Kabinet-Rutte I

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Ministers van Nederland)
Ga naar: navigatie, zoeken
Kabinet-Rutte I
Kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van PVV
Kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van PVV
Coalitie VVD, CDA (met gedoogsteun van de PVV)
Zeteltal TK 31 + 21 = 52 (+ 24 zetels van PVV = 76) (tot 20 maart 2012)
31 + 21 = 52 (+ 23 zetels van PVV na vertrek van Hero Brinkman uit PVV = 75) (20 maart 2012 - 21 april 2012)
Premier Mark Rutte
Beëdiging 14 oktober 2010
Demissionair 23 april 2012
Ontslagdatum 5 november 2012
Voorganger Balkenende IV
Opvolger Rutte II
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Kabinet-Rutte I
(demissionair)
Vanaf 23 april 2012
ZetelsRutte-zonderPVV.svg
Coalitie VVD, CDA
Zeteltal TK 31 + 21 = 52 (23 april 2012-19 september 2012), 41 + 13 = 54 (20 september 2012 - 5 november 2012)
Premier Mark Rutte
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het kabinet-Rutte I, aanvankelijk ook wel het kabinet Rutte-Verhagen genoemd, was een Nederlands kabinet. Het was een minderheidskabinet bestaande uit de politieke partijen VVD en CDA, en kreeg van oktober 2010 tot april 2012 gedoogsteun vanuit de Tweede Kamer van de PVV. Sinds het wegvallen van de gedoogsteun was het demissionair. Het kabinet staat onder leiding van premier Mark Rutte en werd op 14 oktober 2010 beëdigd als opvolger van kabinet-Balkenende IV, na de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 en de daaropvolgende kabinetsformatie.

Met de gedoogsteun van de PVV kon het kabinet oorspronkelijk rekenen op 76 zetels, een meerderheid van één zetel. Na het vertrek van Hero Brinkman uit de PVV-fractie, die verder ging als eenmansfractie in het parlement, verloor het kabinet-Rutte deze meerderheid. Bij zijn vertrek uit de PVV liet Brinkman echter weten dat hij het kabinet-Rutte zou blijven steunen.[1]

Op 21 april 2012 maakte premier Mark Rutte bekend dat het, na zeven weken onderhandelen in het Catshuis over de begroting voor 2013, niet was gelukt tot overeenstemming te komen met Geert Wilders. Na het stuklopen van de onderhandelingen gaf de PVV aan per die dag geen gedoogpartner meer te zijn van het kabinet. Op 23 april 2012 bood Mark Rutte als gevolg daarvan het ontslag van het voltallige kabinet aan bij koningin Beatrix.[2][3]

Op 26 april 2012 bereikten de fractievoorzitters van de demissionaire regeringspartijen VVD en CDA en die van de oppositiepartijen D66, GroenLinks en de ChristenUnie (de zogenaamde Kunduzcoalitie) een akkoord over het bezuinigingspakket voor 2013. Nederland kon dit zogeheten Lenteakkoord nog voor de deadline van eind april naar de Europese Commissie in Brussel sturen.

Op 5 november 2012 kwam aan het kabinet een einde, toen het kabinet-Rutte II werd beëdigd.

Totstandkoming[bewerken]

Formatie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Kabinetsformatie Nederland 2010 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Koningin Beatrix en de ministers in de bordesscène

Na de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 ging de kabinetsformatie van start onder leiding van informateur Uri Rosenthal. Deze concludeerde eerst dat een samenwerking tussen de grootste partij (VVD) en grootste winnaar (PVV) niet mogelijk was. Een verkenning naar een 'paars-plus' kabinet was het gevolg. Ook deze poging strandde nadat de partijen het niet eens waren geworden over de financiën. Onder informateur Ruud Lubbers werd er informeel onderhandeld tussen VVD, PVV en CDA. De conclusie was dat de VVD en het CDA samen in een kabinet gingen zitten, gedoogd door de PVV.

De formele onderhandelingen tussen de drie partijen werden geleid door informateur Ivo Opstelten. Deze poging strandde aanvankelijk, toen er een crisis in het CDA ontstond over samenwerking met de PVV. Secondant Ab Klink was tegen onderhandelen met de PVV, samen met Tweede Kamerleden Ad Koppejan en Kathleen Ferrier. Na fractieberaad werd Ank Bijleveld aangesteld als de nieuwe secondant voor het CDA, maar de PVV gaf aan geen vertrouwen meer te hebben in verdere onderhandelingen met het CDA. Een dag later kwam er echter onverwachts een ommekeer in de situatie, toen Ab Klink zijn Tweede Kamerlidmaatschap opzegde en meteen werd opgevolgd door Raymond Knops. Hoewel informateur Opstelten in zijn eindverslag aan de de Koningin aangaf dat de informatiepoging mislukt was, en de gesprekken met de koningin nog gaande waren, gaf de PVV aan toch verder te willen onderhandelen omdat Klink was opgestapt. Daarop benoemde de Koningin een dag later de vicepresident van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, tot informateur, om alles staatsrechtelijk op orde te brengen. Ivo Opstelten werd na het eindverslag van Tjeenk Willink weer aangesteld als informateur, waarna de onderhandelingen werden hervat. Op 28 september 2010 was het regeerakkoord klaar en tevens het zogeheten gedoogakkoord. Op 29 september werden deze akkoorden voorgelegd aan de fracties. Op 2 oktober sprak het congres van het CDA over deelname aan de regering. Op het congres stemde een meerderheid van 68% van de aanwezige leden voor de samenwerking met de PVV, maar er klonken ook ferme tegengeluiden.[5] De PVV tekende alleen voor het gedoogakkoord, niet voor het regeerakkoord.[6]

Motto[bewerken]

Op 29 september 2010 maakte premier Mark Rutte bekend dat er een motto was voor de nieuwe coalitie. Dit motto werd op donderdag 30 september verstrekt, tijdens de presentatie van het regeer- en gedoogakkoord. Het motto was "Vrijheid en verantwoordelijkheid". Vrijheid komt voor in de partijnamen van de VVD en PVV.

Afspraken tussen de coalitiepartners[bewerken]

De hiernavolgende tekst komt uit het regeerakkkoord: "Minderheidskabinetten zijn in Nederland niet gebruikelijk. Dit akkoord is tot stand gekomen door besprekingen over een regeerakkoord tussen de coalitiefracties van VVD en CDA. Daarnaast is een gedoogakkoord overeengekomen tussen de fracties van VVD, PVV en CDA dat betrekking heeft op immigratie, integratie, asiel, veiligheid, ouderenzorg en het overeengekomen bezuinigingspakket. De ingrijpende besluiten die in het gedoogakkoord zijn opgenomen hebben de steun van de fracties van VVD, PVV en CDA. Bij voorstellen uit het regeerakkoord kan de PVV-fractie tegenstemmen. Moties van wantrouwen en afkeuring zullen – voor zover het maatregelen uit het regeerakkoord betreft – door de PVV niet worden gesteund."

Wijzigingen ministeries[bewerken]

Het aantal ministers werd teruggebracht van 16 in Balkenende IV naar 12 in 'Rutte'. De ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Economische Zaken werden samengevoegd tot het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; VROM en Verkeer & Waterstaat fuseren tot het ministerie van Infrastructuur en Milieu.[7][8] Een deel van de taken van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) ging naar Justitie, dat het ministerie van Veiligheid en Justitie ging heten.[9] Verder krijgt BZK volkshuisvesting en integratie erbij.

Ook de ministers zonder portefeuille voor Ontwikkelingssamenwerking, voor Wonen, Wijken en Integratie en voor Jeugd en Gezin verdwenen, om plaats te maken voor een minister voor Immigratie en Asiel, die valt onder BZK.[8]

Verloop[bewerken]

Start[bewerken]

