Mestinjectie
Mestinjectie is een manier van bemesten van landbouwgrond waarbij drijfmest direct in de bodem wordt geïnjecteerd. Zo wordt zowel uitspoeling van mest, als ammoniakvervluchtiging en stankoverlast beperkt vergeleken bij oppervlakte bemesting. Het is ook tijdsbesparend omdat de mest niet ondergewerkt behoeft te worden. In België en Nederland is het verboden met een gewone oppervlakte mengmestverspreider te werken, behalve als de mest binnen 2 uren ondergewerkt of ingefreesd wordt.
[bewerken] Sleufkouterbemester
Een sleufkouterbemester wordt aan een bestaande of nieuwe giertank gebouwd. Onafhankelijk bodemvolgend werkende en meelopende kouters, maken een gleufje van ongeveer 2 cm diep in de zode waarin de mest via afsluitbare rubber uitlopen aangebracht wordt. De gleufjes zitten ongeveer 15 cm van elkaar. Door de druk in de tank te variëren wordt de hoeveelheid ingebrachte mest geregeld. De werkbreedte kan variëren van 250 tot 525 cm. Voor de bemesting van grasland worden smalle en voor akkerland brede kouters gebruikt.
[bewerken] Zodebemester
Tegenwoordig wordt veel gebruikgemaakt van een zodebemester. De gemaakte sleufjes zijn hier iets dieper; ongeveer 4 à 5 cm, dit om nog minder ammoniak verloren te laten gaan. De gleufjes zitten ongeveer 20 cm van elkaar. De werkbreedte is bij deze machine maximaal 16,5 meter, de hoeveelheid af te geven mest wordt met een computer geregeld. De mesttank inhoud van een zelfrijdende zodebemester is 25.000 liter.
[bewerken] Sleepslangbemester
Als de grond te nat is voor zware machines of als men niet op het land met zware machines wil werken kan bemest worden met een sleepslangbemester. Hierbij wordt de drijfmest niet meer mee het land opgenomen, maar wordt ze via een slang die achter de tractor wordt meegesleept, getransporteerd naar de kouters.