Mohamed Amezian

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mohand Amezian

Mohamed Ben Elhaj Mohamed Ben Haddo Ben Ahmed Ben Abdessalam Ben Saleh, beter bekend als Mohand Amezian(محند امزيان); of Cherif Mohamed Amezian (الشريف محمد امزيان) (Azghenghen, Marokko, 1859) was een van de eerste Riffijnse strijders die weerstand bood tegen de Spaanse bezetting en vervolging in Noord-Marokko.

Naam en familie[bewerken]

Cherif Mohamed Amezian, stichter van Zawiyat Azghenghen dankt de titel “Cherif” aan zijn afkomst. Zijn familie beweerde af te stammen van de Hammudiden die onder de Qaliat Berberstam leefden. 'Amezian' betekent simpelweg 'kleine' in het Berbers. Zijn familie creëerde de Zawiya Al Qadiria die ook bekend is bij de Zawiya van Sidi Ahmed o Abdsalam in Azghenghen. Beide liggen ze in de buurt van Ait Bouifrour en zijn ze een van de vijf takken die de Qaliat stam bevat. De familie van Cherif Mohamed Amezian had een grote invloed op de stam vanwege zijn edele afkomst. De familie onderscheidde zich in sociale communicaties zoals eeuwige verzoeningspogingen, het oplossen van conflicten en het voorkomen van rellen.

Zijn leven en werk[bewerken]

Volgens de meeste overleveringen is hij geboren in 1859 of 1860. Deze twee jaren dateren terug naar de Tétouan oorlog die de overwinning van Spanje op Marokko getuigde. Hij leerde de Koran uit zijn hoofd in de zawia die door zijn vader in Azghenghen werd geleid. Tussen 1887 en 1891 studeerde hij aan de Al-Qaraouiyin moskee in Fes. Na het afronden van zijn studie keerde hij terug naar zijn geboorteplaats, Azghenghen. Hij bleef niet bij de zawia zoals destijds gewoon was en tevens inhield dat zijn inkomen afhankelijk was van geschenken en liefdadigheden. Hij handelde echter in goederen, koeien en vee tussen de Rif en Algerije. Dankzij zijn hoge integriteit, vroomheid en goede manieren, naast zijn verstand, overtuigingskracht en edele afkomst keerden de meeste Riffijnse immigranten die in de koloniale boerderijen in Algerije werkten aan zijn zijde om door hem en zijn onschendbaarheid beschermd te worden. Ze reisden ook met hem om de gevaren van de reis te vermijden. Onder de Riffijnen was bekend dat hij "Azetat", dat wil zeggen iemand die de volledige veiligheid naar de reizigers verzekert was. Ze staken met hem de rivier van Melouia over die grote aantallen reizigers had meegevoerd in zijn stroom. Op deze manier maakte hij nieuwe communicaties en smeedde hij samenwerking met verschillende Riffijnse stammen. De strijd van Mohamed Amezian kan in twee onderdelen worden verdeeld. De confrontatie met Jilali Zerhouni Bohmara en de weerstand tegen het Spaanse leger.

Zijn positie op Jilali Zerhouni Bouhmara[bewerken]

Mohand Amezian was een van de eersten die aandacht schonk aan de samenzwering van Jilali Zerhouni en de buitenlanders tegen de Riffijnen. Hij was vastberaden hem te ontmaskeren door samen met Riffijnse stammen campagnes tegen hen te lanceren. Zerhoni probeerde hem begin 1907 te arresteren, maar Mohand Amezian was in staat om te ontsnappen en nam toevlucht tot het Marokkaanse leger nabij Melilia. Hij vocht mee met zijn soldaten toen zij probeerden de opstand van Bohmara in het oostelijke gebied te overvleugelen. De reusachtige aantallen waar Bohmara over beschikte versloegen de zwakkere Makhzen in 1907. De rest van het leger inclusief Cherif Mohamed Amezian zocht toevlucht in Melilia in begin 1908.