Op 26 oktober 2010 presenteerde premier Rutte zijn regeringsverklaring in de Tweede Kamer.[10] Eerder echter was het eerste meningsverschil binnen de gedoogcoalitie al ontstaan door de dubbele nationaliteit (Zweeds-Nederlands) van CDA-staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner. De PVV wilde per motie dat Veldhuijzen haar Zweedse nationaliteit opgaf, maar geen enkele andere partij steunde dit. Rutte, die bij de presentatie van het voorgaande kabinet bezwaar had gemaakt tegen de tweede (Turkse) nationaliteit van PvdA-staatssecretaris Nebahat Albayrak, steunde Veldhuijzen van Zanten en verklaarde dat een Zweeds paspoort, in tegenstelling tot een Turkse nationaliteit, geen probleem vormde, daar de Turkse nationaliteit rechten en plichten aan haar onderdanen oplegt (het dienen in het leger bijvoorbeeld), en dit bij de Zweedse nationaliteit niet het geval is.[11]

Positie ten opzichte van de Eerste Kamer[bewerken]

Bij de start van het kabinet steunde het kabinet in de Senaat op een minderheid van VVD/CDA van 35 van de 75 zetels. De 2 SGP-senatoren stemmen meestal met de regering mee, maar desondanks bezit de oppositie een meerderheid. Het eerste conflict ontstond met betrekking tot de verhoging van de BTW op de podiumkunsten. Door het dreigement premier Rutte van vakantie terug te laten roepen, deed het kabinet bij monde van staatssecretaris Frans Weekers op 21 december 2010 een concessie en stelde de invoering 6 maanden uit.[12] Ook de korting op de AOW-toeslag voor 65-plussers met een jongere partner wordt later ingevoerd en ontziet de laagste inkomens.[13] Hierna kreeg het kabinet steun van de SGP, ChristenUnie, D66 en OSF en daarmee werden de belastingplannen aangenomen.[14]

Het wetsvoorstel ter invoering van het elektronisch patiëntendossier (EPD) werd op 5 april 2011 unaniem door de Eerste Kamer verworpen.[15]

Op 2 maart 2011 waren de Provinciale Statenverkiezingen 2011. De hierbij gekozen Statenleden kozen op 23 mei 2011 de Eerste Kamerleden. Tijdens deze Eerste Kamerverkiezingen 2011 werd duidelijk dat het kabinet met 37 zetels net geen meerderheid had behaald. Over het algemeen werd echter aangenomen dat dit vaak geen probleem zou zijn, omdat men met de steun van de regeringsgezinde SGP-senator wel aan een meerderheid van 38 zetels kan komen.[16]

Door het vertrek van de PVV als gedoogpartner, op 21 april 2012, viel de basis waarop het kabinet kon rekenen in de Eerste Kamer weg. Op 8 mei verwierp de Eerste Kamer de wijziging Wet personenvervoer 2000 met steun van de PVV-fractie.[17]

Positie ten opzichte van de Tweede Kamer[bewerken]

In de Tweede Kamer heeft het kabinet officieel geen parlementaire meerderheid. Voor die delen van het regeerakkoord, die samenvallen met het gedoogakkoord, kan echter gerekend worden op steun van eenmansfractie lid-Brinkman. Tijdens het debat over de regeringsverklaring in oktober 2010 zag Job Cohen, leider van de grootste oppositiepartij PvdA, voor de oppositie slechts 'een klein muizengaatje om haar poot door te steken'.[18] In de praktijk bleken er wel heel grote gaten te vallen tussen de standpunten van de regeringspartijen en de PVV over onderwerpen als de sociale zekerheid en de buitenlandse politiek. Zo hielp de PvdA het kabinet aan een meerderheid in kwesties als de eurocrisis en het pensioenakkoord. De PVV staat in deze dossiers lijnrecht tegenover het kabinetsbeleid. Op 21 januari 2012 verklaarde de leider van de PvdA in de Volkskrant dat hij stopte met deze steun aan het kabinet. [19]

De eerste test kwam bij het kabinetsbesluit om een opvolger voor de Taskforce Uruzgan naar Afghanistan te sturen, de Nederlandse politietrainingsmissie in Kunduz.[20] Hierin waren de oppositiepartijen PvdA, SP, PvdD en gedoogpartner PVV tegen. Alleen de SGP had al vroegtijdig besloten steun te zullen geven. Daarom was de steun van D66, GroenLinks en de ChristenUnie nodig voor een Kamermeerderheid. Deze partijen worstelden met de vraag om steun te verlenen of niet. De regering stuurde een aanvullende brief aan de Kamer.[21] Uiteindelijk stemde in de nacht van 27 op 28 januari 2011 een meerderheid van VVD, CDA, D66, GroenLinks, ChristenUnie en de SGP voor de missie. Binnen de GroenLinks-fractie stemde Ineke van Gent echter tegen.[22]

De positie van de SGP in de Tweede Kamer werd ook gezien als van belang. Hoewel met deze fractie geen afspraken zijn gemaakt over het kabinetsbeleid heeft premier Rutte verklaard "met een schuin oog" te kijken naar de SGP.[23] Merkbaar is dit geworden in kabinetsafspraken: plannen om de regeling van het aantal koopzondagen per jaar over te laten aan de afzonderlijke gemeenten, haalden het niet, hoewel de VVD daar in de aanloop naar de verkiezingen in 2010 campagne voor gevoerd had. Ook kreeg de SGP in april 2011 gedaan dat bezuinigingen op het passend onderwijs en een boete van 3000 euro voor te lang studerenden beide met een jaar werden uitgesteld.

Op 17 augustus 2011 diende de SP een motie van afkeuring in tegen premier Rutte. Dit naar aanleiding van zijn optreden in de Europese schuldencrisis. De motie kreeg alleen steun van de Partij voor de Dieren.[24] De PVV en de ChristenUnie hadden ook aangegeven het kabinet niet langer te steunen in hun oplossing van deze schuldenproblematiek. Op 6 oktober bleken alleen deze vier fracties van PVV, SP, CU en de PvdD tegen de uitbreiding van het Europese noodfonds EFSF ten behoeve van Griekenland.[25]

Tijdens het parlementair debat op 22 oktober 2011 - voor het eerst sinds 1918 op een zaterdag - voorafgaande aan de EU-top over de Europese staatsschuldencrisis, kreeg de regering pas na een derde termijn van de kamer voldoende steun van drie grote oppositiepartijen, de PvdA, D66 en GroenLinks.[26] Premier Rutte moest wel aan de moties en eisen van deze drie partijen tegemoet komen.[27] Op 28 februari 2012 ging de Tweede Kamer akkoord met een lening van 130 miljard aan Griekenland, met behulp van steun van dezelfde drie oppositie fracties.[28]

Op 20 maart 2012 verliet Hero Brinkman de PVV-fractie. Brinkman ging zelfstandig verder als Lid-Brinkman. Hierdoor verloor de gedoogconstructie, vertaald naar het aantal zetels van de deelnemende partijen, zijn meerderheid in de Tweede Kamer. Door de SGP en Lid-Brinkman, die het kabinet op veel punten steunen, kan bij stemmingen echter alsnog een meerderheid ontstaan. Brinkman gaf aan het kabinet-Rutte niet te willen laten vallen.

Door het vertrek van de PVV als gedoogpartner op 21 april 2012 viel de basis weg waarop het kabinet in de Tweede Kamer kon rekenen.

Ontslagaanvraag[bewerken]

Mislukt Catshuisoverleg[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Kabinetscrisis over de begroting voor 2013 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Premier Rutte en Stef Blok voor de herstarte onderhandelingen op 29 maart

Naar aanleiding van negatieve cijfers van het CPB (begrotingstekort van 4,5% in 2013) startten coalitiepartners VVD, CDA en gedoogpartner PVV op 5 maart 2012 besloten bezuinigingsonderhandelingen in het Catshuis.[29]

Op 28 maart 2012 maakte de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) bekend dat het Catshuisoverleg voor die dag eerder afgelopen was dan gepland, omdat de onderhandelingen een "moeilijke fase" ingingen. De oppositie eiste opheldering van het kabinet, met name over de definitie van een "moeilijke fase". GroenLinks-partijleider Jolande Sap gaf aan nieuwe verkiezingen te willen als de partijen er niet uit zouden komen. ChristenUnie-voorman Arie Slob riep het kabinet op om de crisisaanpak aan de Kamer voor te leggen omdat deze "te groot voor partijbelangen" zouden zijn.[30]

De RVD maakte bekend: "Zij [de drie partijen] zien voldoende perspectief om de komende periode te komen tot afspraken die een antwoord geven op de problemen waar het land voor staat". Diezelfde dag werden de onderhandelingen hervat en werd opnieuw 'radiostilte' in acht genomen.

