Mesopotamië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Overzichtskaart van Mesopotamië

Mesopotamië (Grieks voor: tussen de rivieren → Μησος (middelste) en ποταμος (rivier)) of Tweestromenland, (Aramees Beth Nahrin ܒܝܬ ܢܗܪܝܢ, Twee rivierenland of Tussen de rivieren, (Arabisch بلاد مابين النهرين, Bilad ma bayn Al-Nahrayn of بلاد الرافدين, Bilad ar-Rafidayn) is het gebied tussen de rivieren Tigris (ca. 1900 km) en Eufraat (ca. 2800 km lang). Het is het kerngebied van de huidige staat Irak, met een prehistorie tot 3500 v.Chr. en historisch gegroeid vanaf dan tot ca. 1300 v.Chr.

Geografie[bewerken]

Aan de oostgrens wordt het begrensd door het berggebied van het Zagrosgebergte van Iran en de Taurus, waar beide rivieren ontspringen. In het westen en zuiden wordt het begrensd door de Syrische woestijn en Saoedi-Arabië.

Net als in Egypte dankt het zijn vruchtbaarheid rond de rivieren aan de regelmatig terugkerende overstromingen van de Tigris (ca. 1900 km) en vooral de Eufraat (ca. 3600 km lang). Dagelijks wordt zo'n drie miljoen ton sediment aangevoerd dat zich op de beddingen ophoopt. Zij liggen dan ook hoger dan het omringende akkerland, dat gemakkelijk geïrrigeerd kan worden. In het noorden liggen steden als Ninive nog steeds aan de stroom, maar naar het zuiden verplaatsen de rivierbeddingen zich regelmatig en liggen ruïnes van oude steden er nu vaak kilometers vandaan.

Het grondgebied van historisch Mesopotamië ligt grotendeels binnen de grenzen van het huidige Irak, maar omvat ook een deel van het huidige Syrië, Turkije en Iran.

Ontstaan en groei[bewerken]

Voor 6000 v.Chr. ontstaan ommuurde marktsteden in Neder-Mesopotamië in de zogenaamde Hassuna, Samarra en Halaf tijd. Landbouw, veeteelt, jacht en visserij vormden de basis van het economisch leven. De eigen producten werden voornamelijk lokaal verbruikt. Handel bestond enkel voor de invoer van ontbrekende producten (hout, metaal, obsidiaan en steen). Voedingsproducten zoals dadels, textiel en kunstvoorwerpen werden uitgevoerd.

Na 6000 voor Christus begint de "Obeidtijd", waarin de bevolking groeit door de geregelde toevoer van voedingswaren (gerst, tarwe, vis en vlees). In Neder-Mesopotamië hing de landbouw van de waterstanden af. Daarom begon men al vroeg met irrigatiewerken en ook met het bestuderen van de sterrenhemel om de seizoenwisselingen duidelijk vast te kunnen stellen. Vrij vroeg echter bleek ook dat als gevolg van irrigatie verzilting van de grond optrad. Men zocht dan andere landbouwgronden op of teelde planten die beter weerstand bieden tegen zout, zoals gerst in plaats van tarwe. De dadelcultuur was heel uitgebreid. Men teelde verder ook sesam, uien, bonen en allerlei andere groentesoorten.

Vanaf ongeveer 3500 v.Chr. leefden in het zuiden de Sumeriërs, en in het noorden de Akkadiërs. Dit is de "Uruk periode" (3500-2900). In 3400 is er al een handelspost van de Sumeriërs in Habuba Kabira in Syrië als onderdeel van een wijdvertakt handelsnetwerk.

Kleitablet met Sumerisch spijkerschrift.

In 3300 wordt in Sumer de oudste vorm van het schrift uitgevonden, het pictografische schrift, waaruit later het spijkerschrift wordt ontwikkeld.

Het besef van politieke eenheid neemt toe en de Koning van Sumer en Akkad bestuurt het hele land. Irrigatiewerken, tempeltorens en steden verrijzen als kenmerken van een bloeiende landbouwbeschaving in de Jemdet Nasr-periode (van 3100-2700).

Vanaf 2900 v.Chr. regeren de Koningen van Kish over Neder-Mesopotamië, tot 2700. Deze periode heet "Vroeg-Dynastiek I". De "Vroeg-Dynastiek II" loopt tot 2500 v.Chr. met de belangrijke stadstaten van Ur, Lagash en Kish. De helden van het Gilgamesjepos zijn koningen van Uruk. Ook de Grote Dodenschat van Ur dateert uit deze tijd.

De fase "Vroeg-Dynastiek III" van 2500-2300 v.Chr. is de tijd van de eerste wetgever, Koning Urukagina van Lagash.

In de "Oudakkadische Tijd" van 2300-2100 v.Chr. vallen nomaden het land binnen en brengen er een nieuwe taal: het Akkadisch, de oudste vorm van het Semitisch.

Sargon de Grote (2334-2279) is de eerste koning van Akkad. Hij is de stichter van het eerste wereldrijk in de geschiedenis door zijn verovering van zowel Noord-Mesopotamië, Elam als, op later leeftijd, ook Neder-Mesopotamië. Dit rijk wordt nog verder noordwaarts uitgebreid door zijn kleinzoon Naram Sin, die 'de Koning der vier windstreken' wordt genoemd. Door invallen van o.a. de Guti valt dit rijk weer uiteen, al wist Utu-Khengal van Uruk ze te verdrijven. Zijn gouverneur sticht daarop de Derde Dynastie van Ur, die standhoudt van 2100 tot 2000 v.Chr.

Ur Nammu wordt "Koning van Sumer en Akkad" gekroond en laat tijdens de "Derde Dynastie van Ur" overal gebouwen oprichten, hij laat ook het gewoonterecht vastleggen. Onder zijn zoon Sjulgi wordt het rijk nog verder uitgebreid en bereikt de literatuur, geschreven in het Sumerisch, haar hoogtepunt. Dit wordt de Neosumerische renaissance genoemd. Maar ten slotte vallen de Amorieten het land binnen en wordt Ur verwoest door de Elamieten.

In de Oudbabylonische tijd komen de Babyloniërs die onder leiding van Hammurabi (+/- 1710-1668) een bloeiperiode kenden, in de zg. "Eerste Dynastie van Babylon". Kort na het bewind komt het rijk ten val door aanvallen van de Hittieten in het noorden. Daar maken de Kassieten gebruik van om vanuit Perzië het land te komen plunderen en het uiteindelijk te besturen vanuit hun hoofdstad Dur Kurigalzu.

Omstreeks 1100 v.Chr. veroveren de Assyriërs heel het Nabije Oosten. Eeuwen later, na de val van Ninive, kent het "Nieuw-Babylonische Rijk" onder Nebukadnezar een korte bloeiperiode. De Perzen bezetten het rijk van 538 v.Chr. tot 331 v.Chr. waarna het gebied in handen viel van Alexander de Grote van Macedonië.

Bestuursvorm[bewerken]

Het land werd bestuurd door een koning, die aanvankelijk door de opperpriesteres of koningin tijdelijk werd benoemd, en als despotische vorst over zijn volk heerste. De koningin en hij werden net zoals in Egypte gezien als de vertegenwoordiger van de Godin en haar gemaal op aarde.

De stadsbestuurder (burgemeester) of de koning van het rijk had ook de verantwoordelijkheid voor de cultus. De goden konden overal worden aanbeden, maar zij woonden in een tempel, meestal op een berg, later een Ziggurat met meerdere terrassen. In het onderste was er een keuken met opslagplaatsen, ateliers en allerlei cultusruimten. De godheid zelf had de bovenste verdieping en woonde in een houten beeld met goud overtrokken in een nis op een altaar in het heiligdom. De dagelijkse cultus bestond uit het voeden, wassen en verzorgen van de god, die daarom personeel in dienst had, die werden betaald met opbrengsten van de tempeldomeinen, waar burgers en voogden hun deel toe bijdroegen.

De koning werd gekroond tijdens het nieuwjaarsfeest. Aanvankelijk werd er jaarlijks een nieuwe aangeduid door de opperpriesteres van de tempel, die in feite de macht uitoefende. Er waren festivals en officiële feestdagen. Daarbij werden mysteriespelen opgevoerd en bepaalde mythen uitgebeeld. Handboeken voor het nakomen en achterhalen van de wensen van de goden werden geraadpleegd, evenals de sterren via astrologie en horoscopen.

Er zijn veel parallellen en overeenkomsten met de Egyptische manier van leven en de opvattingen daar.

Een opvallend verschil was wel hun opvatting over de geschiedenis: waar de Egyptenaren vooral zochten naar het cyclische, gingen de Mesopotamiërs op zoek naar het unieke, het eenmalige in de geschiedenis. Hierdoor schreven de Mesopotamiërs elke eenmalige gebeurtenis op, maar lieten het cyclische vallen, terwijl de Egyptenaren het cyclische bleven herhalen in hun geschriften en het unieke verdoezelden.

Wetenschap en technologie[bewerken]

De Mesopotamiërs ontwikkelde vele technieken, waaronder metaalbewerking, de vervaardiging van glas, lampen, het weven van textiel, de water opslag, en irrigatie. Zij waren een van de eerste mensen ter wereld in de bronstijd. In de eerste periode bewerkten zij brons, koper en goud en later ijzer. Paleizen werden gedecoreerd met honderden kilo's van deze zeer kostbare metalen. Ook werden koper, brons en ijzer gebruikt voor wapenuitrusting en wapens als zwaarden, dolken en speren.

Wiskunde[bewerken]

De Mesopotamiërs gebruikten een 60-tallig getalstelsel. Dit is de bron van de huidige 60 minuten in een uur, en 24 uur in een dag, zowel als de 360 graden in een cirkel. De Sumerische kalender deelt de week ook in zeven dagen. Deze kennis werd ook gebruikt in de vervaardiging van kaarten.

Astronomie en astrologie[bewerken]

De Babylonische astronomen waren zeer geïnteresseerd in de studie van de sterren en de lucht, en konden reeds voorspellingen doen van eclipsen en zonsverduistering. Mensen dachten dat alles z'n doel had in de astronomie. Veel was hierbij gerelateerd aan religie en omens. In de Enuma Anu Enlil, een reeks van een 70-tal kleitabletten, werden gebeurtenissen aan de hemel gerelateerd aan het lot van de koning en het land. Ook werd voorspeld welke steden er door een komende maansverduistering getroffen zouden worden. Mesopotamische astronomen werkten een kalender uit van 12 maanden gebaseerd op de cycli van de maan. Ze deelde het jaar in twee seizoenen: zomer en winter. De oorsprong van de Babylonische astrologie ligt waarschijnlijk ook in deze tijd.

Een akkadische inscriptie

Ontwikkeling van het schrift[bewerken]

In 3300 v.Chr. werd in Sumer de oudste vorm van het schrift uitgevonden, het pictografische schrift, waaruit later het spijkerschrift wordt ontwikkeld. De uitvinding van het schrift kwam tegemoet aan een economische noodzaak. Men moest een middel vinden om lijsten van koopwaren en voorraden bij te houden, en ook moesten contracten kunnen worden vastgelegd. De oudste kleitabletten zijn die van opsommingen van producten met getallen, en ze zijn in pictogramvorm. Door middel van een 'rolzegel' worden contracten ondertekend.

In 2800 v.Chr. is de evolutie van beeldschrift naar klankschrift voltrokken. Dit betekent dat de voorstelling van een begrip in symboolvorm is gebeurd, zonder dat dit een andere betekenis heeft dan het aanduiden van een spraakklank. Dat is dus de overgang van ideogram naar fonogram.

De kunst van het Mesopotamisch gebied[bewerken]

Voor zover de volkeren van Mesopotamië in de lange geschiedenis van hun bestaan ook regelmatig in strijd leefden is de militaire invloed terug te vinden in het karakter van de kunst. In de beeldende kunst kwam dit tot uitdrukking in de vaak realistisch uitgebeelde strijd- en jachttaferelen. Dier en mens werden natuurgetrouw en frontaal weergegeven.

Bouwkunst[bewerken]

In de bouwkunst werd veel gebruikgemaakt van klei, zuilen komen nooit voor. Bij gebrek aan hout werd aan gewelfbouw gedaan. Riet werd samengevoegd tot bundels die als draagbalken of steunberen dienden. Er werden reusachtige versterkte paleizen gebouwd uit leemtegels. Op de terrassen plantte men bomen en struiken voor verkoeling waardoor de zo genaamde hangende tuinen ontstonden. Binnen het paleis bevond zich de tempel waarvan de tempeltoren Ziggurat genoemd werd. Op de top van deze ziggurats bevond zich een altaar en de plaats waar astrologen de loop der sterren bestudeerden.

Aan de binnenkant zijn tempels met terracottastaafjes versierd met een kopje in zwart, rood of wit. Zij vormen geometrische patronen als ze in mozaïek worden gezet (kegelmozaïek). Aan het eind van het 2e millennium v.Chr. wordt deze techniek voortgezet met geglazuurde bakstenen.
De meeste tempels zijn gebouwd in de Djemdet Nasr tijd. Het zijn cultusplaatsen rond een centrale ruimte die via een zijkamer toegankelijk is. De offertafel met een symbool of beeld van een god stond er links als men binnenkwam. De berg is de plaats waar zich goddelijke machten manifesteren, daarom staat een tempel ook altijd ofwel op een berg ofwel op een kunstmatige ophoging in terrasvorm met een trap naar de ingang ervan. Op dit podium konden ook rituele en andere bijeenkomsten worden gehouden. De Witte Tempel staat op de goed bewaarde ziggurat van Uruk, het moderne Warka (Bijbels: Erech), daterend van ca. 3500-3000 v.Chr.

In Chafadji is er een Ovale Tempel en in Brak een Tempel van het Oog (ca. 3000-2450). Op de wit gepleisterde muren staan koperen lijsten met afbeeldingen van het oog. Er werden daar vele duizenden witte of zwarte albasten beeldjes met de afbeelding van het oog opgesteld. Men noemt dit de Brillenbeeldjes. Maar zij hebben uiteraard een mythisch religieuze betekenis. Overigens kon men aan de vorm van een tempel afleiden voor welke godheid deze gebouwd was.

Dur-Untash, of Choqa zanbil, gebouwd in de 13e eeuw v.Chr. door Untash Napirisha, is een van 's werelds best bewaarde ziggoerats. Nabij Susa, Iran.

Uit ca. 2250 v.Chr. dateert het Paleis van Naram Sin in Brak. Het heeft een voorgevel van meer dan honderd meter en is daarmee het oudste gebouw uit de Oudakkadische Tijd. Een ander paleis van latere datum, dat van Zimirlin in Mari dateert uit ca.1770 v.Chr. en bezat niet minder dan 300 vertrekken. Er waren er vele met kleurrijke fresco's versierd (voornamelijk oker, rood en zwart op witte achtergrond, met details in blauw, geel en groen). Menselijke figuren worden en profil getoond, de romp en face, het oog van voor gezien. Het zijn religieuze scènes en jachttaferelen. Dierfiguren zijn er in meer realistische weergave.

De koningsgraven die in 1927 werden ontdekt, bevatten enorme hoeveelheden schatten, waaruit de verfijnde cultuur mag blijken. De zestien koninklijke tombes bestonden uit ondergrondse ruimten, door gangen te bereiken en overwelfd door ton- of koepelgewelven van vaak rijk gedecoreerde tegels. Voor de gewonere stervelingen waren er grafvelden en familiekelders.

Beeldhouwkunst[bewerken]

Een der oudste beeldhouwwerken is een indrukwekkende witmarmeren vrouwenkop uit Uruk, te bezichtigen in het Irakmuseum in Bagdad en daterend uit ca. 3500-3000 v.Chr.. Het bevat ook goud en lapis lazuli, bijeengehouden door bitumen. De beeldhouwkunst blijkt verder uit votiefbeeldjes uit talloze heiligdommen. Zeer bekend is ook de Vaas van Uruk, een albasten vaas uit een stuk van meer dan een meter hoogte, volledig met reliëfs versierd.

