Menselijk skelet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Menselijk skelet

Het menselijk skelet of geraamte is het geheel van botten en beenderen in het menselijk lichaam.

Een normaal compleet skelet van een volwassen persoon bestaat uit 206 beenderen. Er treden vrij vaak individuele variaties op: sommige botjes ontstaan pas als botstructuren op latere leeftijd en niet bij iedereen, daarvoor bestaan ze uit kraakbeen of bindweefsel; sommige mensen hebben een of twee paar extra ribben, of een of meer wervels zijn gedeeltelijk vergroeid; soms zijn er drie werveltjes in het stuitje, soms vier. Ook de sesambeentjes zijn niet bij iedereen aanwezig. Het grootste bot uit het menselijk lichaam is het dijbeen.

Ontwikkeling[bewerken]

Al vroeg in de zwangerschap ontwikkelt de foetus een skelet. De eerste botten die ontstaan zijn de pijpbeenderen. Bij de geboorte heeft een baby omstreeks 300 minuscule botjes. In de jaren die volgen groeien veel van deze botten aan elkaar tot nieuwe botten, waardoor er op oudere leeftijd eigenlijk minder botten in het lichaam aanwezig zijn.

Opbouw[bewerken]

Het menselijk skelet is opgebouwd uit:

Bij de meeste zoogdieren worden vrijwel al deze beenderen ook teruggevonden, zij het in een andere vorm.

Functies[bewerken]

Zoals bij alle gewervelde dieren zorgt het skelet bij mensen vooral voor stevigheid en biedt het aanhechtingspunten voor spieren.

Meerder organen in het menselijk lichaam worden door het skelet beschermd tegen beschadiging van buitenaf:

  • De schedel beschermt de hersenen, ogen en het binnenoor en middenoor.
  • De ribbenkast en het borstbeen beschermen de longen, het hart en belangrijke bloedvaten
  • Het sleutelbeen en schouderblad beschermen de schouder

In het skelet zit beenmerg, wat belangrijk is voor hematopoëse.

Botten[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie botten van het menselijk geraamte voor een volledig overzicht.