Mokume-gane

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mokume-patronen
Mokume-patronen
Blok-Mokume-gane

Mokume-gane is een oude Japanse smeedtechniek die haar naam dankt aan haar uiterlijk: Mokume betekent houtnerf en gane metaal. Het is een versieringstechniek die niet vaak in de edelsmeedkunst wordt toegepast in verband met de arbeidsintensiviteit.

Itame-gane is houtnerf met ogen, terwijl Masame-gane evenwijdige lijnen betekent.

Geschiedenis[bewerken]

In het oude Japan was het sieraad, zoals wij dat kennen onbekend. De edelsmeedkunst legde zich hier toe op het vervaardigen van rijk versierde zwaardmontages. Het bekendst hiervan zijn de Tsuba's, stootplaten, door de KINKO's (edelsmeden) in non-ferro-metalen uitgevoerd. Hierin had men een zeer hoge graad van perfectie bereikt.

Een Japanse edelman bespaarde niet op zijn wapens. Zwaard en montage moesten van een uitmuntende kwaliteit zijn. Deze zwaarden werden gemaakt van damaststaal, de oorsprong van het Mokume. Behalve Mokume-Gane waren ook Intarsia en Damasceen gebruikte technieken bij deze zwaardmontages.

Mokume-gane vond waarschijnlijk zijn oorsprong in de vroege Edoperiode (1603-1867). In het plaatsje Akita in het noorden van Japan was het de edelsmid Shoawi Denbei die voor het eerst lagen "Shakudo"(koper/goud-legering) en "Suaka"(koper) op elkaar welde om er zwaardmontages van te vervaardigen. Analoog aan de vervaardiging van Mokume-gane door Shoami in de Edoperiode, was er de bekende familie Takahashi die zich ook bezighield met het vervaardigen van Mokume-gane voor toepassing in zwaardmontages.

Het proces[bewerken]

De gebruikte hechtingsmethode bij Damaststaal berust op het welproces en is gebaseerd op het principe van diffusie en werd voorheen al toegepast bij de vervaardiging van het lemmet van het zwaard. Deze methode is gebaseerd op het aan elkaar smeden van verscheidene lagen staal van onderling verschillende samenstelling.

Na het uitsmeden van dit blok wordt het gevouwen en opnieuw aan elkaar geweld. Dit proces wordt steeds herhaald en het aantal lagen kan oplopen tot 32.000. Hierdoor ontstaat er een heel fijne structuur in de Hada van het zwaard. Dit lijnenspel of "houtnerf" is ook goed waar te nemen in de Javaanse kris. Deze lagen structuur in het metaal was eigenlijk bedoeld om de verbetering van de scherpte, weerstand en flexibiliteit van zwaarden te verhogen.

Bij het maken van Mokume worden verschillende lagen non-ferrometaal, zoals goud, platina, koper, zilver, messing, tombak, Shakudo, Shibuichi gebruikt, door middel van temperatuur (oven of vlam) en druk (door middel van een klem) worden deze lagen metaal aan elkaar gesmolten (welproces)tot een groot blok Mokume. Door een verspanende bewerking zoals boren, frezen, vijlen, etsen, afwisselend met het dunner smeden van de blok Mokume, ontstaan er aan de oppervlakte van dit metaal patronen die de indruk geven van een in de natuur ontstaan metaal.

Omdat de smid het blok Mokume-gane telkens met de hand dunner moet smeden, is dit een zeer arbeidsintensieve techniek. Alleen als het blok 2 tot 3 mm dun gesmeed is, kan daarna met de wals geplet worden. De lijnen en patronen in het oppervlak van het metaal hebben een sterk organisch karakter. Door het metaal te oxideren of te behandelen met een speciaal soort beits ontstaat er meer contrast tussen de verschillende lagen metaal.

Toepassing tegenwoordig[bewerken]

Heden ten dage zijn er maar een paar edelsmeden die zich met deze techniek bezighouden. Vooral Japanners zijn hierin gespecialiseerd.

Tetsuji Shindo's werk is zeer indrukwekkend. Meestal vervaardigt hij een blok Mokume-gane bestaande uit 20 lagen van 2mm. dik Koper en Shakudo (4% goud en 96% koper). Het blok wordt heet gesmeed tot ongeveer 8mm. dik waarna de patronen gebeiteld worden. Meestal vervaardigt Shindo grotere voorwerpen in de vorm van vazen.

Een andere bekende Edelsmid is Masahisa Yagihara die op een andere wijze zijn mokume-gane vervaardigt. De legering wordt apart gesmolten en op elkaar uitgegoten in een koperen doos. Norio Tamagawa is de laatste in deze Japanse rij, en hij vervaardigt zijn werk op min of meer dezelfde wijze als Shindo hij doet dit met minder lagen, maar wel dikker, hij gebruikt 10 tot 15 lagen van 3mm. dik.

Rond 1970 was er een grote expositie in het Mitsukoshi-warenhuis in Tokyo, het betrof hier werk van Gyokomei Shindo. Prachtige vazen opgetrokken uit Mokume-gane-plaat. De catalogus van deze tentoonstelling is het uitgangspunt geweest voor een aantal westerse edelsmeden om deze hier vrij onbekende techniek opnieuw tot leven te brengen.

Gene Pijanowski en Hiroko Sato Pijanowski in Amerika, en Alistair McCallum uit Engeland, en van iets latere datum Louis Hankart uit Nederland zijn zonder dat ze dit van elkaar wisten bezig geweest met experimenten betreffende het welproces en Mokume-gane. Door publicaties en persoonlijke contacten zijn ervaringen uitgewisseld waardoor alles in een stroomversnelling terecht is gekomen.

Tegenwoordig zijn er verschillende goud- en zilversmeden die zich hebben gespecialiseerd in deze techniek, waaronder: Steve Midgett, James Binnion, Stephen Walker, Ian Ferguson, John Marshall uit Amerika. Hansruedi Spillmann uit Zwitserland. Jan van Nouhuys, Eduard Cohen, Birgit Doesborg en Katinka Stelder uit Nederland, Tijmen Sarneel uit Kazachstan, Markus Eckardt, Norbert Rentschler uit Duitsland en Jason Ree uit Australië.

Literatuur[bewerken]

  • Mokume-gane, Auteur: Ian Ferguson, zie [1]
  • Mokume Gane - A Comprehensive Study, Auteur: Steve Midgett, zie [2]
Bronnen, noten en/of referenties