Mimicry
Bij mimicrie of mimicrae lijkt een dier of plant op een ander dier of plant, veel meer dan door toeval, levenswijze en gezamenlijke afstamming verwacht mocht worden. Een van beide soorten bootst de andere soort na. Het is een variant van camouflage waarbij het dier de herkenning niet vermijdt maar als iets anders herkend zal worden.
Er zijn verschillende soorten mimicrie, waarbij de belangrijkste zijn:
- mimicrie van Müller: Verschillende gevaarlijke (bijvoorbeeld giftige) soorten lijken op elkaar
- mimicrie van Bates: Op zichzelf ongevaarlijke soorten lijken op gevaarlijke
- agressieve mimicrie of mimicrie van Peckham: Mimicrie door roofdieren van hun prooidier of andere soorten uit hun omgeving, om zo de prooi te lokken of ongemerkt te kunnen benaderen.
Als een onderdeel van een dier een ander onderdeel nabootst, spreekt men wel van automimicrie. Bekend zijn de oogvlekken bij de staart van tropische vissen, die de aanvaller op het verkeerde been moeten zetten.
Een bekend voorbeeld van mimicrie in West-Europa zijn de geel-zwarte strepen bij diverse soorten insecten, waarvan sommigen steken. De gelijke tekening van bijvoorbeeld bijen en wespen is een voorbeeld van mimicrie van Müller, terwijl het nabootsen van die tekening door zweefvliegen een voorbeeld is van mimicrie van Bates.
De meeste en bekendste voorbeelden van mimicrie vindt men bij insecten, maar het komt ook voor bij andere dieren en zelfs bij planten. Een voorbeeld van dit laatste zijn de spiegelorchissen, die insecten imiteren om zo hun soortgenoten te lokken. Deze insecten helpen de bloem bij de bestuiving.
Inhoud |
Akoestische mimicrie [bewerken]
Naast de genoemde visuele mimicrie is in onderzoek vastgesteld dat akoestische mimicrie onder dieren bestaat. Bepaalde oneetbare nachtvlinders uit de familie Arctiidae maken als reactie op signalen van vleermuizen zelf ultrasone klikkende geluiden. De nachtvlinders die dezelfde geluiden produceren worden na kennismaking met de eerdere soort door de vleermuis gemeden, of ze nu ook oneetbaar zijn of niet.[1] Ook de rupsen van het berggentiaanblauwtje maken gebruik van geluiden om de mieren die zij parasiteren te doen geloven dat zij mierenkoningin zijn.
Geurstoffen [bewerken]
Sommige insecten gebruiken geurstoffen om insecten van een andere soort te misleiden.
Er zijn enkele soorten vlinderlarven die als prooi in een mierennest terechtkomen en dan feromonen afscheiden waardoor ze in plaats van te worden opgegeten juist worden beschermd en vertroeteld door mieren. Bijvoorbeeld het gentiaanblauwtje.
Er zijn roofinsecten die hun prooi lokken met feromonen van de prooisoort. Hetzelfde geldt voor parasitaire insecten, zoals de larven van oliekevers die (o.a.) feromonen gebruiken om een bij te lokken, om daarna mee te liften naar een bijennest.
Stinkzwammen en sommige aronskelken verspreiden een lijkengeur om bromvliegen aan te trekken die voor de verspreiding van sporen en voor de bevruchting moeten zorgen.
Zie ook [bewerken]
Foto's [bewerken]
Voetnoten
Bron
|
| Zie de categorie Mimicry van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |