Mick Taylor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mick Taylor
MT The Lucky.JPG
Algemene informatie
Volledige naam Michael Kevin Taylor
Geboren 17 januari 1949
Land Engeland
Werk
Genre(s) Blues
Rock
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Mick Taylor (Welwyn Garden City (Engeland), 17 januari 1949) is een Engelse gitarist en zanger, die vooral bekend is als de voormalige gitarist van de Rolling Stones.

Biografie[bewerken]

Begin carrière[bewerken]

In zijn tienerjaren speelde Taylor al in verschillende schoolbandjes, waaronder "The Juniors" (ook wel onder de naam The Strangers). Een paar jaar later werd een gedeelte van deze groep gerekruteerd voor een nieuwe band, "The Gods", die door Taylor en Ken Hensley (later bekend van Uriah Heep) werd opgericht.

Op 16-jarige leeftijd bezocht Taylor met enkele schoolvrienden een optreden van John Mayall's Bluesbreakers in Welwyn Garden City. Om onbekende redenen kwam die avond de gitarist van de band, Eric Clapton, niet opdagen. Tijdens de pauze benaderde Taylor daarom John Mayall, die hem toestemming gaf om als invaller op te treden. Taylor bespeelde tijdens de tweede set Claptons gitaar, die al stond opgesteld op het podium, en hierbij bleek hij over een uitzonderlijk muzikaal talent te beschikken.

Na het vertrek van Peter Green uit John Mayall's Bluesbreakers kreeg Taylor het verzoek zich aan te sluiten bij de band. Van 1967 tot 1969 werkte hij mee aan vier platen en toerde hij bijna continu in Europa en Amerika.

Met de Rolling Stones[bewerken]

In mei 1969 werd hij door de Rolling Stones uitgenodigd voor een opnamesessie in Londen, waarna hij het aanbod kreeg om lid te worden van de band. De Stones waren op zoek naar een vervanger voor Brian Jones, die vanwege enkele veroordelingen voor het bezit van drugs niet mee kon op tournee naar Amerika omdat zijn aanvraag voor een visum geweigerd zou worden.

Op 5 juli 1969 maakte Taylor zijn debuut als nieuwe gitarist van The Rolling Stones bij het Hyde Park-concert, dat naar schatting door 250.000 mensen werd bezocht. Het concert was een vooraankondiging van de geplande Amerikaanse tournee en werd opgedragen aan Brian Jones, die twee dagen eerder was omgekomen bij een ongeluk in zijn eigen zwembad.

Van juni 1969 tot december 1974 speelde Taylor bij de Rolling Stones. Vanwege de artistieke output die de band gedurende deze jaren had (met daarbij opwindende liveconcerten) wordt de periode 1968 tot 1975 tegenwoordig door veel kenners en fans aangeduid als de "golden era" van the Stones. Door het aantrekken van Mick Taylor bij de Rolling Stones veranderde de rol van met name Keith Richards enorm. De invulling van zijn gitaarpartijen was erg verschillend toen hij nog met Brian Jones speelde. Doordat Jones steeds minder de gitaar oppakte, ging Keith Richards op een andere manier gitaar spelen, met name ten tijde van Beggars Banquet en Let it Bleed. Mick Taylor speelde hier goed op in.

De muzikale kracht van Mick Taylor lag vooral in zijn veelzijdigheid als gitarist. Mick gebruikte een krachtige melodische benadering. Zo is bijvoorbeeld zijn bluesy slide gitaar op "Love in Vain" ("Get Your Ya-Ya's Out!") erg sfeervol. Taylor kon op intuïtieve en creatieve wijze mineur en majeur toonladders combineren, en met zijn unieke "vibrato" het geheel omtoveren tot smakelijke licks, fills en meeslepende gitaarsolo's. Voorbeelden hiervan zijn onder andere te beluisteren op "Brussels Affair" 1973, en "Time Waits For No One". Voorts was hij een uitstekend slaggitarist, die Keith Richards' gitaarsolo's op geraffineerde wijze kracht bijzette. Dit is bijvoorbeeld duidelijk hoorbaar op Chuck Berry covers: "Carol", "Roll over Beethoven" en "Bye Bye Johnny". Zijn muzikale samenwerking met Mick Jagger als gitarist/componist tijdens Keith Richards afwezigheid was eveneens vruchtbaar. Het leverde compositorische en melodische juweeltjes op zoals "Moonlight Mile", "100 Years Ago", "Winter" en "Sway". Op enkele Stones tracks heeft Mick een duidelijk herkenbare bijdrage geleverd als basgitarist.

Tijdens het opnemen van de LP It's Only Rock 'n Roll (1974), had Taylor de indruk dat voor de Stones het einde nabij was. Keith Richards kwam bijna niet meer opdagen in de studio en was tijdenlang totaal onbereikbaar. Keith had zich verscholen in het tuinhuisje achter "The Wick" (Ronnie Wood's huis in Richmond), uit angst voor een nieuwe politie-inval. Hij beweerde dat zijn telefoon werd afgetapt en nam die dan ook niet meer op. De sfeer tussen met name Mick Jagger en Keith Richards was gespannen. Om elkaar te ontlopen brachten de bandleden tussen de opnames zo veel mogelijk tijd in het buitenland door. Taylor had al ruim een jaar uitgekeken naar een nieuwe tour, toen in oktober 1974 tijdens een bijeenkomst in Zwitserland werd besloten dat dit - vanwege de drugsverslaving van Keith Richards - voorlopig uitgesloten was. Afgezien van zijn fragiele conditie waren er problemen met het verkrijgen van de benodigde visa, vanwege eerdere veroordelingen voor drugsbezit. Aangeslagen door dit nieuws, verliet Taylor de bijeenkomst voortijdig. Hij was vooral teleurgesteld omdat de tour hem steeds in het vooruitzicht was gesteld tijdens de studio sessies, die door het onvoorspelbare gedrag van Richards al zeer moeizaam waren verlopen.

Terwijl Richards met zijn persoonlijke problemen kampte, deed Jagger in de studio steeds vaker een beroep op de hulp van Taylor, die daarnaast ook aan het tot stand komen van nieuw materiaal een belangrijke bijdrage had geleverd. Al eerder waren uit de samenwerking tussen Jagger en Taylor composities ontstaan, zoals bijvoorbeeld verscheidene tracks van de LP Sticky Fingers, waarvoor Taylor eigenlijk een credit als mede auteur had verdiend. Jagger beloofde dat hij er dit keer op zou toezien dat Taylor officiële credits zou krijgen voor onder andere de nummers "Time Waits For No One" en "Till the Next Goodbye".

Toen Taylor echter de platenhoes van It's Only Rock 'n Roll onder ogen kreeg, bleek dat Jagger/Richards opnieuw alle auteursrechten hadden geclaimd, zonder hierbij Taylor's naam te vermelden. Circa twee maanden later bezocht hij een feest na afloop van een Eric Clapton concert, waarbij ook Mick Jagger aanwezig was. Die avond gaf hij aan Mick Jagger te kennen dat hij besloten had de band te verlaten.

Deze aankondiging, die op 12 december 1974 bekend werd gemaakt in de internationale pers, kwam als een totale schok voor velen in de muziekwereld. Taylor lichtte zijn besluit toe door te zeggen dat het moment voor hem was aangebroken om zijn horizon te verbreden. Met zijn achtergrond als blues gitarist en zijn interesse in jazz en andere muziekstijlen zag hij weinig mogelijkheden om zich muzikaal verder te ontwikkelen binnen de Stones, die in de ogen van Taylor het meer voor de hand liggende commerciële pad kozen. Taylor was voorafgaand aan zijn vertrek uit de Stones benaderd door Jack Bruce (ex-Cream) met de vraag of hij interesse had om met hem een band samen te stellen.

Na een auditieproces in 1975 besloten de Stones om Ronnie Wood (voorheen gitarist in The Faces) in te huren voor de volgende tournee. Wood speelde vele jaren als ingehuurde muzikant mee en kreeg pas na bijna 20 jaar de rechten die behoren bij het lidmaatschap van de band.

Solocarrière[bewerken]

In 1973 werkte Mick Taylor mee aan een live-uitvoering van Tubular Bells van Mike Oldfield (ook Steve Hillage speelde hierop mee). Eind 1974 ging Taylor in op de uitnodiging van Jack Bruce om samen met hem en Carla Bley een nieuwe band te vormen. De groep toerde in 1975 in Europa (met o.a. een optreden op Pinkpop), maar door verschillende factoren kwam het niet tot het uitbrengen van nieuw studiomateriaal en de band viel na slechts een jaar al weer uit elkaar. Er zijn slechts enkele opnames van deze line-up beschikbaar, het optreden van 6 juni 1975 voor het BBC programma "Live at the Old Grey Whistle Test" en de CD "Live at the Manchester Free Trade Hall", die pas in 2003 werd uitgebracht.

Taylor besloot zich toe te leggen op een solocarrière, hoewel hij zichzelf eigenlijk nooit als soloartiest had beschouwd. In 1976 en 1977 werkte Taylor samen met verschillende muzikanten, waaronder Lowell George (Little Feat), John Phillips (The Mamas & the Papas), Pierre Moerlen (Gong) en Alan Merrill (The Arrows). Ook was hij betrokken bij de ontwikkeling van de soundtrack voor de film "The Man Who Fell To Earth" (geregisseerd door Nicholas Roeg) met David Bowie in de hoofdrol. Daarnaast begon hij met het schrijven van eigen nummers, het rekruteren van muzikanten en het maken van opnames. In 1978 tekende hij een platencontract met CBS Records in New York. Zijn soloplaat 'Mick Taylor' kwam uit in 1979. Op dit album neemt hij niet alleen de zangpartijen voor zijn rekening, maar speelt hij ook gitaar, bas en piano. Hoewel de LP door muziekcritici werd geprezen, werd het geen onmiddellijk commercieel succes (hoogste notering 119 in de Billboard-hitlijst). Misschien dat de tegenvallende verkoopcijfers gedeeltelijk geweten kunnen worden aan het feit dat de plaat uitkwam op het hoogtepunt van de punk- en newwavebeweging die eind jaren 70 was ontstaan.

In 1981 toerde hij met Alvin Lee in de Verenigde Staten; bij deze tournee stond ook Black Sabbath op het programma. In 1982 ging Taylor mee met de "Reunion Tour" met John Mayall, John McVie (Fleetwood Mac) en Colin Allen, een wereldtournee die uiteindelijk bijna twee jaar duurde.

In 1983 ontmoette in hij in Los Angeles Bob Dylan, die hem uitnodigde om mee te spelen op zijn volgende album. Het volgende jaar ging Taylor ook 'on the road' met Bob Dylan. In de jaren 80 deed hij verder veel sessiewerk en ging hij regelmatig op tournee in Europa, Amerika en Japan. De muzikanten in zijn band waren o.a. Max Middleton (voorheen van de Jeff Beck Group), Shane Fontayne en Blondie Chaplin (tegenwoordig achtergrondmuzikant bij de Stones).

In 1990 verhuisde hij van New York naar Los Angeles, waarna hij met verschillende artiesten samenwerkte, zoals Carla Olson (the Textones) en Jimmy Woods.

Halverwege de jaren 90 keerde hij terug naar Engeland, waar hij een band vormde en werkte aan materiaal voor een nieuwe cd. Hij leek zich nooit erg gemakkelijk te voelen in zijn rol als voormalige Rolling Stone totdat hij in 2000 nieuw solowerk uitbracht, de cd A Stone's Throw. Door het spelen in clubs, theaters en het verschijnen op festivals heeft Taylor een groep fans opgebouwd die waardering heeft voor zijn werk. Soms doet hij gastoptredens. Enkele voorbeelden zijn bij Chris Jagger, de broer van Mick (21 juni 2003, Marcq-en-Baroeul, Frankrijk) en samen met Bill Wyman en Chuck Berry (2008 Amsterdam).

Eind 2009 verschenen er artikelen in Engelse krant (Mail on Sunday) met een interview waarin staat dat Taylor in een klein 2 kamer appartement in Suffolk woont, zijn rekeningen niet meer kan betalen en dat hij de Stones wil aanklagen omdat ze sinds begin van de jaren 80 geen royalities meer geven. Mick Taylors manager Jeff Allen zei daarop weer dat Mick niemand gaat aanklagen, een nieuwe tour opstart en dat Taylor tegenwoordig met een vriendin in Nederland woont.

Discografie[bewerken]

Met John Mayall's Bluesbreakers[bewerken]

  • Crusade (Decca, 1967)
  • Diary of a Band Vols 1 & 2 (Decca, 1968)
  • Bare Wires (Decca, 1968)
  • Blues from Laurel Canyon (Decca, 1969)
  • Wake Up Call (Decca, 1993)
  • Silver Tones - The Best of John Mayall & The Bluesbreakers (Silvertone Records, 1998)
  • Back to the roots (Polydor, 1970)
  • Return of the bluesbreakers (Aim, 1997)
  • The 1982 reunion concert (One way, 1994)
  • 70yh birthday concert (Eagle, 2003)

Met The Rolling Stones[bewerken]

  • Get Yer Ya-Ya's Out! (registratie van liveconcerten in Madison Square Garden), (Decca/Abkco 1970)
  • Sticky Fingers (Rolling Stones Records, 1971)
  • Exile on Main Street (Rolling Stones Records, 1972)
  • Goat's Head Soup (Rolling Stones Records, 1973)
  • It's Only Rock 'n' Roll (Rolling Stones Records, 1974)
  • Metamorphosis (Decca/Abkco 1975)
  • Made in the Shade (1975) (compilatie van hits 1971-1974)
  • Sucking in the Seventies (1981) (compilatie van hits, alternatieve versies en 'outtakes' 1974-1981)
  • Tattoo You (Rolling Stones Records, 1981)
  • Rewind (1971-1984) (1984) (compilatie van hits 1971-1983)
  • Singles Collection: The London Years. (1989) (compilatie van singles 1963-1971)
  • Jump Back: The Best of The Rolling Stones (1993) (compilatie van hits 1971-1989)
  • Forty Licks (2002) (compilatie 1964-2002)
  • Rarities 1971-2003 (2005)

Niet-Rolling Stones-werk met leden van de Stones[bewerken]

  • Pay, Pack & Follow (John Phillips, 1e officiële uitgave door Eagle Rock Records, 2001)

afkomstig van studiosessies in London 1973-1979, de zogenaamde "Half Stoned"-sessies, geproduceerd door Mick Jagger en Keith Richards

  • I've Got My Own Album to Do (Ronnie Wood-soloalbum) (1974)
  • Now Look (Ronnie Wood-soloalbum) (July 1975)
  • Talk Is Cheap (Keith Richards-soloalbum) (1988)

Met Jack Bruce[bewerken]

  • Live at the Old Grey Whistle Test. Nummers van enkel Whistle Test-shows, opgenomen tussen '75 and '81. Taylor speelt gitaar op zeven nummers (Strange Fruit, 1995)
  • Live at the Manchester Free Trade Hall (2 cd's, Polydor, 1993)

Met Bob Dylan[bewerken]

  • Infidels (Columbia, 1983)
  • Real Live (Columbia, 1984)
  • Empire Burlesque (Columbia, 1985)
  • The Bootleg Series, Vol. 1-3 - Rare and Unreleased 1961 - 1991(Columbia 1991)

Solo[bewerken]

  • Mick Taylor (CBS Records, 1979)
  • Stranger in this town (Maze Records, 1990)
  • A Stone's Throw (Cannonball Records, 2000)

Prijzen en onderscheidingen[bewerken]


Leden: Mick Jagger · Keith Richards · Ron Wood · Charlie Watts · Darryl Jones (geen officieel lid)

Ex-leden: Brian Jones · Bill Wyman · Mick Taylor · Ian Stewart

Management: Andrew Oldham · Allen Klein       Productie: Jimmy Miller · The Glimmer Twins · Don Was

Verwante musici: Blondie Chaplin · Lisa Fischer · Bobby Keys · Chuck Leavell

Studioalbums: The Rolling Stones (1964) · 12 x 5 (1964) · The Rolling Stones No. 2 (1964) · The Rolling Stones, Now! (1965) · Out of Our Heads (1965) · December's children (1965) · Aftermath (1966) · Between the Buttons (1967) · Their Satanic Majesties Request (1967) · Beggars Banquet (1968) · Let It Bleed (1969) · Sticky fingers (1971) · Exile on Main St. (1972) · Goats Head Soup (1973) · It's only rock'n roll (1974) · Black and Blue (1976) · Some Girls (1978) · Emotional Rescue (1980) · Tattoo You (1981) · Undercover (1983) · Dirty work (1986) · Steel Wheels (1989) · Voodoo Lounge (1994) · Bridges to Babylon (1997) · A Bigger Bang (2005)

Livealbums: Got Live if You Want It! (1966) · Get Yer Ya-Ya's Out! (1969) · Love You Live (1977) · Still Life - American concert 1981 (1981) · Flashpoint (1991) · Stripped (1995) · The Rolling Stones Rock and Roll Circus (1996) · No Security (1998) · Live Licks (2004) · Shine a Light (2008)

Compilatiealbums: Big Hits (High Tide and Green Grass) (1966) · Flowers (1967) · Through the Past, Darkly (Big Hits Vol. 2) (1969) · Stone Age (1971) · Gimme Shelter (1971) · Hot Rocks 1964–1971 (1971) · Milestones (1972) · Rock 'n' Rolling Stones (1972) · More Hot Rocks (Big Hits & Fazed Cookies) (1972) · No Stone Unturned (1973) · Metamorphosis (1975) · Made in the Shade (1975) · Rolled Gold: The very best of The Rolling Stones (1975) · Stones Story (1976) · Time Waits for No One (1979) · Solid Rock (1980) · Slow Rollers (1981) · Sucking in the Seventies (1981) · Rewind (1971-1984) (1984) · The London Years (1989) · Jump back: The best of The Rolling Stones (1993) · Forty Licks (2002) Singles 1963-1965 (2004) · Singles 1965-1967 (2004) · Singles 1968–1971 (2005) · Rarities 1971–2003 (2005) · Rolled Gold+: The very best of The Rolling Stones (2007) ·

Films: Charlie Is My Darling · One plus One · Gimme Shelter · Cocksucker Blues · Stones In The Park · Ladies and Gentlemen: The Rolling Stones · Let's spend the night Together · Video Rewind · 25x5 - The Continuing Adventures of the Rolling Stones · Stones at the Max · The Rolling Stones Rock and Roll Circus · Voodoo Lounge Live · Bridges To Babylon tour '97/'98 · Four Flicks · The Biggest Bang · Shine a Light

Gerelateerde onderwerpen: Discografie · Jagger/Richards · The Glimmer Twins · Nanker Phelge · Rolling Stones Records · Altamont Free Concert