een aanslag op Shlomo Argov, de Israëlische ambassadeur in Londen.[1] Hoewel dit geen daad van de PLO was, greep Begin de aanslag aan als aanleiding om enkele dagen later Libanon binnen te vallen teneinde de PLO definitief uit te schakelen. Naar aanleiding van de bloedbaden in Sabra en Shatila, die Libanese christelijke milities (zogenaamde falangisten) aanrichtten op Palestijnse vluchtelingen en waarbij vele duizenden burgers omkwamen, kwam in Israël een protestbeweging op gang die onafhankelijk juridisch onderzoek eiste. Dat onderzoek kwam er in de vorm van commissie-Cahn, die concludeerde dat minister van defensie Ariel Sharon, die later premier zou worden, zijdelingse verantwoordelijkheid droeg voor het bloedbad, waarna hij moest aftreden.

Begin kwam weinig gehavend uit het onderzoek, maar het was duidelijk dat hij zijn greep op de regering had verloren. Eerder al had hij verklaard dat in het gevecht rond het Libanese Beaufort geen Israëlische soldaten waren gesneuveld, hetgeen feitelijk onjuist was. In augustus 1983 trok Begin zich terug uit de politiek. Hij was hevig teleurgesteld en gedeprimeerd door de oorlog, de dood van zijn vrouw en zijn eigen ziekte. Hij stierf in Jeruzalem in 1992.

Na zijn dood werd bekend dat Begin persoonlijk als leider binnen Irgun drie bomaanslagen op de West-Duitse bondskanselier Konrad Adenauer beraamd en gepland heeft. Hierbij bleef Adenauer grotendeels ongedeerd. Wel doodden de Israëlische terroristen een Duitse politie-agent.[2]

Een zoon van Begin, Benny Begin, heeft evenals zijn vader een carrière in de Israëlische politiek en heeft zitting in de Knesset.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede

1901: Dunant, Passy · 1902: Ducommun, Gobat · 1903: Cremer · 1904: Institut de Droit International · 1905: Von Suttner · 1906: Roosevelt · 1907: Moneta, Renault · 1908: Arnoldson, Bajer · 1909: Beernaert, Balluet d'Estournelles de Constant · 1910: IPB · 1911: Asser, Fried · 1912: Root · 1913: La Fontaine · 1917: ICRC · 1919: Wilson · 1920: Bourgeois · 1921: Branting, Lange · 1922: Nansen · 1925: Chamberlain, Dawes · 1926: Briand, Stresemann · 1927: Buisson, Quidde · 1929: Kellogg · 1930: Söderblom · 1931: Addams, Butler · 1933: Angell · 1934: Henderson · 1935: Von Ossietzky · 1936: Lamas · 1937: Cecil · 1938: Office international Nansen pour les réfugiés · 1944: ICRC · 1945: Hull · 1946: Balch, Mott · 1947: Friends Service Council, American Friends Service Committee · 1949: Orr · 1950: Bunche · 1951: Jouhaux · 1952: Schweitzer · 1953: Marshall · 1954: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1957: Pearson · 1958: Pire · 1959: Noel-Baker · 1960: Luthuli · 1961: Hammarskjöld · 1962: Pauling · 1963: ICRC, IFRC · 1964: King · 1965: UNICEF · 1968: Cassin · 1969: Internationale Arbeidsorganisatie · 1970: Borlaug · 1971: Brandt · 1973: Kissinger, Lê Đức Thọ · 1974: MacBride, Satō · 1975: Sacharov · 1976: Williams, Corrigan · 1977: Amnesty International · 1978: Sadat, Begin · 1979: Moeder Teresa · 1980: Esquivel · 1981: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1982: Myrdal, Robles · 1983: Wałęsa · 1984: Tutu · 1985: IPPNW · 1986: Wiesel · 1987: Arias · 1988: VN-vredesmacht · 1989: Gyatso · 1990: Gorbatsjov · 1991: Suu Kyi · 1992: Menchú · 1993: Mandela, De Klerk · 1994: Arafat, Peres, Rabin · 1995: Rotblat, Pugwash Conferences on Science and World Affairs · 1996: Ximenes Belo, Ramos-Horta · 1997: ICBL, Williams · 1998: Hume, Trimble · 1999: AzG · 2000: Dae-jung · 2001: VN, Annan · 2002: Carter · 2003: Ebadi · 2004: Maathai · 2005: IAEA, El-Baradei · 2006: Grameen Bank, Yunus · 2007: Gore, IPCC · 2008: Ahtisaari · 2009: Obama · 2010: Liu · 2011: Johnson Sirleaf, Gbowee, Karman · 2012: Europese Unie · 2013: Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens