Mondelinge geschiedenis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Mondelinge geschiedenis of oral history zijn in het Nederlands taalgebied gebruikelijke begrippen voor een methode van wetenschappelijk onderzoek naar het verleden op basis van mondelinge overlevering. Daarbij gaat het om het systematisch verzamelen en vastleggen van individuele herinneringen door middel van reeksen vraaggesprekken. Binnen Nederlandse universiteiten worden over het algemeen de Engelse termen oral history en interview gebruikt.

Oral history-methoden kunnen delen van het verleden naar boven halen die in de collectieve herinnering of gangbare geschiedschrijving zijn verdrongen, over het hoofd gezien, of bewust buiten de boeken gehouden. In Nederland is Selma Leydesdorff, professor aan de Universiteit van Amsterdam, autoriteit op dit gebied. In Vlaanderen is prof. Bruno De Wever van de UGent, vakgroep Nieuwste Geschiedenis, een bekende naam op dit terrein.

Wetenschap[bewerken]

Tot in de achttiende eeuw was mondelinge overlevering een normale manier van geschiedschrijving. Nog in 1853 gebruikte de Franse historicus Jules Michelet oral history bij het schrijven van zijn boek 'Histoire de la Révolution française'.[1] Hij sprak met mensen die de Franse Revolutie hadden meegemaakt en zij leverden informatie die niet te vinden was in officiële verslagen en statistieken. Maar de methoden van historisch onderzoek veranderden en verhalen van individuele burgers raakten buiten gebruik als bron voor historisch onderzoek.

Dat veranderde in de zestiger jaren van de vorige eeuw. De methode kwam weer in de belangstelling, met name om geschiedenis te kunnen schrijven van maatschappelijke groepen die in het jargon van de zestiger en zeventiger jaren als 'onderdrukt' werden gezien, bijvoorbeeld arbeiders en boeren.

Een van de eerste en belangrijkste werken in de heropleving is het boek The voice of the past. Oral History van de Britse historicus Paul Thompson, uit 1968. Volgens Thompson kunnen ‘oral historians’ onderzoek doen naar zaken van maatschappelijk belang en zo de barrière wegruimen tussen wetenschap en buitenwereld. Geschiedenis moest toegankelijk worden voor 'de gewone man' en een goede manier daarbij is niet, zoals tot dan toe gebruikelijk in de "elitaire geschiedschrijving", eenzijdig over helden, politici en generaals te schrijven maar ook over 'de gewone man'.

In 1994 zette Steven Spielberg een wereldwijd project op om overlevenden van de Holocaust te interviewen en deze geschiedenis vast te leggen.[2]

Nederland[bewerken]

In Nederland deed Ben Sijes begin van de jaren vijftig onderzoek naar de Februaristaking in de Tweede Wereldoorlog door middel van interviews omdat hij hierover geen betrouwbare geschreven bronnen vond.[3] Begin jaren zeventig van de vorige eeuw vestigden feministen de aandacht op 'vrouwen' als groep die door middel van mondelinge geschiedenis zichtbaar zou kunnen worden gemaakt. Vrouwen hadden tot dan toe in de regel slechts bij hoge uitzondering plaats in de geschiedschrijving, en dan vaak als 'vrouw van'.

In Nederland is professor Selma Leydesdorff van de Universiteit van Amsterdam de meest productieve en bekende wetenschapper op dit vakgebied. Zij gebruikte de methode als één van de eersten binnen het historisch onderzoek, aanvankelijk vanuit feministisch perspectief,[4] maar in de loop der jaren kwamen daar andere groepen bij: het Amsterdams joods proletariaat, overlevenden van natuurramp, oorlogsgeweld en misdaden tegen de mensheid. Leydesdorff droeg in hoge mate bij aan de theoretische ontwikkeling van het vak en is in het internationaal wetenschappelijk discours een veelgevraagd auteur en spreker. Van haar hand verschenen diverse boeken en talloze artikelen, door haar inzet ontwikkelde het vak zich in Nederland tot een bloeiende tak van wetenschap.
In 1996 promoveerde Hanneke Willems aan het Historisch Seminarium van de Universiteit van Amsterdam met een studie naar de beleving van de Spaanse Burgeroorlog door burgers : Gedeeld verleden: Herinneringen van anarcho-syndicalisten aan Albalate de Cinca, 1928-1938.[5] Tussen 1997 en 2001 is onder de vleugels van de Stichting Mondelinge Geschiedenis Indonesië een reeks Nederlandstalige interviews afgenomen met mensen die gedurende de jaren 1930-1962 in Nederlands-Indie, Indonesië en Nieuw-Guinea woonden, om het einde van de Nederlandse coloniale aanwezigheid in Azië te documenteren.[6] Samenvattingen hiervan verschenen in het boek Memories of 'The East' van antropoloog Fridus Steijlen.[7]. Vermeldenswaard is de opmerking van professor S.O. Robson van de Monash University Melbourne: It can be observed that the majority represents a perspective that has not been much considered among historians of Indonesia from the non-Dutch academic tradition.

Vlaanderen[bewerken]

Voor het ADVN was in Vlaanderen het project mondelinge geschiedenis één van de eerste projecten door hen aangevat. Men interviewde met een wetenschappelijk gefundeerde aanpak in de periode 1984 tot 1986 een aantal personen die de geschiedenis van het Vlaams-nationalisme vanuit diverse invalshoeken meemaakten. Men werkte systematisch interviews af omtrent de (politieke) reorganisatie van het Vlaams-nationalisme na de Tweede Wereldoorlog (Vlaamse Concentratie, Volksunie), omtrent de vrouwenbeweging (o.a. over de Vrouwenbeweging voor Amnestie, i.s.m. de Federatie van Vlaamse Vrouwengroepen), omtrent de groep Nederland Een! (ontstaan, werking, organisatie enz. van de oppositiebeweging Nederland Een! en van gelijkaardige bewegingen tijdens de Tweede Wereldoorlog). Men kon steunen voor de methodologie op twee instructieteksten van prof. Bruno De Wever (over het interview en de transcriptie) en in een handleiding voor individuele en collectieve projecten (zie literatuur).

Journalistiek[bewerken]

Ook in de journalistiek wordt gebruikgemaakt van reeksen interviews om geschiedenis te vertellen maar vaak ontbreekt hier een wetenschappelijke methodiek. Het VPRO-radioprogramma Onvoltooid Verleden Tijd is een bekend voorbeeld. Voormalig OVT-eindredacteur Kees Slager publiceerde ook verscheidene boeken die mede op mondelinge overleveringen gebaseerd zijn. Ook de schrijvers Geert Mak en Hylke Speerstra zijn in dit genre actief.

Literatuur[bewerken]

  • Bois-Reymond, du, Manuela en Wagemakers, Ton Mondelinge geschiedenis. Over theorie en praktijk van het gebruik van mondelinge bronnen
  • Bruno De Wever, Instructietekst mondelinge geschiedenis. Het interview, Antwerpen, 1985
  • Bruno De Wever, Instructietekst mondelinge geschiedenis. De transcriptie, Antwerpen, 1986
  • Bruno De Wever, Praktische handleiding voor collectieve en individuele projecten mondelinge geschiedenis, Antwerpen, 1988
  • Leydesdorff, Selma De mensen en de woorden - Geschiedenis op basis van verhalen, Amsterdam 2004
  • Thompson, Paul The voice of the past - Oral History, Oxford 1968

Externe links[bewerken]

Bronnen en noten[bewerken]

  1. link naar Franstalige geschiedenis-website met biografie Michelet,'père de l'histoire de France'
  2. Shoah-project van Steve Spielberg
  3. Marjolein van Dun: Oral history, Mondelinge bronnen in journalistiek en geschiedenis, 2006
  4. Leydesdorff, Selma, Verborgen arbeid - vergeten arbeid: een verkenning in de geschiedenis van de vrouwenarbeid rond negentienhonderd, 1977, Amsterdam
  5. link naar website met verwijzing naar dissertatie Hanneke Willems
  6. link naar website KITLV met beschrijving project
  7. Fridus Steijlen, Memories of 'The East', Leiden, KITLV Press, 2002, ISBN: 9789067181990 / 9067181994