Meticilline-resistente Staphylococcus aureus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
MRSA bacterie (4780x vergroot)
MRSA bacterie
Door MRSA ontstaan abces

De Meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) is een representant van de bacterie Staphylococcus aureus die resistent is voor meticilline, een vertegenwoordiger van de groep β-lactam-antibiotica die doorgaans worden gebruikt bij de bestrijding van stafylokokkeninfecties. Vergelijkbare antibiotica zijn cloxacilline en flucloxacilline. Informeel heet MRSA wel ziekenhuisbacterie omdat de MRSA-stammen vooral wordt aangetroffen in ziekenhuizen. De reden hiervoor is dat in ziekenhuizen veel antibiotica gebruikt worden.

De eerste keer dat MRSA bij een patiënt was vastgesteld was in 1959 in het Verenigd Koninkrijk. Dit was al enkele maanden na de introductie van methiciline als antibioticum.[1]

Als een MRSA gevonden wordt in bejaardeninstellingen of ziekenhuizen, dan wordt veelal een quarantaine afgekondigd om verdere verspreiding te voorkomen omdat een infectie met MRSA steeds moeilijker te bestrijden is. Alleen vancomycine lijkt nog een remedie, maar ook daar lijkt resistentie tegen te kunnen ontstaan (bijvoorbeeld vancomycine-resistente enterokokken).

Inhoud

CA-MRSA [bewerken]

MRSA wordt in toenemende mate ook buiten de ziekenhuizen gevonden en dit kan tot herhaalde infecties leiden. Deze bacteriestammen worden aangeduid met CA-MRSA (Community Acquired). Deze bacteriestammen hebben de Panton-Valentine leukocidine (PVL-)factor verworven; dit gen maakt dat de bacterie een aantal stoffen produceert die de MRSA agressiever en invasiever maakt. Waar HA-MRSA (Hospital Acquired) zich vooral openbaart bij verzwakten en ouderen, veroorzaakt CA-MRSA vooral klachten bij jonge gezonde personen. Deze klachten variëren van steenpuist tot necrotiserende longontsteking. Er zijn ook PVL-positieve stammen die wel gevoelig zijn voor meticilline, PVL en meticillineresistentie zijn onafhankelijk van elkaar.

MRSA en zoönose [bewerken]

Nieuwsberichten meldden in september 2005 dat MRSA gedurende de zomer via varkens besmettingen heeft veroorzaakt onder drie Nederlandse varkenshouders of hun families. Het is de eerste keer dat is vastgesteld dat de antibiotica-resistente bacterie van varken op mens kan worden overgedragen.

Onderzoek aan één geval in Gelderland werd uitgevoerd door de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daarbij bleek dat de MRSA, die bij de dochter van de varkenshouder voorkwam, van dezelfde stam was als een MRSA op een varken in het bedrijf. Uit een onderzoek van het Centrum Infectieziektebestrijding en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is gebleken dat de MRSA bij 40% van de varkens voorkomt. Ook is gebleken dat ongeveer 25% van de varkenshouders besmet is met MRSA. Op de kwaliteit van het vlees of op de gezondheid van de varkens heeft de MRSA geen invloed; de besmette varkens worden gewoon geslacht. In de Zembla documentaire van 17 december 2006 werd uitgebreid aandacht besteed aan het voorkomen van MRSA bij varkenshouders.

In november 2012 werd bekend dat op 8% van de Nederlandse vleeskuikenbedrijven de LA-MSRA-bacterie was aangetroffen en dat 9% van de vleeskuikenhouders met deze variant besmet bleek te zijn. Bij het personeel van slachtbedrijven werd een besmettingsgraad tot 14% aangetroffen.[2] Het veelvuldige gebruik van antibiotica in veevoeder, om dierziekten te beperken en als groeibevorderaar, wordt als oorzaak aangewezen. [3][4] Aangezien resistentie-eigenschappen gemakkelijk kunnen worden overgedragen op andere bacterie-soorten door het uitwisselen van plasmides, vormt de wijdverbreide aanwezigheid van MSRA bij slachtvee een aanzienlijk risico voor de volksgezondheid. Het terugdringen van het antibiotica-gebruik bij de vleesproductie is echter moeizaam, mede vanwege de economische belangen. In Nederland is het streven om in 2013 een reductie van 50% te realiseren.

Maatregelen tegen de verspreiding in ziekenhuizen [bewerken]

Het is belangrijk dat een patiënt die besmet is met MRSA snel ontdekt wordt en in quarantaine geplaatst wordt. Er worden maatregelen genomen zodat de MRSA zich niet verspreidt naar andere patiënten. Patiënten worden in een ziekenhuis ingedeeld naar risicoklasse:

  1. Categorie 1: bewezen drager
  2. Categorie 2: hoog risico op dragerschap. Hieronder vallen onder andere patiënten afkomstig van buitenlandse ziekenhuizen en mensen die beroepsmatig werken op veebedrijven (zoals varkens- of kalverenhouders, dieren- en veeartsen, medewerkers van slachthuizen etc).
  3. Categorie 3: klein verhoogd risico. Hieronder vallen patiënten die langer dan 2 maanden geleden opgenomen zijn geweest in een buitenlands ziekenhuis, maar met nog een of meerdere risicofactoren (zoals chronische urine- of luchtweginfecies)
  4. Categorie 4: geen verhoogd risico.

Bij categorie 1 en 2 worden verschillende maatregelen genomen om te voorkomen dat besmetting van anderen plaatsvindt:

  • patiënten worden verpleegd in een eenpersoonskamer met sluis. Personeel draagt wegwerphandschoenen, schort, chirurgisch mondneusmasker en wegwerpmuts om zichzelf te beschermen. Handen worden gewassen en gedesinfecteerd met alcohol;
  • er worden aanvullende microbacteriologische onderzoeken gedaan (kweken);
  • het aantal contactmomenten aan deze patiënten wordt beperkt: zo min mogelijk bezoek, verplegend personeel;
  • bezoekers moeten na bezoek de handen wassen en ontsmetten en vervolgens het ziekenhuis onmiddellijk verlaten zonder andere patiënten te bezoeken.

Bij categorie 3 worden geen isolatiemaatregelen getroffen. Wel vindt aanvullend microbiologisch onderzoek plaats en wordt de patiënt bij voorkeur verpleegd in een eenpersoonskamer. Na gebruik van een kamer door een MRSA-positieve patiënt worden vloeren en muren gedesinfecteerd.

Zie ook [bewerken]

Externe links [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Cohen, A. L., R. Gorwitz, and D. B. Jernigan. "Emergence of MRSA in the Community." Antimicrobial Resistance and Impolications for the 21st Century. New York: Springer, 2008. 47-75.
  2. MRSA-bacterie op vleeskuikenboerderijen
  3. European Agency for the Evaluation of Medicinal Products (1999). Antibiotic resistance in the European Union associated with the therapeutic use of veterinary medicines. Report No. EMEA/CVMP/342/99-Final, The European Agency of Medicinal Products (EMEA), London.
  4. Bibliotheek RIVMAntibioticagebruik en veehouderij ESBL en MRSA in dieren en de genomen controlemaatregelen