Monogenetische pidgintheorie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De monogenetische pidgintheorie is een stelling volgens welke alle Indo-Europese pidgin- en creooltalen zouden zijn ontstaan uit een en dezelfde taalvariëteit. Deze theorie is aan het eind van de 19e eeuw ontworpen door Hugo Schuchart en in de jaren '50 en '60 van de 20e eeuw verder uitgewerkt door Douglas Taylor en R.W. Thompson.

Inhoud[bewerken]

De uitgangsgedachte is dat een op het Portugees gebaseerde pidgintaal van de 15e tot de 18e eeuw werd gesproken in Portugese nederzettingen aan de West-Afrikaanse kust. deze taalvariëteit de basis vormde voor alle later ontstane pidgin- en creooltalen met Indo-Europese elementen. Op deze manier zouden zowel het relatief grote aandeel Portugese lexicale eenheden in de woordenschat van veel van deze talen als veel van de grammaticale kenmerken die deze talen delen verklaard kunnen worden. Relexificatie, ofwel het vervangen van de woordenschat van de taal waar de creooltaal oorspronkelijk uit is ontstaan door woorden uit een andere taal waarbij de grammaticale regels van de oorspronkelijke taal gehandhaafd blijven, zou daarnaast een zeer belangrijke rol hebben gespeeld[1].

Dat relexificatie inderdaad plaatsvindt blijkt uit onderzoek van onder andere Pieter Muysken naar de structuur van creooltalen zoals het Tok Pisin en Saramaccaans, talen waarvan de woordenschat hoofdzakelijk is gebaseerd op het Engels respectievelijk het Portugees en Engels, terwijl hun grammaticale structuur op die van talen uit heel andere taalfamilies is gebaseerd. Loreto Todd stelde in 1990 dat de Mediterraanse lingua franca in dit verband de "moeder aller pidgin- en creooltalen" was.

Problemen[bewerken]

De theorie is sterk omstreden, onder andere omdat de verschijnselen relexificatie en syntactische gecompliceerdheid het moeilijk maken zaken als taalverwantschap met genoeg zekerheid vast te stellen.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Arends, Jacques; Muysken, Pieter; Smith, Norval (1995), Pidgins and creoles: An introduction, Amsterdam: Benjamins, ISBN 902725236X
  • Holm, John A. (1989), Pidgins and Creoles volume I: Theory and Structure, Melbourne: Cambridge University Press
  • Holm, John A. (2000), An Introduction to Pidgins and Creoles, Melbourne: Cambridge University Press, ISBN 0521585813
  • Bakker, P; Mous, M, eds. (1994), Mixed Languages, Amsterdam: IFOTT
  • Muysken, Pieter (1981), "Halfway between Spanish and Quechua: The Case for Relexification", in Highfield, A; A. Walden, *Historicity and Variation in Creole Studies, Ann Arbor: Karoma Press
  • Muysken, Pieter; Veenstra, T (1995), "Universalist Approaches", in Arends, Jacques; Muysken, Pieter; Smith, Norval, Pidgins and creoles: An introduction, Amsterdam: Benjamins, ISBN 902725236X
  • Taylor, Douglas (1961), "New languages for old in the West Indies", Comparative Studies in Society and History 3
  • Thompson, R.W. (1961), "A note on some possible affinities between the creole dialects of the Old World and those of the New.", in *Le Page, Creole Language Studies, 2
  • Todd, Loreto (1990), Pidgins and Creoles, New York: Routlege
Bronnen, noten en/of referenties