Monniksparkiet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Monniksparkiet
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Quaker Parrot.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Psittaciformes (Papegaaiachtigen)
Familie: Psittacidae (Papegaaien)
Geslacht: Myiopsitta
Soort
Myiopsitta monachus
(Boddaert, 1783)
Monniksparkiet op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De monniksparkiet of muisparkiet (Myiopsitta monachus) is een parkiet uit Argentinië en het zuidelijke deel van Brazilië in Zuid-Amerika. Als exoot doen deze vogels het goed in Europa en Noord-Amerika.

Kenmerken[bewerken]

Monniksparkieten hebben een opvallende groene kop, een olijfgroene buik en een lange, groene staart. Hun voorhoofd, teugel, wangen, kin, keel en de bovenborst zijn lichtgrijs. Het verenkleed bij beide geslachten is gelijk. Ze hebben een kromme papegaaiensnavel, die licht beige-roze is. Het verschil tussen mannetjes en poppen is nauwelijks te zien. Men gaat ervan uit dat poppen iets groter gebouwd zijn dan de mannen. De lichaamslengte bedraagt 29 cm en het gewicht 125 gram.

Leefwijze[bewerken]

In het wild bestaat het menu voornamelijk uit bloemknoppen, jong blad, boombast, bessen en verse zaden. In de broedtijd worden ook rupsen en kleine insecten gegeten.

Voortplanting[bewerken]

Per keer legt het vrouwtje vijf tot twaalf eieren. Deze worden in ongeveer 24 dagen uitgebroed. Zowel het mannetje als het vrouwtje helpen mee met het uitbroeden van de eieren en met het opvoeden van de jongen.

Nesten[bewerken]

Nest van monniksparkieten in Brussel

Deze kolonievogels nestelen in vrij grote groepen. Ze bouwen zeer grote vrijstaande nesten, die een diameter hebben van wel een meter. De binnenzijde van de nesten zijn bedekt met zachte grasstengels, het overige bouwwerk wordt gemaakt van takken. In een boom bevinden zich vaak meerdere nesten en elk nest wordt vaak door meerdere paartjes bewoond. Elk paartje heeft in zo'n nest zijn eigen kraamkamer. Ook buiten de broedtijd worden de nesten door de vogels bewoond.

De monniksparkiet bouwt zijn nest in vogelkolonies met vele parkieten. Het is voorgekomen dat een dergelijke "parkietenflat" het formaat had van een kleine auto. Dit gedrag is vrij ongewoon voor een papegaai en is waarschijnlijk geëvolueerd omdat op de pampas weinig bomen groeien en de aanwezige nestruimte efficiënt moest worden gebruikt.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

De 'gewone' monniksparkiet komt voor in Zuidoost-Brazilië, Uruguay en Noordoost-Argentinië. De Boliviaanse monniksparkiet heeft zijn verspreidingsgebied in Centraal-Bolivia. De Paraguayaanse monniksparkiet is te vinden in Paraguay en de Mendoza monniksparkiet heeft zijn verspreidingsgebied in West-Argentinië.

Buiten de broedtijd komen ze voor in grote zwermen van wel 50 tot 200 exemplaren. Ze zijn vooral te vinden in landbouwgebieden en aangrenzende bossen. Bij hun zoektochten naar voedsel kunnen ze hier grote schade aanrichten aan gewassen, zoals graan en mais.

Ondersoorten[bewerken]

Van het geslacht Myiopsitta monachus, zoals de wetenschappelijke naam van de muis- of monniksparkiet luidt, worden vier ondersoorten onderscheiden, te weten:

  • M. m. luchsi (Boliviaanse monniksparkiet): centraal Bolivia.
  • M. m. cotorra (Paraguay monniksparkiet): zuidelijk Bolivia, zuidelijk Brazilië, Paraguay en noordwestelijk Argentinië.
  • M. m. monachus (Monniksparkiet): zuidoostelijk Brazilië, Uruguay en noordoostelijk Argentinië.
  • M. m. calita (Menddoza monniksparkiet): westelijk Argentinië.

Monniksparkieten in Nederland[bewerken]

Ook in Nederland is deze soort verwilderd. Zo is in 2003 een grote zwerm aangetroffen in Wageningen.

Het komt voor dat monniksparkieten "halfwild" leven. Dat wil zeggen dat ze vrij kunnen vliegen (en meestal nestelen) maar dat ze voor voedsel bij hun eigenaar terecht kunnen.

De gangbare methode is om dieren eerst in een volière aan de omgeving (bijvoorbeeld de achtertuin) te laten wennen en hen na een aantal maanden pas los te laten. De kans is groot dat de dieren terug blijven komen voor voedsel. Die kans wordt groter als meerdere dieren samenwerken en gezamenlijk vrij vliegen. De monniksparkiet is een sociaal dier en zal anders op zoek gaan naar een andere kolonie. Bovendien zorgt het vrijlaten in groepen ervoor dat de dieren gaan nestelen. Hierdoor kunnen het er snel meer worden.

In Apeldoorn leeft sinds het begin van het millennium een vrij grote groep monniksparkieten halfwild; Er worden steeds meer broedgevallen gerapporteerd, dus geleidelijk aan is het een zelfstandige wilde populatie aan het worden. In Deventer is een grote groep rondom het park in de wijk Zandweerd te vinden.

Ouwehands Dierenpark in Rhenen had een grote zwerm vrijvliegende monniksparkieten, echter na opmerkingen over hun bijdrage aan faunavervalsing heeft men de kolonie succesvol weer weggevangen.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties