Minimumloon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het minimumloon is het laagste bedrag dat een werkgever wettelijk verplicht is aan een werknemer als loon te betalen. Een minimumloon kan zijn uitgedrukt als uurloon, of loon per maand of per week. Het minimumloon is altijd uitgedrukt als brutoloon, zonder inhouding van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen.

Binnen de Europese Unie hebben 20 van de 27 lidstaten een minimumloon. De zeven EU-landen die geen minimumloon kennen zijn Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, Finland, Zweden, Italië en Cyprus. Deze landen laten met onder meer Noorwegen en Zwitserland de bepaling van een minimumloon over aan werkgevers- en werknemersorganisaties.

Economische effecten[bewerken]

Over de economische effecten van het minimumloon bestaat geen consensus onder economen.

Tegenstanders van het minimumloon wijzen er op dat het minimumloon werkloosheid veroorzaakt, omdat werkgevers geen werknemers zullen aannemen tegen het minimumloon als de arbeidsproductiviteit van die mensen dat loon niet rechtvaardigt. Het minimumloon is feitelijk een verbod om bepaalde werkzaamheden tegen een marktconform loon te verrichten. Het instellen van een minimumloon (in feite een minimumprijs voor arbeid) zou dan ook leiden tot een hogere werkloosheid onder mensen met een lage productiviteit doordat werkgevers naar goedkopere alternatieven gaan zoeken zoals mechanisering, outsourcing of automatisering.

Voorstanders stellen juist dat een minimumloon niet altijd tot werkloosheid hoeft te leiden. Sommige arbeid kan niet of maar moeilijk geautomatiseerd of aan het buitenland uitbesteed worden. Voorbeelden zijn werk in de horeca en in de agrarische sector. Ook zou een minimumloon bijdragen aan een algehele verhoging van de arbeidsproductiviteit in een land. Mechanisering en automatisering leiden tot een hogere arbeidsproductiviteit van de werkenden. Scholing van arbeiders wiens arbeidsproductiviteit niet boven het minimumloon uitkomt, wordt voor werkgevers een goede investering. Een verhoging van de arbeidsproductiviteit geeft een land een concurrentievoordeel.

Situatie in België[bewerken]

In België wordt het minimumloon (gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen) geregeld door CAO nr 43 van de Nationale Arbeidsraad. Die CAO wordt regelmatig gewijzigd.

Vanaf 1 oktober 2008 werden de bedragen met € 25 verhoogd (CAO nr 43 undecies) en zijn de bedragen € 1387,49 (21 jaar, geen anciënniteit), € 1424,31 (21 jaar, 6 maanden anciënniteit) en € 1440,67 (22 jaar, 12 maanden anciënniteit).

Bij ontstentenis van een in paritair comité gesloten andersluidende collectieve arbeidsovereenkomst, heeft het gemiddeld minimum maandinkomen betrekking op alle elementen van het loon die verband houden met de normale arbeidsprestaties waarop de werknemer rechtstreeks of onrechtstreeks ten laste van zijn werkgever recht heeft. Deze elementen omvatten onder meer het loon in geld of in natura, het vast of veranderlijk loon alsmede de premies en voordelen waarop de werknemer recht heeft ten laste van de werkgever uit hoofde van zijn normale arbeidsprestaties, d.w.z. de prestaties die in de arbeidswet en in de collectieve arbeidsovereenkomsten vermeld zijn en die per onderneming in het arbeidsreglement worden gepreciseerd (art 5 CAO 43).

Zo wordt de eindejaarspremie meegerekend, maar het enkel en dubbel vakantiegeld niet. Ook overloon en sociale uitkeringen die toegekend worden naar aanleiding van schorsingsperiodes van de arbeidsovereenkomst komen niet in aanmerking.

Deze bedragen zijn indexgebonden. Sinds de laatste indexaanpassing op 1 december 2012 bedraagt het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen respectievelijk € 1501,82, € 1541,67 en € 1559,38.

Er is een degressiviteit voor personen jonger dan 21 jaar. Aanvankelijk bedroeg die: 20 jaar: 94 %, 19 jaar: 88 %, 18 jaar 82 %, 17 jaar: 76 %, 16 jaar en jonger: 70 ). Gaandeweg is ze verminderd en sinds 1 januari 2014 bedraagt ze 96 % voor 20 jaar, 92 % voor 19 jaar en 88 % voor 18 jaar.

Opgelet: het gewaarborgd minimum maandinkomen van CAO nr. 43 is een nationaal minimumloon. In ieder paritair comité of op ondernemingsvlak kan er in een CAO een hoger gewaarborgd minimum maandinkomen vastgesteld worden.

CAO nr 43 is niet van toepassing op de personen die tewerkgesteld zijn in een familie-onderneming waar gewoonlijk alleen bloedverwanten, aanverwanten of pleegkinderen arbeid verrichten onder het uitsluitend gezag van de vader, de moeder of van de voogd. Zij is evenmin van toepassing op de werknemers die gewoonlijk zijn tewerkgesteld gedurende periodes die minder dan een kalendermaand bedragen.

Situatie in Nederland[bewerken]

Europese deel van Nederland[bewerken]

De Nederlandse Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bepaalt hoe hoog het minimumloon is. De afkorting WML wordt gebruikt voor zowel de wet als het bedrag (wettelijk minimumloon).

Van 15 tot 23 jaar is dit mede afhankelijk van de leeftijd van de werknemer. Het is ook afhankelijk van het aantal uren dat een volledige werkweek bedraagt conform de CAO. Onder de 15 jaar geldt geen wettelijk minimumloon.

Het minimumloon is in Nederland ingevoerd op 27 november 1968. Het werd toen vastgesteld op 100 gulden in de week. [1]

Het minimumloon wordt twee keer per jaar (in januari en juli) aangepast aan de gemiddelde ontwikkeling van de CAO-lonen.

Het bedraagt per 1 juli 2013:

  • € 1477,80 bruto per maand voor een werknemer van 23 jaar of ouder bij een volledige werkweek. Daarbij is er een minimumvakantiebijslag van 8%, dus € 118,23, dus in totaal is het € 1596,03 bruto per maand, d.i. € 19.152 per jaar.

Het bedraagt per 1 januari 2014:

  • € 1485,60 bruto per maand [2]) voor een werknemer van 23 jaar of ouder bij een volledige werkweek. Daarbij is er een minimumvakantiebijslag van 8%, dus € 118,85, dus in totaal is het € 1604,45 bruto per maand, d.i. € 19.253 per jaar.

Toepassing van het schijventarief van box 1 en één algemene heffingskorting geeft dit een netto bedrag. Dit is na de afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon het uiteindelijke referentieminimumloon. Voor een alleenstaande die voltijds werkt voor het minimumloon wordt dit bedrag verhoogd met de arbeidskorting. Bij twee partners waarbij dit op één van toepassing is terwijl de ander bruto geen inkomen heeft is het gezamenlijke netto inkomen nu hoger door de gedeeltelijke uitbetaling van de algemene heffingskorting, maar die wordt geleidelijk afgebouwd (zie heffingskorting).

Een 22-jarige heeft bruto recht op 85% van het bruto minimumloon, een 21-jarige op 72,5% een 20-jarige op 61,5%, een 19-jarige op 52,5%, een 18-jarige op 45,5% een 17-jarige op 39,5%, een 16-jarige 34,5% en 15-jarige op 30%.

In sommige gevallen is loondispensatie mogelijk: de werkgever hoeft minder loon te betalen aan werknemers die door een beperking minder productief zijn. Deze werknemers krijgen een aanvullende uitkering. In de WWNV wordt de toepassing hiervan uitgebreid.

Aanhangig is het Voorstel van wet tot wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verband met het van toepassing verklaren van die wet op nader bepaalde overeenkomsten van opdracht.[3]

BES-eilanden[bewerken]

De Wet minimumlonen BES bepaalt de hoogte van het minimumloon. Het bruto minimumuurloon bedraagt in januari 2013 voor werknemers van 21 jaar en ouder 4.55, 4.89 of 4.61 Amerikaanse dollar in respectievelijk Bonaire, Sint Eustatius of Saba. Een 20-jarige heeft recht op 90% daarvan, een 19-jarige op 85%, een 18-jarige op 75% en 16- en 17-jarigen op 65%.

Andere landen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van minimumloon per land voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De hoogte van het wettelijke bruto minimumloon in de EU-landen loopt in 2011 uiteen van 123 euro in Bulgarije tot 1 758 euro in Luxemburg[4]. In Europa heeft Luxemburg het hoogste minimumloon, gevolgd door België dat het op één na hoogste minimumloon heeft.[5]

Externe links[bewerken]

Informatie over minimumloon in Nederland:

Minimumlonen in de Europese Unie:

Bronnen, noten en/of referenties