Michiel van Kempen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Michiel van Kempen

Michaël Henricus Gertrudis (Michiel) van Kempen (Oirschot, 4 april 1957) is een Nederlandse schrijver, dichter, letterkundige en surinamist. Van zijn eigen hand verschenen romans, verhalen, essays, reisverslagen en scenario’s. Hij stelde een groot aantal bloemlezingen uit de Caraïbische literatuur samen en van zijn vele studies over de Surinaamse literatuur geldt het tweedelige Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur (2003) als het standaardwerk over de Surinaamse literatuur.

Biografie[bewerken]

Na het Van der Puttlyceum in Eindhoven, studeerde Van Kempen Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, en promoveerde op 5 juni 2002 aan de Universiteit van Amsterdam op het vijfdelige Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, waarvan in 2003 de tweedelige handelseditie verscheen. Het boek schetst in 1400 pagina’s de geschiedenis van de orale en geschreven literatuur van Suriname.

Van Kempen was een tijdlang leraar Nederlands, tussen 1980 en 1982 in Nijmegen en tussen 1983 en 1987 in Paramaribo. In Suriname werkte hij ook als docent literatuurwetenschap en 'creative writing' aan de Academie voor Hoger Kunst- en Cultuuronderwijs en als coördinator van de Sectie Literatuur, van de afdeling Algemene Culturele Zaken van het Ministerie van Onderwijs en Cultuur.

Van 1991 tot 1995 was hij de coördinator van het Suriname-project aan de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam (resulterend in de 8000 titels omvattende Suriname-catalogus) en van 1994 tot 1998 als wetenschappelijk onderzoeksmedewerker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij gaf gastcolleges aan tal van universiteiten overal ter wereld. Voor uitgeverijen, festivals en fondsen werkte hij als adviseur.

Van Kempen met Nobelprijswinnaar Derek Walcott, 2008; foto: Usha Marhé

Vanaf 1 september 2006 is Van Kempen bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam; hij is de eerste die deze post bekleedt. Hij doceert ook aan de Hogeschool van Amsterdam.

In 2006-2007 was hij ook hoofdredacteur van het tijdschrift Oso. Hij is penningmeester van het bestuur van de Werkgroep Caraïbische Letteren van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.

Verspreide artikelen[bewerken]

Van Kempen was of is redacteur van verschillende tijdschriften. Onder meer van; Uit de Kunst, Tegenspraak, het tijdschrift voor Surinamistiek Oso, van het Literair Café Nijmegen, en van het Portal van de KNAW. Van de tijdschriften Deus ex Machina (1987), Preludium (1988), De Gids (1990) en Armada (1999) was hij gastredacteur. Hij is verder de oprichter en tevens eerste redacteur van De Ware Tijd Literair, de Literaire Pagina van het grootste Surinaamse dagblad.


Artikelen van zijn hand verschenen in Maatstaf, De Gids, Ons Erfdeel, Vrij Nederland, de Volkskrant, NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer, Streven, Restant, Kruispunt, het Kritisch Literatuur Lexicon, de Larousse en Oosthoek Encyclopedie, Dietsche Warande & Belfort, Bzzlletin, Callaloo, Poëziekrant, De Parelduiker etc. Van 1984 tot 1993 schreef hij wekelijks literatuurkritieken in zowel De Ware Tijd Literair als de Weekkrant Suriname. Zijn kritieken werden gebundeld in De geest van Waraku (1993).

En hij was mederedacteur van twee bundels wetenschappelijke opstellen: Tussenfiguren (1988) en Wandelaar onder de palmen (2004).

Studies over Caraïbische literatuur[bewerken]

Met fotograaf Michel Szulc-Krzyzanowski publiceerde Van Kempen twee fotoboeken: Woorden die diep wortelen (1992) over schrijvers en vertellers in Suriname, en Woorden op de westenwind (1994) over Surinaamse schrijvers buiten hun land van herkomst. Aan Albert Helman wijdde Van Kempen zes essays in Kijk vreesloos in de spiegel (1998). Aan zijn grote literatuurgeschiedenis van Suriname gingen enkele studies vooraf: De Surinaamse literatuur 1970-1985 (1987) en het populaire Surinaamse schrijvers en dichters (1989). De door Van Kempen samengestelde grote bloemlezingen als de Spiegel van de Surinaamse poëzie (1985), Mama Sranan; 200 jaar Surinaamse verhaalkunst en (met Wim Rutgers) Noordoostpassanten; 400 jaar Nederlandse verhaalkunst over Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba (2005) hebben enorm veel literair materiaal hernieuwd in de aandacht van het leespubliek gebracht.

Onderscheidingen[bewerken]

Voor zijn verdiensten voor de Surinaamse letteren ontving Van Kempen in 1987 de Rahmān Khān-prijs, en in 2004 werd hem in het Vlaams Parlement de Nederlandse/Vlaamse ANV-Visser Neerlandia-prijs uitgereikt. In 2005 werd hij aan de vooravond van de 30e verjaardag van de Surinaamse onafhankelijkheid benoemd tot Officier in de Ere-Orde van de Gele Ster. In 2007 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

In 2009 ontving hij de Gaanman Gazon Matodja Award voor zijn niet aflatende inzet voor de Surinaamse literatuur en in het bijzonder voor de wijze waarop hij daarbinnen de literatuur van de marrons heeft gepresenteerd.

Literair werk[bewerken]

Het literaire werk van Van Kempen omvat twee romans, verschillende verhalenbundels en twee kinderboeken. Zijn verhalend proza laat in verschillende settings zien hoe mensen vanuit verschillende culturele achtergronden telkens opnieuw stuiten op de fundamentele onmogelijkheid nader tot elkaar te komen. In de roman Plantage Lankmoedigheid (1997) is die thematiek uitgewerkt in het Suriname van de jaren van de militaire ‘revolutie’, de jaren ’80 van de twintigste eeuw. Ook verschillende verhalen van Landmeten (1992), gepubliceerd onder het pseudoniem Winston Leeflang, spelen zich tegen dat décor af. In het titelverhaal van Pakistaanse nacht en andere verhalen (2002) ziet een westers koppel op reis in Pakistan zich geconfronteerd met een gepensioneerde legerkolonel die er een verborgen agenda op na blijkt te houden. Het Nirwana is een lege trein (1990) bundelt reisverhalen over India. In 2012 verscheen zijn poëziedebuut Wat geen teken is maar leeft. Het gedicht 'Runenteken' daaruit werd opgenomen in De 100 beste gedichten gekozen door Ahmed Aboutaleb voor de VSB Poëzieprijs 2014 (2014).

Bibliografie[bewerken]

Proza[bewerken]

  • Windstreken. De Volksboekwinkel, Amsterdam 1992. (verhalen)
  • Bijlmer, oh Bijlmer! Wilfred du Bois & Margriet Walinga, Amsterdam 1993. (verhalen)
  • Ik ben Nalini en ik ben een buitenbeentje. Kennedy Stichting, Paramaribo 1993.(verhaal)
  • Plantage Lankmoedigheid; roman. In de Knipscheer, Haarlem 1997.
  • Het Nirwana is een lege trein: reisverhalen over India. In de Knipscheer, Amsterdam 2000.
  • Pakistaanse nacht en andere verhalen. In de Knipscheer, Haarlem 2002.
  • Vluchtwegen; roman. De Geus, Breda 2006.

Proza onder andere namen[bewerken]

  • Mani Sapotille, Het tweede gezicht. De Volksboekwinkel, Paramaribo 1985. (jeugdboek)
  • Winston Leeflang, Landmeten. In de Knipscheer, Amsterdam 1992. (verhalen)
  • Winston Leeflang, Heer Slaapslurf. Lees Mee, Paramaribo 1993. (kinderboek)

Poëzie[bewerken]

  • Wat geen teken is maar leeft. In de Knipscheer, Haarlem 2012.

Literatuurgeschiedenis[bewerken]

  • De Surinaamse Literatuur 1970-1985, een documentatie. De Volksboekwinkel, Paramaribo 1987.
  • Surinaamse schrijvers en dichters. De Arbeiderspers, Amsterdam 1989.
  • Woorden die diep wortelen. Fotografie: Michel Szulc-Krzyzanowski. Teksten: Michiel van Kempen. Voetnoot, Amsterdam 1992. (Engelse vertaling: Deep-rooted words. Photography: Michel Szulc-Krzyzanowski. Texts: Michiel van Kempen. Translation: Sam Garrett. Voetnoot, Amsterdam 1992.
  • Woorden op de westenwind. Fotografie: Michel Szulc-Krzyzanowski. Teksten: Michiel van Kempen. In de Knipscheer, Amsterdam 1994.
  • Suriname-Catalogus van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Samengesteld door Kees van Doorne en Michiel van Kempen. Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, Amsterdam 1995.
  • Tussenfiguren; schrijvers tussen de culturen. Redactie met Elisabeth Leijnse, voorwoord, nawoord. Het Spinhuis, Amsterdam 1998; aangevulde herdruk 2001.
  • Wandelaar onder de palmen; opstellen over koloniale en postkoloniale literatuur en cultuur; opgedragen aan Bert Paasman. Redactie met Piet Verkruijsse en Adrienne Zuiderweg. KITLV, Leiden 2004. (Boekerij 'Oost en West'.)
  • Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Okopipi, Paramaribo 2002. (proefschrift; 5 delen in 4 banden)
  • Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. De Geus, Breda 2003. (handelseditie van het proefschrift in 2 banden)
  • Welcome to the Caribbean, darling! De toeristenblik in teksten uit de (voormalige) Nederlandse West. Vossiuspers UvA, Amsterdam 2007. (Inaugurele rede)

Essays[bewerken]

  • De knuppel in het doksenhok. Uitg. De Volksboekwin¬kel, Paramaribo 1987.
  • De geest van Waraku. Kritieken over Surinaamse literatuur. Zuid, Haarlem/Brussel 1993.
  • Suriname verbeeld.. Amsterdam: Vrienden van de Universiteitsbibliotheek, 1995.
  • Kijk vreesloos in de spiegel. Albert Helman 1903-1996. Zes essays. In de Knipscheer, Haarlem 1998.
  • Tussen droom en werkelijkheid: een keuze uit de literaire pagina van de Ware Tijd.. Okopipi, Paramaribo 2001. (inleiding en zes bijdragen)
  • Cityscapes + birdmen. Photography Jacquie Maria Wessels. Text Michiel van Kempen. Voetnoot, Antwerpen 2010.

Bloemlezingen[bewerken]

  • Helias achterna. Dekker & Van de Vegt, Nijmegen 1984. (geschiedenis van de Nijmeegse letteren met bloemlezing, red. met Margreet Janssen Reinen)
  • Nieuwe Surinaamse Verhalen. De Volksboekwinkel, Paramaribo 1986.
  • Verhalen van Surinaamse schrijvers. De Arbeiderspers, Amsterdam 1989.
  • Hoor die tori! Surinaamse vertellingen. In de Knipscheer, Amsterdam 1990.
  • Ander geluid. Nederlandstalige literatuur uit Suriname. Samenstelling Jos de Roo met medewerking van Michiel van Kempen en F. Steegh. Coördinaat Minderheden Studies Rijksuniversiteit Leiden, Leiden 1991.
  • Michaël Slory, Ik zal zingen om de zon te laten opkomen. In de Knipscheer, Amsterdam 1991. (samenstelling, inleiding en enige vertalingen)
  • Het Verhaal Aarde. Bridges Books/Novib, Den Haag/Amsterdam 1992. (eindredactie)
  • Sirito. Vertellingen van Surinaamse bodem. Kennedy-stichting, Paramaribo 1993.
  • Privé Domein van de Surinaamse letteren; Het Surinaamse literatuurbedrijf in egodocumenten en verspreide teksten. Samenstelling, inleiding en toelichtingen. Surinaams Museum, Paramaribo 1993.
  • Albert Helman, Adyosi/Afscheid. Stichting IBS, Nijmegen 1994. (teksteditie)
  • Spiegel van de Surinaamse poëzie. Bijeengebracht, van een inleiding en aantekeningen voorzien door Michiel van Kempen. Meulenhoff, Amsterdam 1995.
  • Eeuwig Eldorado. Boekenweekmagazine 1996. CPNB, Amsterdam 1996. (redactie met anderen)
  • Vrijpostige kwatrijnen: een huldebundel voor Hugo Pos. In de Knipscheer, Haarlem 1998.
  • Cándani, Zal ik terugkeren als je bruid. Amsterdam 1999. (samenstelling)
  • Mama Sranan: twee eeuwen Surinaamse verhaalkunst. Contact, Amsterdam 1999, herdruk 2002.
  • Michaël Slory, In de straten en in de bladeren. Paramaribo 2000. (redactie en nawoord)
  • Een geparkeerde kameel: gedichten van Kamil Aydemir e.a. Dunya, Rotterdam 2002. (samenstelling en eindredactie)
  • Bernardo Ashetu, Marcel en andere gedichten. Okopipi, Paramaribo 2002. (samenstelling)
  • Het dolpension van de hemel. Dunya Poëzieprijs 2002. Bekroonde gedichten en ander werk van de prijswinnaars. Martijn Benders [e.a.]. Bèta Imaginations/Stichting Dunya, Rotterdam 2003. (Dromologya 12.)
  • Septentrion, 33 (2004), no. 1, 1er trimestre. (inleiding en teksten)
  • Literatuur & maatschappij. [Bijzonder nummer van] Oso, tijdschrift voor Surinamistiek, 23 (2004), nr. 1, mei. (samenstelling en eindredactie samen met Peter Meel)
  • Noordoostpassanten; 400 jaar Nederlandse verhaalkunst over Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba. Samengesteld, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Michiel van Kempen en Wim Rutgers. Contact, Amsterdam 2005.
  • Shrinivási 80 Jubileumbundel. Onder redactie van Michiel van Kempen & Effendi N. Ketwaru. Paramaribo 2006.
  • Voor mij ben je hier; verhalen van de jongste generatie Surinaamse schrijvers. Meulenhoff, Amsterdam 2010.
  • Bernardo Ashetu, Dat ik je liefheb; gedichten. In de Knipscheer, Haarlem 2011.
  • Astrid H. Roemer, Afnemend; 21 liefdesgedichten. Buku Bibliotheca Surinamica, Amsterdam 2012.
  • Michaël Slory, Torent een man hoog met zijn poëzie. Met vertalingen uit het Sranantongo door John Leefmans en een Nawoord van Michiel van Kempen. In de Knipscheer, Haarlem 2012.

Vertalingen[bewerken]

  • Jit Narain, Waar Ben Je Daar/Báte huwán tu kahán. SSN, Paramaribo 1987. (inleiding)
  • Kardi Kartowidjojo, Kèhèng. Afd. Cultuurstudies Ministerie van Onderwijs, Paramaribo 1988. (vertaling met Johan Sarmo en Hein Vruggink)
  • Kamala Sukul, Wandana. 's-Gravenhage 1989.
  • Cándani, Ghunghru tut gail/ De rinkelband is gebroken. NBLC/ De Volksboekwinkel, 's-Gravenhage/Paramaribo 1990.

Theater[bewerken]

  • De telefoon, eenakter (1992).
  • Burenruzies, eenakter (1994).
  • De eer van het lintje (1994, gespeeld door Felix Burleson).
  • Maatpak, eenakter gespeeld door Felix Burleson voor het Gemeentelijk Allochtonen Overleg, Rotterdam, februari 2003.
  • Voor de harten van het licht, een theatrale presentatie rond het werk van Edgar Cairo op basis van teksten van Cairo en Van Kempen (2009), gespeeld door Felix Burleson, Ena Jansen, Michiel van Kempen, Bert Paasman en Pamela Pattynama

Scenario's[bewerken]

  • Brokopondo, verhalen van een verdronken land. (film van John Albert Jansen, uitgezonden VARA, 1994).
  • En nu de droom over is... De dichter Michaël Slory. (film van John Albert Jansen, uitgezonden VARA, 1996).
  • Shrinivási: verlangen niet en eindelijk geen verdriet (film van Ram Soekhoe en Elles Tukker, OHM, 2001). (medewerking)
  • Wie Eegie Sanie (film van John Albert Jansen, NPS, 2004). (medewerking)

Primaire bron[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]