mm Hg
mm Hg of mmHg (spreek uit millimeter kwik, millimeter kwikkolom of millimeter kwikdruk) of torr (naar Evangelista Torricelli) is een verouderde eenheid voor het aangeven van de mate van druk.
De term kwikdruk met als eenheid cmHg werd in het verleden gebruikt voor het aantal centimeters kwikdruk. Voor de bloeddruk is dat nauwkeurig genoeg.
Het begrip torr wordt tegenwoordig nog veel gebruikt in de techniek, voor het meten van zeer lage drukken, bijna vacuüm.
Definitie en conversiefactoren [bewerken]
De officiële SI-brochure geeft geen definitie maar vermeldt slechts 1 mmHg ≈ 133,322 Pa. Het Meeteenhedenbesluit definieert 1 mmHg = 133,322 Pa.
Afhankelijk van de definitie geldt exact of bij benadering:
1 mm Hg = 1/760 atmosfeer = 101.325/760 Pa = 20.265 / 152 Pa
133,322 368 Pa.
Het verband tussen een millimeter kwikdruk en Pa: de standaard luchtdruk op zeeniveau bedraagt 760 mm kwikkolom.

- p = 13595 kg/m³ * 0,76 m * 9,8067 N/kg
- p = 101324,79 N/m²
- p = 101324,79 Pa
- p = 1013,25 hPa of 1013,25 mbar ((m)bar is geen SI-eenheid)
Barometer [bewerken]
Het meten van luchtdruk met behulp van een kolom kwik is eenvoudig en wordt nog steeds toegepast. De normale atmosferische luchtdruk bedraagt rond de 760 mm Hg. In een traditionele barometer voor het meten van luchtdruk bevindt zich een kwikkolom met daarboven een vacuüm. Het vacuümgedeelte kan uitzetten of krimpen aan de hand van de luchtdruk. Modernere kwikbarometers leest men af in millibar.
De reden dat kwik gebruikt wordt, is dat het veel zwaarder is dan andere vloeistoffen, zoals water. De kolom om de druk te meten kan daardoor veel korter zijn. Zo is een barometer van 80 cm lang ruim voldoende. Met water gevuld zou de barometer wel zo'n 10 meter lang moeten worden.
Omdat kwikdamp ongezond is bij inademen, wordt het gebruik van kwik ontmoedigd.
Bloeddruk [bewerken]
In de geneeskunde wordt de bloeddruk ook tegenwoordig nog algemeen in mm Hg uitgedrukt, hoewel de kwikbloeddrukmeter inmiddels nagenoeg verdwenen is en vervangen door elektronische meetapparatuur. In bloeddrukmeters werd vroeger, net als bij de barometer, een kwikkolom gebruikt voor het bepalen van de bloeddruk, waarbij de druk alleen bij hypertensie boven de 200 mm Hg kan uitkomen.
