Michail Zosjtsjenko

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Michail Zosjtsjenko, 1915

Michail Michailovitsj Zosjtsjenko (Russisch: Михаил Михайлович Зощенко) (Sint-Petersburg, 9 augustus 1894 (N.S) - aldaar, 22 juli 1958)[1] was een Sovjet-Russische schrijver.

Leven[bewerken]

Zosjtsjenko wordt geboren als zoon van een kunstschilder van de peredvizjniki en een actrice. Hij is de derde in een gezin van acht kinderen. Zijn vader was afkomstig uit de Oekraïense adel en stond bekend als een vrouwenversierder, tot verdriet van zijn moeder. In zijn in 1943 gepubliceerde jeugdherinneringen Voor zonsopgang schrijft Zosjtsjenko over zijn vroege obsessie was met water als gevaar. Zo herinnert hij zich dat hij de goudvissen uit de kom haalt. Wanneer de vissen doodgaan is zijn moeder boos en zegt dat vissen in water horen te leven. Hij antwoordt dat hij dit weet maar dat hij ze wil verlossen uit dat lijden. Als scholier al vat hij het plan op om schrijver te worden maar hij krijgt zo'n slecht cijfer voor zijn examenopstel dat dit hem aanzet tot een zelfmoordpoging, “meer uit woede dan uit wanhoop”[2].

In 1913 verlaat Zosjtsjenko de Middelbare School en gaat rechten studeren aan de universiteit van Sint-Petersburg. In de lente van 1914 vertrekt hij op de bonnefooi naar de Kaukasus en werkt als conducteur op de spoorlijn tussen Kislovodsk en Mineral’nie Vodi. In 1914 neemt hij vrijwillig dienst in het leger in. Hij motiveert deze keuze vanuit zijn zelfmoordwens, stellend dat hij voor zijn land wilde sterven. In 1915 gaat hij als vaandrig naar het front. De kameraadschap van het militaire leven verdrijft zijn sombere buien. Hij doorloopt een succesvolle militaire carrière maar loopt een gasvergiftiging op ten gevolge waarvan hij zijn leven lang aan een hartkwaal zal leiden.

Na de Februarirevolutie van 1917 wordt Zosjtsjenko benoemd tot hoofd van de Posterijen en Telegrafie, in Petrograd. Niet lang daarna verlaat hij het kantoor en gaat naar Archangelsk, waar hij dient als adjudant. Vervolgens werkt hij van 1917 tot 1919 als griffier en instructeur in een konijnen- en gevogeltefokkerij in de provincie Smolensk. In 1919 meldt hij zich als vrijwilliger voor het front. Van 1920 tot 1922 heeft hij veel verschillende baantjes, hij is politie-agent, rechercheur, klerk in de militaire haven van Petrograd, timmerman en schoenmaker. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog wordt hij geëvacueerd naar Alma-Ata. In het voorjaar van 1943 keert hij terug naar Moskou en is lid van de redactieraad van het tijdschrift "Krokodil". In 1944-1946 werkt hij voor het theater. Van 1946 tot en met 1954 houdt hij zich voornamelijk bezig met vertaalwerk en van 1954 tot zijn dood in 1958 wordt Zosjtsjenko door de staat zijn pensioen geweigerd. Hij wordt begraven op de begraafplaats Sestroretsk in de buurt van St. Petersburg.

Werk[bewerken]

Zosjtsjenko begint al op jonge leeftijd met het schrijven van korte droog-humoristische en satirische verhalen, aanvankelijk onder invloed van Maupassant. In 1921 wordt hij lid van de spraakmakende literaire broederschap Serapionbroeders. In de jaren twintig en dertig verwerft hij grote populariteit met zijn Švejk-achtige verhalen, ook in het buitenland. Hij werkt vaak volgens het "skaz"-procedé: een halfgeletterde verteller die verschillende taalniveaus door elkaar gebruikt, te pas en te onpas doorspekt met Sovjet-leuzen. Zostsjenko was in die jaren van enerzijds modernisme en anderzijds Marxisme een van de weinige schrijvers die in de taal van het volk schreef, over dingen die hen direct raakten en om wiens werk je nog kon lachen.

Pogingen uit de jaren dertig om zich aan te passen aan het socialistisch realisme kunnen als mislukt worden beschouwd maar Zosjtsjenko overleeft de terreur van die tijd. Daarna begint hij ook grotere, meer experimentele werken te schrijven. Zijn zwartgallige, in 1943 gedeeltelijk in het tijdschrift Oktjabr verschenen zelfanalyse Voor zonsopgang valt niet in de gratie bij de CPSU en krijgt felle kritiek van Andrej Zjdanov. Zosjtsjenko wordt een "verderfelijke Freudiaan" genoemd. Zijn werken mogen niet meer gedrukt worden en vanaf 1946 publiceert hij enkel nog feuilletons en kinderboeken.

Zosjtsjenko leeft na de oorlog lange tijd in kommervolle omstandigheden. Pas na de dood van Stalin in 1953 werd hij gerehabiliteerd. Hierdoor kon in 1956, twee jaar voor zijn dood, nog een band met verzameld werk worden uitgegeven.

Nederlandse uitgaven[bewerken]

Het autobiografische boek Voor zonsopgang, alsook het er op volgende Sleutels tot het geluk, verscheen in een Nederlandse vertaling binnen de reeks "Russische Miniaturen" van Uitgeverij Van Oorschot. Ook selecties van zijn satirisch-humoristische verhalen verschenen in de jaren 60 en 70 in Nederlandstalige uitgaven ("En zo leven wij broertjes", "Seringen en geiten", "Vertel mij wat kameraad").

Literatuur en bronnen[bewerken]

  • E. Waegemans: Russische letterkunde, 1986, Utrecht
  • A. Bachrach e.a.: Encyclopedie van de wereldliteratuur, 1980, Bussum
  • A.B. Murphy: Mikhail Zoshchenko, A Literary Profile, 1981, Oxford
  • A. Langeveld: Russische literatuur in een notendop, 2006, Amsterdam
  • Linda Hart Scatton: Mikhail Zoshchenko Evolution of a writer, 1993, Cambridge
  • A. Langeveld, W. Weststeijn: Moderne Russische literatuur, 2005, Amsterdam
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Er bestaat discussie over Zosjtsjenko's geboorteplaats en -datum. Langeveld en Weststeijn schrijven hierover in hun Moderne Russische Literatuur, blz. 244: "Michael Zosjtsjenko, Ruslands populaire schrijver uit de jaren twintig, was zo terughoudend over zijn privéleven, dat er zelfs geen eenduidigheid bestaat over de plaats en datum van zijn geboorte. In sommige handboeken is hij geboren op 9 of 10 augustus 1895 in Poltava, een stad in de Oekraïne, elders vindt men als geboortejaar 1894 of 1896 en als geboorteplaats Sint-Petersburg. Tegenwoordig wordt aangenomen dat hij in 1894 in Sint-Petersburg werd geboren, maar nog in 1953 gaf hij zelf Poltava op als geboortestad. Wellicht omdat ook Gogol, de schrijver die hij zo bewonderde dat hij zich bijna met hem ging identificeren, daar was geboren".
  2. A.B. Murphy, Mikhail Zoshchenko, A Literary Profile