Op zaterdag 21 april werd bekendgemaakt dat de onderhandelingen in het Catshuis waren mislukt. De VVD, het CDA en de PVV waren het niet eens geworden over een pakket aan miljardenbezuinigingen.[31][32][33][34] Wilders meldde dat zijn partij per direct niet langer de gedoogpartner was van het kabinet. Het gevolg was dat het kabinet-Rutte op 23 april 2012 viel.

Afwikkeling lopende zaken[bewerken]

De Eerste Kamer heeft op 8 mei besloten geen enkel wetsvoorstel controversieel te verklaren. Ook de Tweede Kamer heeft een lijst opgesteld van controversiële onderwerpen. De onderwerpen die op die lijst staan worden niet behandeld totdat er een nieuw kabinet is of tot de Kamer besluit om het onderwerp van de lijst af te halen.[35] De Kamercommissies moesten uiterlijk 24 mei 2012 een voorstel doen. De Tweede Kamer heeft daar op 5 juni over gestemd.[36] Een gewijzigde lijst is onder meer op 23 oktober 2012 vastgesteld.[37]

Lenteakkoord[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Nederlands begrotingsakkoord van 26 april 2012 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De partijen die het Lenteakkoord sloten

Omdat er toch een besluit moest komen voor de begroting van 2013, mede ten behoeve van het Nederlandse Stabiliteitsprogramma 2012 dat in het kader van het Stabiliteits- en Groeipact aan de EU moest worden aangeboden, sloot op 26 april de 'Kunduzcoalitie' (VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie) een akkoord waardoor het begrotingstekort terugloopt naar 3%. (12,4 miljard bezuinigen en hervormen)[38][39] Dit akkoord werd ook wel het Wandelgangenakkoord en later 'Lenteakkoord' genoemd. De SGP sloot zich later aan bij het akkoord.

Het akkoord voorziet onder meer in een hervorming van de woningmarkt. Zo blijft de overdrachtsbelasting op 2 procent, wordt de huurmarkt aangepakt en de hypotheekrenteaftrek beperkt (alleen nog in het geval van minstens annuïtaire aflossing). Ook zijn een snellere verhoging van de AOW-leeftijd en een hervorming van de arbeidsmarkt (Werkgever eerste 6 maanden WW betalen en Ontslagrecht moderniseren) opgenomen. Het hoge BTW-tarief gaat op korte termijn van 19 naar 21 procent. Daarnaast wordt er 1,6 miljard omgebogen in de zorg. Het akkoord bevat verder een vergroening van de economie.

Daarnaast worden enkele bezuinigingen teruggedraaid of verzacht op verzoek van D66, GroenLinks en ChristenUnie. Dit betreft onder andere de bezuinigingen op het persoonsgebonden budget (PGB), passend onderwijs, natuur, cultuur, openbaar vervoer en in de GGZ.

Sommige wetsvoorstellen worden pas na de verkiezingen ingediend, en dus door de dan aantredende nieuwe Tweede Kamer behandeld; dit vormt nog wel een onzekere factor.[40]

Het Begrotingsakkoord 2013 is als basispad opgenomen in de Miljoenennota 2012 en op Prinsjesdag gepresenteerd door het kabinet. De maatregelen waren echter al in april/mei bekend.

Grondwetswijziging inkrimping Eerste en Tweede Kamer[bewerken]

Het kabinet komt met een wetsvoorstel om de Tweede Kamer en de Eerste Kamer te verkleinen. Het voorstel stond in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte. De Raad van State heeft een negatief advies afgegeven voor dit kabinetsplan.[41][42] Toch heeft het kabinet het voorstel onverkort gehandhaafd: de ministerraad stemde op 13 juli 2012 in om het wetsvoorstel, dat de verkleining mogelijk moet maken, bij de Tweede Kamer in te dienen.[43] Het voorstel voorziet in een verkleining van de Tweede Kamer van 150 naar 100 leden en een verkleining van de Eerste Kamer van 75 naar 50 leden.[44]

Samenstelling[bewerken]

Het kabinet-Rutte bestaat uit twaalf ministers (inclusief minister-president en minister van Algemene Zaken Rutte) en acht staatssecretarissen. De VVD en het CDA leveren beide zes ministers en vier staatssecretarissen.[45]

Ministers[bewerken]

Ministerie Minister Partij Opmerking(en)
Minister-president (MP), minister van Algemene Zaken (AZ)
Nederlandse minister-president en minister van Algemene Zaken Mark Rutte
Mark Rutte (1967) VVD
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
Minister Piet Hein Donner van Binnenlandse Zaken
Piet Hein Donner (1948) CDA Tot en met 16 december 2011
Minister Liesbeth Spies van Binnenlandse Zaken
Liesbeth Spies (1966) CDA Vanaf 16 december 2011
Minister van Buitenlandse Zaken (BuZa)
Nederlands minister van Buitenlandse Zaken (Foreign Affairs) Uri Rosenthal
Uri Rosenthal (1945) VVD
Minister van Defensie (Def.)
Hans Hillen
Hans Hillen (1947) CDA
Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I)
Minister van ELI Maxime Verhagen
Maxime Verhagen (1956) CDA Tevens vicepremier
Minister van Financiën (Fin.)
Minister van Financiën Jan Kees de Jager
Jan Kees de Jager (1969) CDA
Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (II&A)
Nederlandse minister voor Immigratie en Asielzaken Gerd Leers
Gerd Leers (1951) CDA Minister zonder portefeuille
Minister van Infrastructuur en Milieu (I&M)
Infrastructuur en Milieu
Melanie Schultz van Haegen (1970) VVD
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt
Marja van Bijsterveldt (1961) CDA
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Minister van SZW
Henk Kamp (1952) VVD
Minister van Veiligheid en Justitie (V&J)
Minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten
Ivo Opstelten (1944) VVD
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
Edith Schippers
Edith Schippers (1964) VVD

Staatssecretarissen[bewerken]

Staatssecretariaat Staatssecretaris Partij Opmerking(en)
Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (BuZa)
Nederlands staatssecretaris Knapen van Buitenlandse Zaken
Ben Knapen (1951) CDA Mag in het buitenland de titel 'minister' voeren[46]
Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI)
Staatssecretaris van ELI
Henk Bleker (1953) CDA Mag in het buitenland de titel 'minister' voeren[46]
Staatssecretaris van Financiën (Fin.)
Staatssecretaris van Financiën
Frans Weekers (1967) VVD
Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (I&M)
Staatssecretaris van infrastructuur en milieu
Joop Atsma (1956) CDA
Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Nederlandse staatssecretaris voor OCW
Halbe Zijlstra (1969) VVD
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Staatssecretaris van SZW Paul de Krom
Paul de Krom (1963) VVD
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (V&J)
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven
Fred Teeven (1958) VVD
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
Nederlandse staatssecretaris van VWS
Marlies Veldhuijzen van Zanten (1953) CDA

Personele wijzigingen[bewerken]

