Michael Porter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Michael Porter

Michael E. Porter (Ann Arbor, 23 mei 1947) is een Amerikaans professor aan de Harvard Business School. Hij is een icoon op het vlak van concurrentiestrategieën. Vooral zijn vijfkrachtenmodel ('Competitive Forces Model' of 'Five Forces Model'), waardeketenmodel ('Value Chain Model') en de door hem ontwikkelde typologie over generieke concurrentiestrategieën behoren tot de basiskennis van iedere manager. Porter was de eerste die de betekenis van het werk van managers voor het succes van een onderneming in kaart bracht.

In het door McKinsey in 1979 bekroonde artikel "How Competitive Forces Shape Strategy", reikt hij met zijn vijf omgevingskrachten ondernemingen een methode aan om de markt en het concurrentiegedrag te analyseren.

In zijn eerste boek Competitive Strategy uit 1980 gaat Porter voornamelijk in op het "wat" en "waarom" van strategie. In zijn tweede boek Competitive Advantages draait het met name om het "hoe" van strategie.

Porter stelt hierbij dat ondernemingen op zoek moeten naar hun concurrentievoordeel. Een concurrentievoordeel kan volgens hem voortvloeien uit het gegeven dat de onderneming tegen lagere kosten dan de concurrent kan aanbieden of door een stuk toegevoegde waarde te creëren, zodat de afnemer meer wil betalen voor het product of dienst.

In zijn derde boek Competitive Advantage of Nations stelt Porter dat succesfactoren van ondernemingen worden gecreëerd door een land of regio. Hij schetst in dit boek een aantal criteria op grond waarvan een onderneming de aantrekkelijkheid van een vestigingspunt kan beoordelen. Porter komt steeds vaker tot de conclusie dat uiteindelijk de omgeving van de organisatie de oorsprong is van duurzaam concurrentievoordeel.

Porter volgde een universitaire opleiding in Princeton, en behaalde zijn doctoraat in de bedrijfseconomie in 1973 aan Harvard.

Kritiek[bewerken]

Porter werd door academici bekritiseerd omwille van zijn inconsistente logische argumentatie en beweringen.[1] Critici wijzen ook op het gebrek aan empirische onderbouwing en op het feit dat hij zijn standpunt verdedigt met selectieve case studies. Bovendien laat Porter na om naar de originele bedenkers van zijn postulaten te verwijzen die hun oorsprong hebben in pure micro-economische theorieën. [2][3][4][5]

Referenties[bewerken]

  1. Sharp, Byron; Dawes, John (1996), "Is Differentiation Optional? A Critique of Porter's Generic Strategy Typology," in Management, Marketing and the Competitive Process, Peter Earl, Ed. London: Edward Elgar.
  2. Speed, Richard J. (1989), "Oh Mr Porter! A Re-Appraisal of Competitive Strategy," Marketing Intelligence and Planning, 7 (5/6), 8–11.
  3. Yetton, Philip, Jane Craig, Jeremy Davis, and Fred Hilmer (1992), "Are Diamonds a Country's Best Friend? A Critique of Porter's Theory of National Competition as Applied to Canada, New Zealand and Australia," Australian Journal of Management, 17 (No. 1, June), 89–120.
  4. Allio, Robert J. (1990), "Flaws in Porter's Competitive Diamond?," Planning Review, 18 (No. 5, September/October), 28–32.
  5. False Expectations of Michael Porter’s Strategic Management Framework, by Omar AKTOUF, Dr. HEC Montréal