Mensuur (studenten)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een mensuur in Heidelberg, +/-1900

De mensuur[1][2] (academisch duelleren, academisch schermen of in het Duits Mensur) is een traditionele vorm van schermen die gewoonlijk voorkomt aan Midden- en Noord-Europese universiteiten, hoofdzakelijk in het kader van plaatselijke studentencorporaties. Mensuur komt buiten Duitsland en Oostenrijk tegenwoordig ook nog voor in Zwitserland, Letland, Polen, Estland, Kosovo, Hongarije en Vlaanderen[3].

Techniek[bewerken]

Modern academisch schermen kan men niet ten volle benoemen als een duel noch als een sport. Het is een manier om karakter te trainen en een persoonlijkheid te vormen bij de Corpsstudent. Er is geen officiële winnaar bij een Partie (gevecht), al kan men meestal wel de betere deelnemer (genaamd Paukant) herkennen. Er werden vroeger ook vaak gevechten gehouden met als doel de eer te herstellen of te vrijwaren (bvb. bij een belediging).

Mensuur onderscheidt zich duidelijk van het bekendere sportschermen. De tegenstanders staan op een vast bepaalde afstand van elkaar, hetgeen ook het woord mensuur ('meting') verklaart. Bij het sportschermen is verplaatsing toegelaten terwijl de mensuur statischer is. De uitvoerders van de academische schermkunst vechten met gestrekte arm en proberen de onbeschermde delen van het hoofd en aangezicht van de tegenstander te raken.

Tijdens het gevecht is het niet toegelaten om de slagen te ontwijken of het eigen gelaat te beschermen met armen of handen om verwondingen te voorkomen. Door de vast afgemeten afstand tussen de deelnemers is het enkel mogelijk een treffer toe te brengen op bepaalde plekken op het hoofd van de tegenstander. Bij ontwijken (het zgn. 'Mucken') of zelfbescherming door middel van de armen wordt de afstand kleiner, waardoor zwaardere wonden kunnen ontstaan. De streng afgemeten afstand (een degenlengte of een klinglengte al naargelang het lokale reglement of Fechtkomment) is dus een soort beveiliging en is de oorsprong van het woord mensuur (meting). De tegenstanders zijn a.h.w. perfect 'afgemeten' aan elkaar, zowel wat betreft afstand, alsook lengte, gewicht, leeftijd en mensuurervaring.

Bij elke wedstrijd ('Partie') zijn meestal één of twee artsen aanwezig (soms ook een geneeskundestudent). Elke deelnemer had vroeger zijn eigen arts die verzorging toebracht na het gevecht, maar tegenwoordig houdt men het op één toezichthoudende (gediplomeerde) arts ('Paukartzt'). De artsen kunnen ook het duel beëindigen naargelang de aard van eventuele verwondingen. Wonden worden vaak ter plaatse gehecht, meestal zonder verdoving.

Eerder zeldzaam[bewerken]

Er wordt nog weinig aan mensuur gedaan en in de Benelux is het eerder een zeldzaamheid. De Vlaamse studentenverenigingen gaan vrijwel allemaal terug op de katholieke of Belgisch-vrijzinnige traditie, hetgeen hen verwijderde van dit oeroude academische gebruik. In feite vindt de mensuur zijn oorsprong in het middeleeuwse academische voorrecht dat studenten en professoren toestond om binnen de stadsmuren blanke wapens te dragen ter zelfverdediging. Vanaf de 19e eeuw gold er in het katholieke kerkelijke recht echter een verbod op de mensuur (in feite op het duel of tweegevecht) waardoor Belgische en Vlaamse studentenverenigingen traditioneel niet aan academisch schermen doen. Corps Flaminea Leuven, het enige Corps in België, beroept zich echter -naast de Vlaamse gebruiken- ook op de oudere Centraal-Europese tradities en gebruikt de mensuur als integraal bestanddeel van haar werking.

Traditionele spelregels[bewerken]

Volgens het traditioneel principe waren er vroeger drie spelvormen. Deze werden voornamelijk onderscheiden op vlak van verwonding. Er was een vorm waarbij de deelnemers moesten proberen elkaar als eerste te raken. Degene die de tegenstander als eerste een wonde of litteken (Schmiss) toebracht won de tweestrijd.

