Menopauze

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap4.svg     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Menopauze
ICD-10 E28.3, N95.1
ICD-9 627
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De menopauze (Grieks: μεν: maand παυσις: ophouden) refereert aan de laatste menstruatie van een vrouw. Het treedt op wanneer de eierstokken geen vruchtbare eitjes meer over hebben. Hierdoor produceert het lichaam (bijna) geen oestrogenen & progestagenen meer, waardoor het voorplantingssysteem zijn functie verliest. De menopauze kan alleen achteraf vastgesteld worden als bij een vrouw gedurende een jaar na de laatste menstruatie geen nieuwe menstruatie meer is opgetreden.

De periode rondom de menopauze wordt de perimenopauze, het climacterium of de overgang) genoemd. Dit proces duurt vanaf enkele jaren voor, tot enkele jaren na de menopauze. Tijdens het climacterium raken de eicellen, die bij de geboorte al in aanleg aanwezig zijn, op. Ook verandert de hormonale balans van het lichaam. De oestrogeen en progesteron spiegels worden minder stabiel. Ten slotte verandert de menstruatie. De manier waarop deze verandert verschilt; het kan zomaar van het ene op het andere moment stoppen of geleidelijk afnemen. Dat tweede is te merken aan het feit dat het interval tussen twee menstruaties langer wordt of de bloeding langzaam afneemt.

Tijdens het climacterium moet het vrouwelijk lichaam zich aanpassen aan deze natuurlijke veranderingen. In de hormonale huishouding kunnen vasomotorische symptomen zoals opvliegers en hartkloppingen optreden. Bij een opvlieger voelt de vrouw zich opeens zeer warm worden, ze gaat zweten en wordt rood in het gezicht. Verder kunnen vrouwen last krijgen van psychologische symptomen als depressie, angst en concentratiegebrek en van urogenitale klachten, zoals atrofische vaginitis, dysurie en urge-incontinentie.

De menopauze ontstaat meestal natuurlijk, maar kan ook als gevolg van chirurgische interventie (het verwijderen van de eierstokken) of door het gebruik van bepaalde medicatie worden geïnduceerd. De gemiddelde leeftijd waarop de menopauze optreedt is 51 jaar, maar bij sommige vrouwen treedt zij veel eerder op, dit is met name bij vrouwen die een behandeling met radio- of chemotherapie hebben ondergaan. Een zogenoemde premature menopauze wordt gedefinieerd als menopauze die optreedt voor het 40e levensjaar en komt voor bij 1-2% van de vrouwen.[1]

Postmenopauzale vrouwen, met name van Europese afkomst, hebben een verhoogd risico om botontkalking en de ziekte van Alzheimer [2] te krijgen. Dit komt vooral door de lage oestrogeen spiegels na de menopauze.

Inhoud

[bewerken] Behandeling van de symptomen

In geval van ernstige menopauzale klachten wordt soms overwogen hormoonvervangingstherapie te geven. In de Verenigde Staten werd dit lange tijd veelvuldig toegepast, omdat het het risico op osteoporose en hart- en vaatziekten na de menopauze zou verlagen. In Europa is men echter terughoudend met hormoonvervangingstherapie, zeker nadat onderzoeken hebben aangetoond dat vrouwen als gevolg van de behandeling mogelijk een verhoogd risico op borstkanker, hartziekten en herseninfarcten hebben. Bovendien vinden veel vrouwen het verwerpelijk dat de menopauze als een stoornis wordt gezien en niet als een natuurlijk levensstadium, wat het gebruik van hormoonvervanging nog verder beperkt. Het is dus erg belangrijk dat u als vrouw accepteert dat u in een ander levensstadium terecht bent gekomen. Dit stadium draagt niet alleen negatieve kanten met zich mee. Door ook op de positieve kanten te richten is gebleken dat u negatieve effecten kunt verminderen. Zo wordt door meerdere doctoren in Europa aangeraden om aan meditatie te doen en meer tijd voor u zelf te nemen om tot rust te komen. Dit zijn minder drastische maatregelen dan hormoonvervangingstherapie en kunnen vaak toch ook de gewenste effecten leveren.

[bewerken] Zie ook

Penopauze

[bewerken] Referenties

  1. Heineman, M.J., et al. Obstetrie en gynaecologie, 2008, p. 580-581
  2. Bryant HU (September 2002). Selective estrogen receptor modulators. Rev Endocr Metab Disord 3 (3): 231–41.

[bewerken] Externe link

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen