Minicomputer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
PDP-1

De term minicomputer stamt uit de jaren 60 en 70 van de twintigste eeuw, toen computers nog grote apparaten waren die een hele zaal vulden, en waar een heel bedrijf gebruik van maakte (mainframe). Een aantal leveranciers bracht voor het eerst een kleiner model computer op de markt, geschikt voor een kleine werkgroep of zelfs voor een enkel individu. Zo'n computer was altijd nog zo groot als een flink bureau of een kast, maar toch zo klein dat hij 'minicomputer' genoemd kon worden.

De firma Digital Equipment Corporation heeft een belangrijke rol gespeeld in de 'emancipatie' van de computer: hun eerste model werd namelijk niet 'computer' genoemd maar 'Programable Data Processor', de PDP-1. Hiermee kon hij door een afdeling aangeschaft worden zonder de aandacht te trekken van de systeembeheerders en IT-managers. De PDP-1 had als een van de eerste computers een toetsenbord en beeldscherm, in plaats van invoer met ponskaart of ponsband. Van de opvolgers waren de PDP-8 en PDP-11 bijzonder succesvol; op een PDP-7 werd in 1969 door Ken Thompson en Dennis Ritchie het UNIX-besturingssysteem ontwikkeld. Een andere belangrijke firma die minicomputers fabriceerde was Wang Laboratories

Behalve voor persoonlijk gebruik werden minicomputers ook veel toegepast voor het besturen van machines en chemische fabrieken.

De generatie die erop volgde had vaak een 32-bit-processor en werd 'supermini' genoemd.

Tegenwoordig is de term 'minicomputer' niet echt gangbaar meer, de grens tussen krachtige pc, workstation en server is vervaagd. De term zou nog gebruikt kunnen worden voor alle computers die qua prestatie en functie tussen de personal computer en mainframe of supercomputer in liggen, en die niet op pc- of Apple Macintosh-architectuur gebaseerd zijn. Hieronder vallen dan bijvoorbeeld de diverse 64-bit-modellen van de firma Sun, Silicon Graphics, Inc, Hewlett Packard (niet de pc-lijn, maar Alpha-, Itanium-, HP-3000- en HP-9000-servers) en IBM (AS/400, die door IBM zelf 'midframe' genoemd werd).