Tijdens de overheersing van Zerhoni over de oostelijke Rif stichtte hij een Spaanse en een Franse autoriteit om het ijzer en lood te vervoeren uit de mijnen in Bouifror. Daarvoor werden twee spoorweglijnen tussen de mijnen en Melilia aangelegd. Na de verpletterende nederlaag van Bohmara door de Ait Waryaghel stam keerde hij teruggekeerd naar het oosten. Daar zag Bohmara in oktober 1908 bitter toe hoe de oostelijke Riffiijnse stammen Cherif Mohamed Amezian anoniem hadden gekozen als hun leider. De stammen belemmerden de uitbuiting van mijnen en de spoorwegprojecten van Bohmara. Zo werd Bohmara gedwongen zich terug te trekken uit Selouan aan het einde van 1908.

De Riffijnse weerstand tegen Spaanse kolonisatie[bewerken]

Spanje profiteerde van de opstand van Jilali Zerhoni, de anarchieën in het oostelijk gebied en de bestaande vijandelijkheid die tussen Riffijnse stammen. In februari en maart van 1909 bezetten de Spanjaarden Arkman (Restinga) en Sidi Elbachir (Ras Elma). De aanleg van de spoorwegen werd hervat en de mijnen werden weer uitgebuit. Spanje haalde ook voordeel uit de groeiende invloed van bondgenote in het gebied. Deze stammen werden gefinancierd en voorzien van de nieuwste artillerie. Ze steunden de Spaanse invallen openlijk en probeerden zelfs stammen van de voordelen van de Spaanse invallen te overtuigen.

Amezian verzette zich vurig tegen de Spaanse invasie en weigerde alle aanbiedingen van de militaire bestuurder van Melilia generaal José Marina. Hij ontmoette de Riffijnse stammen en vergaderde met onder andere Alfeqih Mohamed Hado Alazouzi over de weerstandkwestie. Cherif Mohamed Amezian moest wachten tot het einde van het landbouwseizoen. Dan hadden de boeren hun gewassen verbouwd en keerden seizoenimmigranten terug uit Algerije. Op 9 juli 1909 viel de oppositie Sidi Mosa aan en kwam er een eind aan de verschillende meningen en aarzeling die onder de stammen heersten.

Spanje verloor in deze oorlog een kolonel, een luitenant, twee eerste luitenants, een kapitein en meer dan 40 soldaten. Daarnaast waren er ook nog eens 234 gewonde soldaten van verschillende rangen. Op 27 juli 1909 in de strijd van "Aghazar n Ouchen" 4 km van Melilia versterkte Spanje zijn troepenmacht onder het leiderschap van generaal Buentos naar meer dan 46 000 soldaten en officieren met de nieuwste artillerie. Generaal Buentos sneuvelde samen met 700 soldaten.

Deze nederlaag heeft het Spaanse leger dat met meer dan 40 000 soldaten onder het leiderschap van de generaals Alfaro, Tobar en Miralis niet afgeschrikt. Op 20 september 1909 vallen ze het gebied van de ait chigar stam aan. Met als gevolg nog een nederlaag in de Ijdyawen,. de Spaanse troepen konden ondanks hun grote aantallen niet in de weg staan van de sterke wil van de Imjahden (strijders) onder het leiderschap van Mohamed Amezian.

De organisatie van de Riffijnse weerstand in deze periode werd door een geweldige structuur gemarkeerd. Elke Riffijnse stam leverde een aantal van zijn mannen om zo permanent het bolwerk van Imjahden te voorzien van mannen. Elk stam was vrij in de organisatie en het vervangen van zijn mannen en om hen van munitie te voorzien. De mannen in het bolwerk ontstaken ‘s nachts het vuur als zij de voortekens van vijandige aanvallen waarnamen. Bij het zien van het vuur bij een andere stam ontstaken zij eveneens het vuur zodat alle stammen zich ervan bewust zijn dat zij zich moeten haasten naar de frontlinies van Imjahden om deel te nemen aan de strijd.