Moezelfrankisch
Moezelfrankisch is een van de vormen van het Middelfrankisch en dus behorend tot het Westmiddelduits. Het is genoemd naar de rivier de Moezel.
Afbakening [bewerken]
Het taalgebied van het Moezelfrankisch is door Georg Wenker gedefinieerd als het gebied binnen de Rijnlandse waaier dat in het noordwesten begrensd wordt door de Bad Honnefer linie (de dorp/dorf isoglosse) en in het zuidoosten door de Sankt-Goarse linie (de dat/dass isoglosse). Het wordt gesproken in grote delen van Rijnland-Palts en het westen van Saarland. Lokale vormen van het Moezelfrankisch zijn bijvoorbeeld het Triers, enkele Eifelse dialecten, het tevens in Rijnland-Palts gesproken Untermosellanisch en het West-Westerwäldisch. Ook het dialect van de stad Siegen in Westfalen wordt als Moezelfrankisch beschouwd, en heeft de specifieke naam Siegerländisch. In België sluit het aan in het zuidelijke deel van de Oostkantons.
Het Luxemburgs (Lëtzebuergesch) wordt tegenwoordig als afzonderlijke taal beschouwd. Ook in de omgeving van het Belgische Arlon wordt Luxemburgs gesproken. In 1990 heeft de Franse Gemeenschap dat onder de naam 'Francique' (Frankisch) als regionale taal erkend.
In Frankrijk wordt het Moezelfrankisch in noord-Lotharingen gesproken (Lotharings Frankisch. De noordelijke, Luxemburgse variant wordt Francique luxembourgeois genoemd, de zuidoostelijke variant heet Francique mosellane.
Kenmerken [bewerken]
Het Moezelfrankisch kent specifieke uitdrukkingen die aan het Engels doen denken, zoals Ma get fit ("Men wordt fit") ("gaan" heeft hier de betekenis van "worden"). Verder vallen woorden als Knäipschinn op, waarvan het eerste deel verwant is met het Engelse knife (Oudnederlands: knijf). De Duitse voornaamwoorden er en íhn ("hij", "hem") luiden in de Vooreifel hii en hiin. De Moezelfranksiche dialecten kennen daarnaast ook Franse leenwoorden, al dan niet in aangepaste vorm, zoals trottoir en loo ("daar"; vgl. het Franse là). Verder worden veel inheemse Duitse woorden net iets anders uitgesproken dan in het Standaardduits, bijvoorbeeld:
| Moezelfrankisch | Hoogduits | Nederlands |
|---|---|---|
| Musel | Mosel | Moezel |
| äisch [[ɛɪʃ]?] | ich | ik |
| dou [[dɔʊ]?] | du | jij |
| dat, daat | das, dass | dat |
| träi [[tʁɛɪ]?] | drei | drie |
| Döppen [[døpən]?] | Topf | pan |
| Döppschi, -e [[døpʃɪ]?] /[[døpʃə]?] | Töpfchen | pannetje |
| Päad [[pɛːɐt]?] | Pferd | paard |
| Schaiapoart [[ʃaɪapoɐt]?] | Scheunentor | schuurdeur |
| Koa(r) [[kɔɐ]?] | Karre | kar |
| Schaaf | Schrank (n) | kast |
| Schoof [[ʃɔːf]?] | Schaf | schaap |
| Gudde Moien! / Goode Morje! | Guten Morgen! | Goede morgen!/ Goeiemorgen! |
| Kuundel / Koondel / Köndel / Kändel | Regenrinne | dakgoot |
| Krœnen [[kʁœːnən]?] | Kran, Wasserhahn | kraan |
| hann / hänn / hunn / hönn | haben | hebben |
| genn, jewe | geben | geven |
| kräeje, krien, kreen | kriegen, bekommen- | krijgen |
| ginn | werden | worden/zullen |
Verwante dialecten [bewerken]
Nauw verwant aan het Moezelfrankisch zijn het Lotharings Frankisch (dat ook wel als een vorm van Moezelfrankisch mag worden beschouwd), het in Arlon en omstreken gesproken Duitse dialect, het West-Paltsisch en het in Zuid-Amerika gesproken Riograndenser Hunsrückisch. Ook de taal van de Siebenburgen Sachsen in het Roemeense Transsylvanië (Siebenburgen of Zevenburgen) is sterk verwant met het Moezelfrankisch. Tijdens de voorbereidingen van Sibiu 2007, Culturele Hoofdstad van Europa (samen met Luxemburg) kon de Groothertog tot zijn verbazing vlot converseren met Klaus Johannis, de burgemeester van Sibiu (Hermannstadt).
| Talen en dialecten van de Rijnlandse waaier |
|---|
|
Zuidelijk-Centraal Nederfrankisch · Zuid-Nederfrankisch · Ripuarisch · Moezelfrankisch · Rijnfrankisch |