Methode-D'Hondt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Methode-D'Hondt wordt gebruikt om in een kiessysteem met evenredige vertegenwoordiging het aantal beschikbare zetels te verdelen in functie van de voor de deelnemende partijen geldig uitgebrachte stemmen. In de verdeling van de restzetels geeft D'Hondt een lichte voorkeur aan de grotere partijen, in tegenstelling tot de methode-Saint Laguë. Een soortgelijke methode is Imperiali, dat bij de Belgische gemeenteraadsverkiezingen wordt toegepast. Dat laatste geeft nog meer voordeel aan de grotere partijen.

De methode is bedacht door Victor D'Hondt (1841–1901), Belgisch jurist en wetenschapper, en wordt in diverse landen gebruikt, onder meer in België, Bulgarije, Finland, Hongarije, Portugal, Spanje, Zwitserland, Suriname en Turkije.

Werking[bewerken]

partij A partij B partij C
stemmen 6500 3800 2300
deler quotiënt zetel quotiënt zetel quotiënt zetel
1 6500 (1) 3800 (2) 2300 (4)
2 3250 (3) 1900 (6) 1150 (10)
3 2167 (5) 1267 (9) 767 (15)
4 1625 (7) 950 (12) 575 (21)
5 1300 (8) 760 (16) 460  
6 1083 (11) 633 (19)    
7 929 (13) 543 (22)    
8 813 (14) 475 (25)    
9 722 (17) 422      
10 650 (18)        
11 591 (20)        
12 542 (23)        
13 500 (24)        
14 464          

Het aantal stemmen van elke partij wordt achtereenvolgens gedeeld door positieve gehele getallen (1, 2, 3, 4 enz.). De quotiënten die deze delingen opleveren, worden in volgorde van grootte gezet. Als twee quotiënten dezelfde waarde hebben, krijgt het quotiënt dat het resultaat is van de grootste deler (= de partij met de meeste stemmen) de betreffende zetel toegewezen. In de praktijk zal dit echter zeer weinig voorkomen. De toewijzing gaat door totdat alle zetels verdeeld zijn. Elke partij krijgt zoveel zetels als ze grootste quotiënten heeft.

Een voorbeeld: drie partijen behalen respectievelijk 6500, 3800 en 2300 stemmen voor een volksvertegenwoordiging van 25 leden. De methode D'Hondt leidt in dit voorbeeld tot de volgende zetelverdeling: partij A: 13 zetels; partij B: 8 zetels; partij C: 4 zetels.

In de tabel hiernaast geeft het nummer tussen haakjes de toegekende zetel aan. (1) is de eerste te verdelen zetel, (2) de tweede, (3) de derde et cetera.

Kiesdeler[bewerken]

Het quotiënt dat gebruikt wordt om de laatste zetel toe te kennen aan een partij ligt in de buurt van de kiesdeler. De kiesdeler is het minimumaantal stemmen dat nodig is om een zetel te verwerven en een lijst krijgt ten minste zoveel zetels als het aantal keer dat de kiesdeler in het stemcijfer gaat. Dit zijn de zogenoemde volle zetels.

Het totaal van deze volle zetels is zelden gelijk aan het aantal te verdelen zetels. In het voorbeeld bedraagt deze som 23 zetels (partij A: 12; partij B: 7; partij C: 4) en de kiesdeler is de uitkomst van de deling: \textstyle\frac{(6500 + 3800 + 2300)}{25} = 504 stemmen. Merk op dat bij de toekenning van zowel de 24e als de 25e zetel de betreffende quotiënten minder dan 504 bedragen. Deze rood gemarkeerde zetels worden in het in Nederland gehanteerde systeem van de grootste gemiddelden restzetels genoemd. Had partij C 48 stemmen meer gehaald (ten koste van partij B) dan had zíj de 25e zetel (= de 2e restzetel) bemachtigd.