Een andere spelvorm ging door tot dat één van de deelnemers niet meer in staat was om te vechten en het tweegevecht opgaf. De laatste spelvorm was tot de dood een einde maakte aan één van de deelnemers -zelfs in de 'wilde' tijd van de mensuur (ca. 1800-1850) een extreme uitzondering.

Deze spelvormen zijn echter bijna verdwenen. Door de strengere wetgeving en het gebruik van bescherming is het amper nog mogelijk om tot bloedens toe te vechten.

Kledij[bewerken]

Oorspronkelijk droegen de tegenstanders alleen hun normale kledij. Af en toe werd er ook gebruikgemaakt van een lichte lederen bescherming op de vechtarm, romp en de keel. Volgens de overlevering kon het voorkomen dat de tegenstanders met ontbloot bovenlijf streden, maar hier zijn geen concrete bronnen over terug te vinden.

Tegenwoordig is een strikte professionele veiligheidskledij verplicht. De Paukanten worden nu meestal beschermd door een maliënkolder (Kettinghemd) of een andere ondoordringbare bescherming rond het lichaam, de schermarm en de keel (vaak uit kevlar). Men voorziet ook een speciale handschoen uit leer, metaal en kevlar als bescherming voor de vechthand. Ogen, neus en oren worden beschermd door een stalen veiligheidsbril met lederen riemen. De kruin en het voorhoofd, evenals het onderlichaam en de niet-vechtarm (die achter het lichaam wordt gehouden) blijven onbeschermd.

Wapens[bewerken]

De deelnemers, ook ''Paukanten'' genoemd, maken gebruik van speciale degens of Schläger. Het meest voorkomende wapen is de “Mensurschläger” (vaak ook gewoon afgekort als Schläger), hiervan bestaan twee versies. De meest voorkomende versie is de “Korbschläger” met een soort van beschermingskorf rond de handgreep. De andere versie is de “Glockenschläger” met een handgreepbescherming in de vorm van een bel. De “Glockenschläger” wordt voornamelijk gebruikt in de oostelijke Länder van Duitsland. In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog werd dit wapen ook in West-Duitsland geïntroduceerd, waardoor het vandaag nog tot de mensuurtraditie van een paar dozijn studentencorporaties in Centraal-Duitsland behoort.

Voor de Eerste Wereldoorlog werden soms mensuren gevochten met sabels van het militaire type (met een gebogen kling). Volgens deze Komment mochten de deelnemers aan een Säbelmensur ook bewegen, houwen en steken, hetgeen vaak tot levensgevaarlijke en zelfs fatale verwondingen kon leiden. Deze extreme vorm van mensuur, die enkel sporadisch in Duitsland en Oostenrijk voorkwam in de 19e eeuw, was begrijpelijkerwijze al vroeg en vrij algemeen verboden. De laatste Säbelmensuren zouden in de jaren 1920 gevochten zijn, maar nu is dit gebruik volledig uitgestorven.

Het litteken[bewerken]

Wanneer een deelnemer vroeger werd geraakt had hij meestal een blijvend litteken. Dit litteken wordt een “Schmiss” genoemd, een woord dat in het Duits ook “slag” betekent (m.b. in de mensuurterminologie). Een litteken gold vroeger (en in zekere zin nu nog steeds) als een ereteken, vooral in de 19e en 20e eeuw. Een litteken wordt vaak gezien als een bewijs van moed, karakter en trouw aan het Corps.

Vandaag de dag komen littekens minder voor. Er zijn echter nog verschillende gevechten zonder gelaatsbescherming. Over het algemeen zijn littekens op de kruin en het voorhoofd gebruikelijk, terwijl het gezicht door bepaalde afweertechnieken redelijk beschermd kan worden. De meeste littekens bevinden zich op de linkerhelft van het voorhoofd en krijgen een eigen naam naargelang de slag die ze heeft veroorzaakt. Littekens op de wang of de kin komen ook geregeld voor, al is dit meestal eerder per ongeluk.

Externe links en Bronnen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Betekenis van het woord mensuur in het Kunstwoordenboek van P. Weiland, Leiden 1858 [1]
  2. Dikke van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, 12e druk, Utrecht 1995: Mensuur (Latijn: mensura (meting, maat): Studentenduel in Duitsland
  3. De informatie in dit lemma is in belangrijke mate afkomstig van de Engelstalige Wikipedia lemma over de mensuur [2]