Molensteenkraag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Late vorm van een molensteenkraag

Een molensteenkraag, ook pijpkraag, plooikraag of lubbenkraag genaamd, is een ronde kraag van geplooid fijn linnen batist. Later werd dit nog versierd met kant. Het dragen van een dergelijke kraag was in de 16e eeuw mode aan het Spaanse hof. Deze mode werd in de Nederlanden, die onder sterke Spaanse invloed stonden, overgenomen.

Het vervaardigen van een dergelijke kraag was niet eenvoudig. De stof moest gewassen en gesteven worden, waarna de stof gerimpeld werd of met plooien aan een boord vastgezet. Daarna werd de stof met rondzetijzers of pijperijzers in vorm gebracht. Aanvankelijk waren de geplooide kragen klein, stijf en regelmatig geplooid, maar ze werden in de loop van de jaren allengs groter, rommeliger en meer versierd. Soms was er wel 15 meter batist nodig voor een enkele kraag. De kragen werden zo groot dat ze met een metalen draadwerkje, de portefraes, moesten worden ondersteund. Dit portefraes was van metaaldraad en omwonden met zilver- of gouddraad. De mode kwam tot een einde omstreeks 1630, waarna platte liggende kragen in de mode kwamen.

De dure kragen werden gedragen door de welgestelden en waren populair bij zowel mannen als vrouwen. De laatsten moesten hun haren omhoog kammen zodat deze niet verstrikt raakten in de kraag. Heren droegen hun haren in deze periode kort, ook om niet verstrikt te raken in de plooien van de kraag.

Het Zwarte-Pietenkostuum zoals wij dat nu nog kennen is feitelijk een persiflage op de Spaanse hofdracht.

Afbeeldingsgalerij[bewerken]

Externe link[bewerken]