Michael Andreas Barclay de Tolly

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Michail Barclay de Tolly

Michael Andreas Barclay de Tolly (Russisch: Михаил Богданович Барклай-де-Толли, Michail Bogdanovitsj Barklaj-de-Tolli) (Pamūšis, 27 december 1761 - Insterburg, 26 mei 1818) was een Russische veldmaarschalk. Hij werd geboren in Lijfland, toen een provincie van Rusland, als afstammeling van een Schotse adellijke familie die in de 17e eeuw naar Lijfland was getrokken. Hij ging al op jonge leeftijd in het Russische leger.

In 1788-1789 diende Barclay tegen de Turken, in 1790 en 1794 tegen de Zweden en Polen. Hij werd kolonel in 1798 en generaal-majoor in 1799.

In de oorlog van 1806 tegen Napoleon, maakte Barclay de Tolly zich zeer verdienstelijk in de Slag bij Pultusk (december 1806) en Eylau (7 februari 1807), waardoor hij werd gepromoveerd tot luitenant-generaal. In 1808 commandeerde hij tegen de Zweden in Finland, en in 1809 verraste hij ze door over de bevroren Botnische Golf te marcheren, en zo de stad Umeå) te veroveren. In de winter van 1809 werd hij ook gouverneur-generaal van Finland. In 1810 werd hij minister van Oorlog, en dit bleef hij tot 1813.

Tijdens de invasie van Rusland door Napoleon had Barclay de Tolly het commando over het Eerste Leger van het Westen, het grootste van de Russische legers. Barclay de Tolly stelde de tactiek van de verschroeide aarde voor, waardoor Napoleon werd gedwongen om diep in Rusland te trekken. De Russen hadden niet graag een buitenlander als hoofd van het leger, en hij werd daarom gedwongen om met de Fransen in gevecht te gaan bij Smolensk. Doordat hij hier geen overwinning kon behalen, kon tsaar Alexander I niet anders dan hem te vervangen als hoofd van het leger voor Michail Koetoezov.

Portret van Michael Barclay de Tolly

Barclay de Tolly behield nog wel het commando over het Eerste Leger, ook nog tijdens de Slag bij Borodino (7 september 1812), maar niet lang daarna deed hij een verzoek om van zijn commando ontheven te worden. Tsaar Alexander I stemde toe en Barclay verliet het leger. In 1813 werd hij in ere hersteld door de tsaar, en hij keerde terug in het leger tijdens de campagne in Duitsland. Na de Slag bij Bautzen werd hij weer opperbevelhebber van het Russische leger. In deze hoedanigheid leidde hij het Russische leger in de slagen van Dresden (26 - 27 augustus 1813), Kulm (29 - 30 augustus 1813), en Leipzig (16 - 19 oktober 1813). Na deze slag werd hij tot graaf verheven.

Barclay de Tolly participeerde ook in de invasie van Frankrijk in 1814 en in Parijs kreeg hij de rang van veldmaarschalk. In 1815 was hij weer opperbevelhebber tijdens de nieuwe invasie van Frankrijk. Na deze campagne kreeg hij de titel van knjaz (prins). Op 27 augustus 1815 benoemde koning Willem I der Nederlanden hem tot Grootkruis in de Militaire Willems-Orde. Hij stierf in Insterburg in Pruisen op 16 mei 1818 toen hij omwille van zijn gezondheid op weg was naar het kuuroord Karlsbad.