Microklimaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Omgevallen boom.

Van een microklimaat is sprake als de omstandigheden op een kleine schaal anders zijn dan je op basis van het klimaat zou verwachten. Dit wordt veroorzaakt door de geografie, begroeiing, overheersende windrichting en soms ook menselijk ingrijpen, zoals stedelijke bebouwing. Dit beïnvloedt de temperatuur, aantal zonuren en neerslaghoeveelheid.

Invloed van bergen[bewerken]

Bergen en dalen veroorzaken verschillende microklimaten op hun hellingen. De temperatuur neemt af met de hoogte terwijl de neerslag toeneemt. Daarbij zal een kant van een berg of gebergte de meeste neerslag opvangen, terwijl de andere kant hierdoor in de regenschaduw ligt en veel droger is. Ook speelt het een grote rol in hoeverre een berghelling of dal blootstaat aan de overheersende wind- en zonrichting. Bovendien kunnen koude winden en warme valwinden zoals de föhn en de chinook (en eventuele beschutting hiertegen) het microklimaat beïnvloeden. Hierdoor kunnen in gebergten de klimatologische omstandigheden binnen afstanden van enkele kilomaters radicaal verschillen. Het Kleinwalsertal in Oostenrijk ontvangt bijvoorbeeld door de unieke ligging naar verhouding grote hoeveelheden sneeuw, terwijl Ticino aan de zuidkant van de Alpen door de beschutting tegen noorderwinden een warmer klimaat kent.

Invloed van oppervlaktewateren[bewerken]

Oppervlaktewater zoals de zee, meren en rivieren hebben over het algemeen een matigende invloed op de temperatuur. Bovendien is de luchtvochtigheid meestal hoger. Een typisch voorbeeld is het klimaat van San Francisco, dat door de nabijheid van de zee, windrichtingen en zeestromingen een koeler en vochtiger klimaat heeft dan de omgeving. Op warme zomerdagen warmt het land op en stijgt op, waardoor koele lucht van zee wordt aangezogen en een zeewind gaat waaien. Deze zeewind veroorzaakt een temperatuursverschil van enkele graden over een afstand van soms minder dan een kilometer.

Invloed van bebouwing[bewerken]

Ook menselijke activiteiten beïnvloeden het microklimaat. Donker asfalt en donkere daken absorberen meer zonnewarmte, die bovendien 's nachts wordt uitgestraald en tussen gebouwen kan blijven hangen. Hierdoor zijn stadscentra gemiddeld enkele graden warmer dan omliggende gebieden en parken, wat voor fietsers en voetgangers vaak duidelijk te voelen is. Bovendien wordt het regenwater niet meer vastgehouden waardoor dit wegloopt via afvoergoten en riolen. Hierdoor is de luchtvochtigheid ook naar verhouding lager. Dit verschijnsel wordt ook wel het Hitte-eilandeffect genoemd. Bovendien kan de warme lucht in de juiste omstandigheden een plaatselijk lagedrukgebied veroorzaken waardoor vochtige lucht van omringende gebieden wordt aangezogen, verwarmt, opstijgt, en uitregent. Dit veroorzaakt een toename van de hoeveelheid neerslag.

Steden met een groot hoogteverschil kennen nog geprononcieerdere microklimaten, met temperatuurverschillen tot wel 5 of 10 graden Celsius tussen verschillende wijken. De zijde van de helling en beschutheid spelen hier mede een rol.

Invloed van bossen[bewerken]

Bossen werken over het algemeen een constante temperatuur en hoge luchtvochtigheid in de hand doordat het bladerdak de zon tegenhoudt en zowel bladeren als andere begroeiing vocht vasthoudt. Wanneer daarentegen de bomen gekapt worden, zullen wind, regen en zon vrij spel hebben, leidend tot grotere temperatuurvariaties en een lagere luchtvochtigheid. Water wordt slechter vastgehouden en hoopt weg. Het kan jaren duren voor het bos de lege plek kan herkoloniseren en herstellen. Wanneer de omstandigheden ongunstig zijn, kan dit zelfs leiden tot verwoestijning.

Submicroklimaten[bewerken]

Naast microklimaten bestaan ook submicroklimaten op nog kleinere schaal, binnen afstanden van enkele meters. Bomen en bossen werken over het algemeen een vrij contante temperatuur en vochtigheid in de hand. De zonzijde van muren kan daarentegen een droog submicroklimaat geven met grotere temperatuurschommelingen. De submicroklimaten zijn zichtbaar in de zijden van objecten waar mos en korstmos groeien. Zo hebben bomen in Nederland meestal de meeste mosbegroeing aan de westkant, de kant die de meeste door de wind verwaaide neerslag ontvangt.

