Mestoverschot in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De geschiedenis van het mestoverschot in Nederland begint rond 1960, wanneer de productie van de landbouw flink toegenomen is. Door specialisatie, schaalvergroting en intensivering is ook in Nederland het fenomeen intensieve veehouderij ontstaan.

In 1984 leidde dit tot de invoering van de "Interim-wet beperking varkens- en pluimveehouderijen". Deze wet was sterk gericht op het reguleren van het gebruik van dierlijke mest.

Inhoud

[bewerken] Mineralen Aangiftesysteem

In 1998 werd de wet beperking varkens- en pluimveehouderijen vervangen door het Mineralen Aangiftesysteem (MINAS). Dit systeem lette niet alleen op de milieugevolgen van dierlijke mest, maar hield ook rekening met het gebruik van kunstmest en andere meststoffen. Deze regelgeving, die werd gecontroleerd door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, zorgde ervoor, dat de totale verliezen van de mineralen stikstof en fosfaat naar de bodem minimaal bleven.

De MINAS regelgeving was geen eenvoudige. Verschillende manieren van aangifte, het omrekenen van het aantal dieren naar eenheden en verliesnormen maakten de naleving ervan nogal ingewikkeld. Deskundige begeleiding was dan ook vaak noodzakelijk.

[bewerken] Kritiek van 'Europa

De Advocaat-Generaal van het Europese Hof van Justitie vond dat de Nederlandse aanpak van het mestoverschot tekortschoot. Hij concludeerde, dat het Nederlandse mestbeleid niet in overeenstemming was met de Nitraatrichtlijn van de EU, waardoor er nog altijd te veel nitraat in grond- en oppervlaktewater terecht kwam.

[bewerken] Huidige regelgeving

Sinds 1 februari 2006 is in Nederland dan ook een geheel nieuwe regeling in werking getreden, welke tegemoet komt aan de bezwaren, die tegen de MINAS bestonden.

[bewerken] Externe link

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren