Moldavische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Република Аутономэ Советикэ Cочиалистэ Молдовеняскэ
Молдавская Автономная Советская Cоциалистическая Республика
Onderdeel van de Sovjet-Unie
 Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek 1924–1940 Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek 
Moldavische Socialistische Sovjetrepubliek 
Flag of Moldavian Autonomous Soviet Socialist Republic.svg Coat of Arms of Moldavian ASSR (1938-1940).png
Kaart
██ Moldavische ASSR

██ Moldavische ASSR

Algemene gegevens
Hoofdstad van 1924 tot 1928 Balta, van 1928 tot 1928 Birzoela, van 1929 tot 1940 Tiraspol
Oppervlakte 8.100 km²
Bevolking 572.339
Talen Russisch, Oekraïens, Moldavisch

De Moldavische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek (Moldavisch: Република Аутономэ Советикэ Cочиалистэ Молдовеняскэ, Republica Autonomă Sovietică Socialistă Moldovenească; Russisch: Молдавская Автономная Советская Cоциалистическая Республика) was van 1924 tot 1940 een autonoom deel van de sovjetrepubliek Oekraïne. Het grondgebied besloeg een strook langs de rivier de Dnjestr en had een gemengd Oekraïens-Roemeense bevolking. De rivier vormde de grens met Bessarabië in Roemenië, dat de Sovjet-Unie opeiste. De USSR zette met de oprichting van de Moldavische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek deze aanspraak kracht bij.

De hoofdstad was van 1924 tot 1929 Balta en nadien Tiraspol. In 1940 voegde Stalin een deel van het gebied bij Bessarabië, dat hij van Roemenië had afgedwongen, en ontstond de sovjetrepubliek Moldavië. Dit gedeelte, waartoe ook Tiraspol behoort, vormt nu binnen de republiek Moldavië de regio Transnistrië. De rest van de Moldavische ASSR verloor in 1940 zijn autonomie en werd een integraal deel van de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek. Dit gedeelte, met de eerste hoofdstad Balta, ligt nu in de republiek Oekraïne.

Geschiedenis[bewerken]

Voor de autonome republiek[bewerken]

Tijdens de Russische Burgeroorlog ging de heerschappij van het gebied twaalf keer over en weer tussen het Witte Leger en het Rode Leger, Kozakken, Oekraïense milities en rondtrekkende hordes bandieten. Na de overwinning van het Rode Leger in 1920 werd het gebied onderdeel van de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek.

De autonome sovjetrepubiek ontstond toen er een aangetekende brief van de Bolsjewistische activisten Grigore Kotovski, Bădulescu Alexandru, Pavel Tcacenco, Solomon Tinkelman, Alexandru Nicolau, Alexandru Zalic, Ion Dic Dicescu, Theodor Diamandescu, Teodor Chioran, en Vladimir Popovici uit Besserabije kwam met het plan om een autonome republiek in de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek te creëren. Deze brief zorgde voor een dispuut tussen hen en de minister van Buitenlandse Zaken, Georgi Tsjitsjerin die bang was dat de oprichting van de autonome republiek te kort na de burgeroorlog kwam en tot een "groeiend Roemeens chauvinisme" zou leiden. Kotvinski vond dat een nieuwe republiek de communistische ideeën in Bessarabië zou verspreiden en dat zelfs Roemenië en de hele Balkan communistisch kon worden. Op 7 maart werd besloten dat er de Moldavische Autonome Oblast in de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek opgericht werd. Op 24 maart 1924 werd de autonome oblast opgericht.

De oprichting van etnische republieken was een normale politiek in de Sovjet-Unie in die tijd en met de oprichting van de Moldavische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek zijn greep op Bessarabie kon behouden.

Voor de Sovjets was de republiek een manier om de harten van de Bessarabiërs in Roemenië te winnen voor de communistische revolutie. Dit doel werd uitgelegd in de Izvestia van Odessa waarin de Russische politicus Vadeev dat "alle onderdrukte Moldaviers in Bessarabie de nieuwe republiek als een baken waarin het licht van menselijke waardigheid is. In Bochachers Moldaviia, Gosizdat, gepubliceerd in 1926 in Moskou, waarin staat dat "sinds de economische en culturele groei van de Moldaviers begon, het aristocratisch geleide Roemenië niet lukte om zijn positie in Bessarabie te behouden."

Bloeiperiode[bewerken]

Het gebied industrialiseerde snel en omdat er een tekort aan gekwalificeerde arbeiders was, kwam er een stroom migranten uit andere Sovjetrepublieken. De voornaamste groepen waren Oekraïners en Russen. In 1928 waren er 14.300 arbeiders, waarvan er 600 van Moldavische afkomst waren.

In december 1927 wijdde het tijdschrift Time een nummer aan de opstanden tegen de Sovjet-Unie onder boeren en fabrieksarbeiders in de steden Tiraspol en andere steden in het zuiden van de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek zoals Kamjanets-Podilsky en Mogiljow- Podilsky. Er werden Sovjettroepen naar de regio gestuurd die de opstanden onderdrukten met ongeveer 4.000 doden als gevolg. Deze incidenten werden niet vermeld in de officiële Sovjetpers.

De Collectivisatie werd in de zomer van 1931 in de Moldavische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek doorgevoerd en verliep sneller dan in de rest van Oekraïne. Het gevolg was dan 2.000 families naar Kazachstan gedeporteerd werden.

In de periode 1932-1933 heerste er net zoals in 1925 een hongersnood in Oekraïne, de Holodomor, waardoor tienduizenden burgers stierven van de honger. Tijdens de hongersnood probeerden duizenden inwoners te vluchten over de rivier de Dnjestr met het risico om neergeschoten te worden. Het meest bekende geval hiervan vond plaats op 23 februari 1932 toen bij het dorp Olăneşti 40 personen werden vermoord. Deze gebeurtenis werd door overlevenden verteld aan Europese kranten De sovjes noemden dit een ontsnapping van "koelakse elementen vermomd als Roemeense propaganda"

Op 30 oktober 1930 werden er vanuit een studio in Tiraspol uitzendingen in het Roemeens gedaan op de radio in de Sovjet-Unie van 4 kW, waarvan het belangrijkste doel was om anti-Roemeense propaganda in Bessarabij tussen de Prut en de Dnjester te verspreiden. Er werd in Tiraspol in 1936 door M. Gorky die een groter deel van Moldavië zou beslaan. De Romanian Radio Broadcasting Company begon in 1937 met het opzetten van Radio Basarabia om de Sovjetpropaganda tegen te werken.

Opheffing[bewerken]

Op 26 juni 1940 stelde de Sovjetregering een ultimatum aan de Roemeense minister om Bessarabie en Noordelijke Boekovina. Italië en Duitsland hadden een stabiel Roemenië nodig om toegang tot de olievelden te verkrijgen en koning Carol II stemde hiermee in. Zonder uitzicht op hulp van Frankrijk of Groot-Brittannië droeg hij de gebieden aan de Sovjet-Unie over. Op 28 juni staken de Sovjettroepen de Dnjester over Bessarabie en de NoordelijkeBoekovina. En de Hertsa. Gebieden waar de Oekraïners etnisch in de meerderheid, zoals in Noordelijke Boekovina en in delen van Holin, Akkerman en Izmajil en de aangrenzende gebieden met een Roemeense meerderheid, zoals de Hertsa werden geannexeerd door de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek. Het grensgebied van de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek rond de Donaudelta en de Zwarte Zee waren nu onder controle van een stabiele Sovjetrepubliek.

Op 2 augustus 1940 richtten de Sovjets de Moldavische Socialistische Sovjetrepubliek op. Het gebied bestond uit zes delen van Bessarabie die samengevoegd werden met het westelijke deel van de Moldavische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek waardoor de autonome republiek opgeheven werd.

Geografie[bewerken]

De Moldavische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek ontstond uit gebied dat voorheen geregeerd werd vanuit Odessa en Podolië in Oekraine. De republiek behelsde 2% van het grondgebied en de bevolking van de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek.

De oblast bestond bestond uit vier oblasten met een Moldavische meerderheid.

  • Rîbnița – 48,748 inwoners waarvan 25,387 Moldaviërs – 52%
  • Dubăsari – 57,371 inwoners waarvan 33,600 Moldaviërs- 58%
  • Tiraspol – bijna uitsluitend Moldaviërs
  • Ananyiv – 45,545 inwoners waarvan 24,249 Moldaviers- 53%

Op 8 oktober 1924 werd de status van de oblast verheven tot autonome republiek, inclusief gebieden met een kleine Moldavische bevolking zoals in Balta waar maar 2.52% Moldaviers woonden.

De beoogde hoofdstad was de "tijdelijk bezette stad Chisinau". Ondertussen werd er een voorlopige regering in Balta en die werd in 1929 naar Tiraspol. Dit bleef tot de bezetting van de Moldavische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek onderdeel werd van de Moldavische Socialistische Sovjetrepubliek in 1940.

Demografie[bewerken]

Etnische samenstelling in 1926

De bevolking van de Moldavische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek bestond voornamelijk uit een gemengde bevolking van Oekraïners (46%) en Moldaviërs (32%). De republiek had 545,500 inwoners en haar oppervlakte was 8,677 km². De republiek bestond uit 11 rayons die lagen op de linkeroever van de Dnjester. Bij de volkstelling in 1926 bestond de republiek uit 572,339 inwoners. 85.000 Moldaviers bleven in de Oekraïne buiten het grondgebied van de Moldavische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek.

Bevorderen van een Moldavische identiteit[bewerken]

De wekelijkse krant Plugarul Roşu (De rode boer) die op 1 juli 1924 voor het eerst verscheen in de Moldavische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek

De teneur dat het Moldavisch verschilde van het Roemeens werd in de Moldavische republiek gepromoot. Moderne taalkundigen zijn het erover eens dat er een klein verschil is tussen de twee talen en dat het verschil in accenten en woordenschat ligt. De republiek promootte Irredentisme jegens de Roemenië met de claim dat Moldaviërs in Bessarabië werden "verdrukt door Roemeense imperialisten".

Als onderdeel van een streven om de taal en de cultuur in de Moldavische Sovjetrepubliek, de "socialistische Moldavische cultuur", zo ver mogelijk verwijderd te houden van de "bourgeoise Roemeense cultuur", werd een hervormde Moldavische variant van het Cyrillisch gebruikt in plaats van het Latijn dat in Roemenië het officiële schrift was. De taalkundige Leonid Madan kreeg de taak om een nieuwe literaire standaard te bedenken die gebaseerd was op de Moldavische dialecten uit Bessarabië en Transnistrië aangevuld met Russische woorden en leenwoorden.

In 1932 was er in de Sovjet-Unie een trend om alle talen in het Latijnse alfabet om te zetten. Als gevolg hiervan werd de Roemeense taal geïntroduceerd op Moldavische scholen en in openbare gebouwen. De boeken van Madan warden uit de bibliotheken verwijderd en vernietigd. De beweging bestond slechts korte tijd, omdat in de tweede helft van de jaren 1940 weer een nieuwe trend opkwam om alle talen in de Sovjet-Unie in het Cyrillische alfabet om te zetten.

In 1937 werden vele intellectuelen in de Moldavische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek tijdens de Grote Zuivering ervan beschuldigd dat ze tegen Klassenvijanden, bourgeoise nationalist of Trotskisten waren. Deze intellectuelen werden uit hun ambt verwijderd, vervolgd en geëxecuteerd. In 1938 werd het weer verplicht om het Moldavisch in het Cyrillische schrift te schrijven en het Latijn werd verbannen. De taal die Madan bedacht had kwam niet terug, maar de nieuwe taal bleef dichter bij het Roemeens. Na 1956 werd de taal van Madan geschrapt uit de schoolboeken.

Deze politiek bleef tot 1989 bestaan. Na het opheffen van de republiek werd in de onafhankelijkheidsstrijd van Transnistrië het Cyrillisch gedwongen om zich hiermee af te scheiden van Moldavië, waar men eiste dat de taal terugkeerde naar haar wortels.

Regeringsleiders[bewerken]

Revkom
Volkscommisaris

Raadsvoorzitters[bewerken]

Centraal Uitvoerend Comité
  • 25 april 1925 – mei 1926 Griogrij Stari
  • mei 1926 – mei 1937 Jevstafij Voronovtsj (vermoord in 1937)
  • mei 1937 – juli 1938 Georgij Strezjni (actief)
Opperste Raad