Rolzegel klei-afdruk uit de Urukperiode

Bij de Sumeriërs was een speciale mozaïektechniek bekend waarbij gekleurde kalksteenstukjes, schelpen en lapis lazuli met bitumen op houten dragers werden bevestigd. Als sieraden werden kralen en gouden hoofdtooien gebruikt.

Vanaf de Urukperiode werden rolzegels gemaakt uit hardsteen. Op de ronde kant van de cilinder werden voorstellingen uitgesneden. Door met deze rolzegel over een velletje klei te rollen werd het beeld netjes in dat kleitabletje gedrukt. Dergelijke tabletjes dienden als herkenningslabel die aan kruiken met handelswaar werden geknoopt. Ook brieven als kleitablet konden ermee worden getekend.

Literaire kunsten[bewerken]

Een van de belangrijke boeken, uit de derde dynastie van Ur (ca. 2100 tot 2000 v.Chr.) is het Gilgamesj-epos met in 11 kleitabletten het leven van de legendarische koning van Uruk en zijn metgezel Enkidu. Er dateren ook tienduizenden administratieve en andere teksten uit deze tijd.

Religieuze opvattingen en mythologie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Mesopotamische mythologie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De natuurfenomenen die van invloed waren op de agrarische cultuur werden de thema's waarrond zich de religieuze en filosofische opvattingen vormden. Nadien, vanaf het derde millennium v.Chr. werden goden in mensengestalte vereerd en werd iedere godheid vergeleken met een macht met een eigen ambt of functie, zoals die in de toenmalige administratie gold. Tijdens het tweede millennium v.Chr. nam persoonlijk geloof toe in belang. Daarbij werd meer en meer aandacht geschonken aan begrippen als 'zonde' en 'vergiffenis'.

Talrijke goden worden vernoemd in de mythen, hymnen en epen. Zij waren ontstaan uit het samengaan van 'zoetwater' (Apsu) en 'zoutwater' Tiamat. Daaruit ontstond de atmosferische godheid Anu en de watergodin Ea, met als zoon Marduk. De goden werden met de landadel vergeleken, en kregen elk hun eigen tempel en landerijen toegewezen. Ze zetelen in een goddelijke raad die de wereld bestuurt. Anu staat er aan het hoofd van en heerst over de sterren. Hij is dan ook de hoofdverantwoordelijke voor de kalender, die van het grootste belang was, net zoals in Egypte, voor het berekenen van de seizoenen en vooral het tijdstip van de vloed van de rivieren. Op de tijdskalender was het hele agrarische systeem berekend, daarzonder riskeerde men hongersnood. Enlil was de verantwoordelijke voor de wind en de landbouw. Utu was de zonnegod en Ninhursag de godin van de stenen grond en van de geboorte.

In bezweringen, gebeden, mythen, inscripties etc. werd Inanna/Ishtar vereerd en aangeroepen als de brengster van levenskracht. Maar er was ook een donkere kant aan deze godin van leven. Als godin van vruchtbaarheid en seksualiteit had ze tevens de kracht landbouwgrond te vernietigen en dieren onvruchtbaar te maken.

De mens zou volgens een verhaal ontstaan zijn uit de aarde, gewoon gegroeid zoals gras en groente. Maar volgens een ander verhaal zou hij door Enki en zijn moeder Nammu of de godin van de geboorte Ninhursag, tot ontstaan zijn gebracht uit het levensvocht (bloed) van opstandige goddelijke wezens. De mens kan in het hiernamaals een schaduwbestaan leiden dankzij deze tweevoudige natuur.

Tijdsindeling over Mesopotamië[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Kunst van Altamira tot Heden
  • The Emergence of Civilization - Charles Keith Maisels, Routledge (Londen en New York 1990)
  • Sumerië. De steden van Eden - reeks Oude Beschavingen Time-Life (Amsterdam 1993)
  • Babylon. Kunstschatten uit Mesopotamië - V. Seton-Williams (Atrium, Alphen aan den Rijn 1981)
  • Spijkerschrift - C.B.F. Walker (Fibula Schriftreeks, Houten 1990).

Zie ook[bewerken]