Mesembriornis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mesembriornis
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Cariamiformes
Familie: Phorusrhacidae (schrikvogels)
Onderfamilie: Mesembriornithinae
Geslacht
Mesembriornis
Moreno, 1889
Typesoort
Mesembriornis milneedwardsi Moreno, 1889
Soorten
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

Mesembriornis is een uitgestorven geslacht van middelmatig grote (1,5 meter hoog) schrikvogels (Phorusrhacidae). Het geslacht leefde van het late mioceen tot het late plioceen (ongeveer 11-2 miljoen jaar geleden) op de vlakten van Oost- en Noordwest-Argentinië. Samen met de Noord-Amerikaanse Titanis is Mesembriornis een van de langst overlevende schrikvogels.[1]

Het geslacht is het enige lid van de onderfamilie die naar hem benoemd werd: mesembriornithinae.

Tegenwoordig worden nog twee soorten geaccepteerd: Mesembriornis incertus en Mesembriornis milneedwardsi. De soorten Mesembriornis studeri en Mesembriornis quatrefragesi worden namelijk tegenwoordig gezien als synoniemen voor Phorusrhacos longissimus.

Inhoud

Beschrijving [bewerken]

schets van een schedel van Mesembriornis milneedwardsi

Het geslacht werd voor het eerst benoemd en beschreven door Moreno in 1889.[2]

M. incertus leek qua bouw erg op Patagornis en Andalgalornis (ongeveer 1,4 meter hoog). M. milneedwardsi daarentegen was minstens 20% groter en zwaarder. Het gewicht van deze soort is berekend op 70 kg en hoogte van de rug tussen 1,1 en 1,2 meter. Het hoofd zou dan, wanneer het goed omhoog gehouden werd, op een hoogte van bijna 1,7 meter gehouden zijn.[1]

Het bovenkaakbeen is relatief laag, vooral in het midden, en rostraal verlengd. De symphysis van de onderkaak is kort en vrij laag. Op de tibiotarsus is de top van de interne condylus (knobbel) uitgesprokener en aan de proximale kant gebogen, waardoor er een scherpere hoek gevormd wordt met de diaphyse. Het geslacht is het slankst van alle schrikvogels, waarbij de tarsometatarsus een lengte van 80 tot 85% van de lengte van de tibiotarsus bereikt. De middelste trochlea is aan het distale einde gespreid, met een breedte gelijk aan of groter dan de kleinste diameter van de diaphyse.[1]

Snelheid [bewerken]

In september 2005 werd een studie[3] verricht door R. Ernesto Blanco en Washington W. Jones, waarin getracht werd een berekening te maken van de topsnelheid van 3 soorten schrikvogels: Mesembriornis milneedwardsi, Patagornis marshi en een niet nader gespecificeerde soort uit de onderfamilie Phorusrhacinae. Hierbij werd een sterkte-analyse van de botten gedaan, die vervolgens gerelateerd werd aan de krachten die bij verschillende loopsnelheden ontstaan. De gebruikte methode voorspelde accuraat de snelheden van een struisvogel, emoe en Rhea. Voor Mesembriornis werd een topsnelheid van 97 km/h berekend. Dezelfde berekeningen gaven echter voor Anomalopteryx, een soort moa, een topsnelheid van 112 km/h, terwijl men uit beschrijvingen weet dat moa's erg trage dieren waren. De berekeningen aan Mesembriornis zijn gebaseerd op de enkele beschikbare botfragmenten, wat de onzekerheid over de uitkomst groter maakt.

Discussie over de leefwijze [bewerken]

Op basis van de extreme resultaten (97 km/h is sneller dat de gemeten topsnelheid van een struisvogel), zijn volgens de studie 2 hypothesen mogelijk:

  • Volgens de eerste, in de pers "Cheeta of the Tertiary" genoemd, bereikte Mesembriornis inderdaad een snelheid van 97 km/h en joeg ongeveer zoals het huidige jachtluipaard (Eng: cheeta): die jaagt op kleinere zoogdieren en gebruikt zijn snelheid om ze in te halen. Ondersteuning voor deze hypothese komt uit de op basis van de botsterkte berekende topsnelheid.[3]
  • Volgens een tweede hypothese, in de pers "Bonecrushing Kicks" genoemd, zou de sterkte van de botten van Mesembriornis niet gerelateerd zijn aan een hoge loopsnelheid, maar aan krachten die tijdens sterke trappen ontstaan. Mesembriornis zou dus op zoogdieren van middelmatige grootte gejaagd kunnen hebben en zijn sterke beenspieren dan hebben gebruikt om zijn prooien te doden of om hun botten te breken en zo aan het voedzame beenmerg te komen. Ondersteuning voor deze hypothese komt uit de sterkte pur sang van de beenbotten van Mesembriornis.[3]

Bronnen

Noten

  1. a b c Alvarenga, Herculano M.F. & Höfling, Elizabeth (2003), Systematic revision of the Phorusrhacidae (Aves: Ralliformes), Papéis Avulsos de Zoologia (São Paulo) 43(4): 55-91
  2. Moreno, F.P. (1889), Breve reseña de los progresos del Museo La Plata, durante el segundo semestre de 1888. Boletin del Museo La Plata, 3: 1-44
  3. a b c Blanco, R. Ernesto; Washington W. Jones. Terror birds on the run: a mechanical model to estimate its maximum running speed. Proceedings of the Royal Society 272 (no. 1574): 1769-1773 (september 2005). Geraadpleegd op 2012-08-18.