Bronnen

Verwijzingen

  1. Brinkman stapt uit PVV-fractie, nu.nl, 20 maart 2012.
  2. Kabinet Rutte gevallen
  3. Rutte biedt ontslag kabinet aan. Rijksoverheid, Nieuwsbericht, 23 april 2012.
  4. Eindverslag www.rijksoverheid.nl
  5. Twee op de drie CDA-leden voor regeerakkoord. NRC (2 oktober 2010) Geraadpleegd op 2 oktober 2010
  6. Regeerakkoord en gedoogakkoord gepresenteerd
  7. Persconferentie van formateur Mark Rutte (video). NOS (8 oktober 2010) Geraadpleegd op 8 oktober 2010
  8. a b Persconferentie formateur Rutte 7 oktober 2010 (klik op "Uitgeschreven tekst"). Bureau woordvoering kabinetsformatie (8 oktober 2010) Geraadpleegd op 8 oktober 2010
  9. Rutte klaar met eerste ronde ministers. NOS (8 oktober 2010) Geraadpleegd op 8 oktober 2010
  10. Regeringsverklaring. Rijksoverheid.
  11. Rutte: verschil tussen Turkse en Zweedse pas, NRC Handelsblad, 27 oktober 2010
  12. Belastingplan 2011 aangenomen en overig nieuws, Eerste Kamer der Staten-Generaal, 21 december 2010.
  13. http://www.verzekeringsnieuws.nl/artikel/25174-kabinet-telt-knopen-en-buigt-voor-senaat
  14. Belastingplan 2011, Eerste Kamer der Staten-Generaal, 21 december 2010
  15. Eerste Kamer verwerpt patiëntendossier, NU.nl, 5 april 2011.
  16. Kabinet kan door met gedoogsteun van SGP, Trouw.nl, 23 mei 2011.
  17. De wijziging Wet personenvervoer 2000 verworpen, website Eerste Kamer, 8 mei 2012
  18. Kamerstukken (32500)
  19. Cohen doet de deur dicht; geen deals meer met minderheidskabinet-Rutte, de Volkskrant, 21 januari 2012.
  20. Bestrijding internationaal terrorisme, Brief van de ministers van Buitenlandse Zaken, van Defensie, van Veiligheid en Justitie, en van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Kamerstukken 27 925 nr. 415, 7 januari 2011.
  21. Bestrijding internationaal terrorisme, Brief van de ministers van Buitenlandse Zaken, van Defensie, van Veiligheid en Justitie, en van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Kamerstukken 27 925 nr. 419, 27 januari 2011.
  22. Meerderheid Tweede Kamer voor politiemissie Kunduz, Elsevier, 28 januari 2011.
  23. Rutte: Schuin oog naar SGP, Reformatorisch Dagblad, 2 oktober 2010
  24. SP dient motie van afkeuring in, DePers.nl, 17 augustus 2011.
  25. Zwaar weer voor Europese economie - Tweede Kamer der Staten-Generaal
  26. Rutte en oppositie weer samen in redding euro - Binnenland
  27. Plenaire vergadering - Tweede Kamer der Staten-Generaal
  28. Steun voor extra financiële hulp aan Griekenland
  29. NOS.nl - 5 maart 2012, Eerste dag van bezuinigingsoverleg
  30. Overleg Catshuis onderbroken, NU.nl, 28 maart 2012.
  31. Catshuis overleg is mislukt, NOS Nieuws, 21 april 2012.
  32. Het ontbrak de PVV aan wil, de Telegraaf, 21 april 2012.
  33. Verklaring minister-president Rutte na afbreken onderhandelingen VVD, CDA en PVV. Rijksoverheid, Nieuwsbericht, 21 april 2012.
  34. [1] Doorreking Catshuispakket.
  35. Procedure controversiële onderwerpen
  36. Lijst controversieel verklaarde onderwerpen
  37. Lijst van controversiële onderwerpen zoals vastgesteld door de Kamer op 23 oktober 2012
  38. http://www.tweedekamer.nl/nieuws/kamernieuws/newspage2008_bezuinigingspakket_2013.jsp#0
  39. Nederlandse Stabiliteitsprogramma 2012, de verplichte jaarlijkse rapportage aan de Europese Commissie en de Raad van Europa over de stand van zaken met betrekking tot de overheidsfinanciën; voor een deel komen de maatregelen overeen met die van de eerdere pakket maatregelen, waarover in de toelichting meer details staan.
  40. Oppositie zet vraagtekens bij houdbaarheid bezuinigingspakket
  41. Raad van State negatief over verkleinen parlement Parlement & politiek, 12 juli 2012
  42. Raad van State ziet niets in voorstel verkleining parlement NRC, 12 juli 2012
  43. Kabinet zet verkleining parlement door De Volkskrant 13 juli 2012
  44. [2] Rijksoverheid, Kabinetsplannen kleinere Tweede en Eerste Kamer
  45. Rutte benoemd tot formateur. De Telegraaf (7 oktober 2010) Geraadpleegd op 7 oktober 2010
  46. a b Parlement & Politiek
  47. Donner naar Raad van State, NU.nl, 16 december 2011.