Wanneer een boom omvalt met kluit en al, ontstaan er op een zeer kleine schaal diverse submicroklimaten door een wisselende vochtigheid en lichtinval. De omgevallen boom levert een open plek waar zon en regen vrij spel hebben. De temperatuur en vochtigheid zullen hierdoor sterker variëren dan in het omliggende bos. De schaduwzijde van de stam en de kluit is daarentegen weer koeler en vochtiger.

Microklimaat wijnbouw[bewerken]

Het microklimaat voor wijnbouw is hier slechts aan één zijde van de rivier gunstig.

Wanneer het klimaat in een bepaalde streek algemeen te koud is en de grondsoort niet geschikt voor wijnbouw is - op bepaalde specifieke plaatsen - het aanleggen van wijngaarden toch zinvol.

Bijvoorbeeld langs rivieren heerst een meer gereguleerd klimaat dan de rest van de streek. Hellingen langs rivieren ontvangen meer zonnewarmte als deze gunstig ten opzichte van de zon liggen. Het gesteente, welke mede smaakbepalend is voor een wijn, houdt warmte vast en regenwater wordt goed afgevoerd. Ook de rivier zelf reguleert warmte.

Gebieden bekend om hun microklimaat[bewerken]

Ticino, Zwitserland 
Vanwege de beschutte ligging aan de zuidkant van de Alpen gedijen in Ticino palmen en bananenbomen.
Schneelocher, Oostenrijk 
De zogenaamde Schneelocher in Oostenrijk zijn dalen die door de ligging op het noordwesten grotere hoeveelheden sneeuw ontvangen dan vergelijkbare gebieden.
San Francisco, Verenigde Staten
De hoogteverschillen en invloed van de zee veroorzaken temperatuurverschillen tot 5 graden tussen de verschillende wijken. De San Francisco Bay Area als geheel kent ook, met name in de zomer, grote verschillen. In San Francisco kan bij op een gemiddelde zomerdag bijvoorbeeld heel goed bewolkt zijn bij 18 graden Celsius, in Oakland (meer landinwaarts maar nog wel aan de baai) bewolkt en 21 graden Ceclcius, in Walnut Creek (40 km landinwaarts) 31 graden Celsius, en in Tracy (80 km landinwaarts) 35 graden Celsius.
Los Angeles, Verenigde Staten
Los Angeles kent een soortgelijk zee-effect, wanneer koele zee-invloeden de stad bereiken. 's Zomers zijn vaak de neer landinwaarts gelegen wijken 10 graden warmer dan het strand.
Gran Canaria 
Dit eiland staat bekend als 'miniatuur-continent' vanwege de verschillende microklimaten.
Calgary 
Hoogteverschillen en de Chinook kunnen bijdragen aan grote temperatuurverschillen tussen de verschillende delen van de stad.
de Moorlands, Groot-Brittannië 
De kale onbeschutte hoge heides die in Groot-Brittannië bekendstaan als moorlands kennen door de hoogte en onbeschutheid een extremer klimaat dan de omliggende gebieden. Wandelaars kunnen worden verrast door plotselinge koude regenbuien, bovendien valt er ook vaker sneeuw. De heuvel Brown Willy in Bodmin's Moor, Cornwall veroorzaakt door de westelijke ligging en de hoogte het zogenaamde 'Brown Willy' effect: westerwinden stijgen op en krullen om de Brown Willy heen. Achter de top komen de stromen weer samen en veroorzaken een lange lijn van buien achter de Brown Willy.
de Brocken 
Door het feit dat aan de west-, noord- en oostzijde binnen een afstand van honderden tot duizenden kilomaters geen hogere top heeft, ligt de derg zeer onbeschut. Hierdoor kent de Brocken een extremer klimaat dan vergelijkbare toppen en groeien er geen bomen op de top.
Luxemburg, Luxemburg 
De hoogteverschillen binnen de gemeente (van 200 m in de Grund tot ruim 400 m op de Kirchberg) veroorzaken verschillen in temperatuur en neerslag. De Kirchberg heeft hierdoor 's winters een iets lagere temperatuur en ontvangt de meeste neerslag. De lagere delen hebben een wat hogere temperatuur en bovendien, met name bij steilere hellingen, een beschutte ligging.