Mens-erger-je-niet
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Mens-erger-je-niet (Engels: Ludo) is een bordspel voor twee tot zes spelers.
De oorsprong van het spel ligt in India. Een vereenvoudigde versie van het traditionele Indiase spel Pachisi werd in 1896 onder de naam Ludo in Groot-Brittannië uitgebracht. Mens-erger-je-niet is de naam van dit spel in Nederland en Vlaanderen. De spelregels wijken iets af van Ludo. In Nederland wordt "Mens-erger-je-niet" door Jumbo op de markt gebracht.
[bewerk] Spelregels
Bij dit spel heeft iedere speler vier pionnen die een ronde over het bord moeten maken om veilig op een van de eindcirkels te geraken. Eenmaal daar kan een pion niet meer worden verzet. Als dat met alle pionnen is gelukt, heeft men het spel gewonnen.
Elke speler heeft pionnen van een eigen kleur, een eigen beginpunt, en eigen eindcirkels waar andere pionnen niet mogen komen. Het bord kent twee varianten: een voor maximaal 4 spelers, en een voor maximaal zes spelers. De spelers gooien om beurten met een dobbelsteen en moeten een pion rechtsom het aantal cirkels verplaatsen dat de worp aangeeft. Wanneer een pion op een cirkel komt waar al een andere pion staat, dan wordt deze afgegooid (geslagen). Een afgegooide pion moet weer opnieuw in het spel worden gebracht en van voren af aan zijn ronde maken.
Wanneer een zes wordt gegooid moet men, indien voorradig, een nieuwe pion in het spel brengen. Ook gooit en zet men dan nogmaals, waarbij men verplicht is met de eventueel net in het spel gekomen pion te spelen, niet zelden met het risico een andere eigen pion af te gooien.
[bewerk] Strategie en tactiek
Hoewel Mens-erger-je-niet voornamelijk een geluksspel is, is het niet geheel ontbloot van strategische en tactische elementen. Deze komen voor zodra een speler twee of meer pionnen in het spel heeft en dus kan kiezen met welke pion hij speelt. Zo kan een speler proberen om:
- zijn pionnen zoveel mogelijk buiten bereik van vijandelijke pionnen te houden;
- een nog niet zo ver gevorderde pion laten staan om een vergevorderde pion van een tegenstander op te wachten;
- een vijandelijke pion te achtervolgen;
- geen pion op het startveld van een andere speler te zetten, maar juist een pion achter het startveld van die andere speler te houden.
In de laatste fase van het spel beschikt een speler die achterstaat doorgaans over meer keuzemogelijkheden dan een speler die voorstaat. Zijn er meer dan twee spelers, dan kunnen die bovendien tijdelijk samenwerken (elkaar zo mogelijk niet afgooien). Het spel is dan ook vaak tot het einde toe spannend.
[bewerk] Aangepaste spelregels
Veel mensen spelen dit spel met aangepaste regels. Een bekende variant is dat men niet hoeft te wachten op een zes, als men helemaal geen pion meer in het spel heeft. Soms staat men toe dat een pion ook achteruit mag slaan, of dat er binnen de eindcirkels gemanoeuvreerd wordt. Soms is er ook een blokeerregel; als twee pionnen van dezelfde kleur op het zelfde vakje terecht komen, kunnen er geen andere pionnen langs, totdat een pion van een andere kleur op het zelfde vakje als de "blokkeerder" komt.

