Miklós Horthy
| Miklós Horthy de Nagybánya | ||
| 18 juni 1868 - 9 februari 1957 | ||
| Miklós Horthy in 1921 | ||
| Geboren in | Kenderes | |
| Gestorven in | Estoril | |
| Rang | Admiraal | |
| Slagen/oorlogen | - Eerste Wereldoorlog - Russische Burgeroorlog |
|
| Ander werk | Regent en staatshoofd van Hongarije | |
Miklós Horthy de Nagybánya ([ˈmikloːʃ ˈhorti]?; Nederlands ook: Nicolaas Horthy) (Kenderes, 18 juni 1868 – Estoril, Portugal, 9 februari 1957) was een Hongaars militair en politicus. Van 1920 tot 1944 was hij het staatshoofd van Hongarije.
Inhoud |
Vroege carrière [bewerken]
Miklós Horthy stamde uit de protestantse landadel. Hij bezocht de marine-academie van Oostenrijk-Hongarije in Fiume. In 1909 ging Horthy werken als vleugeladjudant van keizer Frans Jozef I (tot 1914). Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Horthy bevelhebber van diverse schepen van de Oostenrijks-Hongaarse marine. Begin 1918 werd hij viceadmiraal en vlak voor het einde van de oorlog opperbevelhebber van de Oostenrijks-Hongaarse marine. Na de val van Oostenrijk-Hongarije (november 1918) keerde Horthy naar Hongarije terug. Dat was inmiddels een soevereine staat geworden, los van Oostenrijk.
Regent van Hongarije [bewerken]
In het voorjaar van 1919 riep Béla Kun, een Hongaarse communist, de Radenrepubliek Hongarije uit. Hij vestigde een brute dictatuur. In Szeged vormden tegenstanders van Kun een contra-revolutionaire regering onder Gyula Károlyi. De contra-revolutionaire regering werd gesteund door Roemenië. Admiraal Horthy aanvaardde de portefeuille van defensie. Tevens werd hij tot commandant benoemd van het Witte Leger dat tegen het Rode Leger van Béla Kun moest vechten. Samen met het Roemeense leger wist het Witte Leger de communistische regering in Boedapest te verdrijven (november 1919) en de monarchie werd hersteld. Op 1 maart 1920 benoemde het nieuwe parlement Horthy tot regent van het koninkrijk Hongarije. In 1921 poogde ex-koning Karel IV (als keizer van Oostenrijk Karel I) tot tweemaal toe de troon in Hongarije te heroveren. Na de tweede poging nam het Hongaarse parlement een wet aan dat iemand van het Huis Habsburg voortaan was uitgesloten van de troon.
Van het begin af aan was Horthy's bestuur over Hongarije autoritair; de communistische partij was verboden en de sociaaldemocraten mochten zich alleen plaatselijk organiseren. Onder Horthy nam het antisemitisme toe, zeker onder premier Gyula Gömbös, die het land nauw met het fascistische Italië van Mussolini verbond.
Tweede Wereldoorlog [bewerken]
Horthy droomde van het herwinnen van het grondgebied dat bij het verdrag van Trianon verloren was gegaan. Om dit doel te verwezenlijken zocht hij toenadering tot nazi-Duitsland. Aanvankelijk was Horthy gecharmeerd van Hitler; in november 1940 trad Hongarije toe tot de asmogendheden. In april 1941, drie dagen voordat Duitsland aan zijn avontuur op de Balkan begon, pleegde de Hongaarse premier Pál Teleki zelfmoord omdat hij zag dat zijn land niet buiten de oorlog kon blijven. Vervolgens nam Hongarije enkele stukken van Joegoslavië in. Horthy's sympathie voor Duitsland was inmiddels wat bekoeld, maar op 26 juni 1941, dus vlak na de Duitse inval in de Sovjet-Unie, verklaarde de nieuwe premier Bárdossy, zonder Horthy te raadplegen, de oorlog aan de Sovjet-Unie. Spoedig daarna was Hongarije ook in oorlog met de geallieerden. In 1942/1943 zocht Horthy contact met de geallieerden om met hen een afzonderlijke vrede te sluiten. Om die reden liet Hitler in maart 1944 Hongarije bezetten. Horthy mocht wel aanblijven als staatshoofd. Achter de rug van de Duitsers bleef Horthy naar mogelijkheden zoeken om met de geallieerden vrede te sluiten. Op 11 oktober 1944 sloot Hongarije vrede met de Sovjet-Unie. Als wraak liet Hitler Horthy's zoon gijzelen en dwong Horthy tot aftreden. Horthy werd tot het einde van de oorlog in Beieren geïnterneerd.
In Hongarije installeerden de Duitsers de wrede dictator en fascistenleider Ferenc Szálasi, die een waar schrikbewind in Hongarije voerde.
In december 1944 kwam er een door de Russen gesteunde tegenregering tot stand. Deze regering erkende Horthy aanvankelijk als staatshoofd, maar na de oorlog werd er in Hongarije een republiek uitgeroepen en werd ds. Zoltán Tildy president.
Ballingschap [bewerken]
Na de oorlog werd Miklós Horthy door de Amerikanen gevangengenomen, en in 1949 werd hij vrijgelaten. In 1950, kreeg het gezin Horthy de toestemming om te emigreren naar Portugal, dankzij Miklós Jr 's contacten met de Portugese diplomaten in Zwitserland. Ze verhuisden naar Estoril. Zijn Amerikaanse steun, John Montgomery, rekruteerde een kleine groep van rijke Hongaren om fondsen te werven voor hun onderhoud in ballingschap. Volgens Horthy’s schoondochter, Gravin Ilona Edelsheim Gyulai, ondersteunden Hongaarse Joden Horthy's familie in ballingschap, waaronder industrieel Ferenc Chorin en advocaat László pathie.
In ballingschap, schreef Horthy zijn memoires, Ein Leben für Ungarn (Nederlands: Een leven voor Hongarije), gepubliceerd onder de naam Nikolaus von Horthy, waarin hij veel persoonlijke ervaringen vertelt: van zijn jeugd tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hij beweerde dat hij voor een groot deel van de tijd Hitler wantrouwde alsook probeerde om de beste acties uit te voeren en de beste ambtenaren in zijn land te benoemen. Hij heeft ook gewezen op vermeende mishandeling van Hongarije door vele andere landen sinds het einde van Wereldoorlog I. Horthy was een van de weinige staatshoofden uit de Asmogendheden die de oorlog overleefde, en dus naoorlogse memoires kon schrijven.
Hij verloor nooit zijn diepe minachting voor het communisme en in zijn memoires gaf hij de schuld voor de Hongaarse alliantie met de Asmogendheden aan de dreiging die uitgaat van de "Aziatische barbaren" van de Sovjet-Unie. Hij was kwaad op de invloed die de geallieerde overwinning had gegeven aan de totalitaire staat van Stalin. "Ik voel geen drang om te zeggen: 'Ik zei het toch, noch om bitterheid te spreken over de ervaringen die mij zijn opgedrongen. Integendeel, ik blijf verwondering en verbazing voelen bij de grillen van de mensheid." Hij stierf in 1957 op Estoril.
Vanaf 2011 is in Hongarije sprake van hernieuwde belangstelling voor admiraal Horthy. In korte tijd werden een park naar hem genoemd en twee standbeelden opgericht.
Bronnen
|
| Oostenrijks-Hongaarse opperbevelhebbers van de vloot tijdens de Eerste Wereldoorlog | |
|---|---|
|
Haus (Jul 1914-Feb 1917) · Njegovan (Feb 1917-Feb 1918) · Horthy (Feb 1918-Nov 1918) |
| Zie de categorie Miklós Horthy van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |