Monoloog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een monoloog is alleenspraak; een betoog van één persoon die aan het woord is (en blijft), vaak zonder dat er toehoorders zijn.

Monoloog komt van het Grieks, waar μονος (monos) één en alleen betekent, en λογος (logos) woord of idee betekent. In het theater is het een toneeloptreden van één acteur binnen een toneelstuk. Daarvoor wordt vaak de term soliloque gebruikt.

In een gesprek op een bijeenkomst betekent een monoloog dat de andere aanwezigen niet aan het woord kunnen of mogen komen. Een toespraak dus. Het is het tegengestelde van een dialoog.

Gedachten[bewerken]

Op het toneel komt het vaak voor dat een acteur aan het woord is zonder dat er andere personen op het toneel zijn. Dit is eigenlijk een onnatuurlijke gang van zaken. De acteur spreekt zijn gedachten hardop uit.

Soms zijn er wel andere personen op het toneel, maar die worden geacht de spreker niet te horen. Dit wordt vaak aangeduid met het woord "terzijde".

In een speelfilm wordt een dergelijke monoloog meestal vermeden. Soms hoort men de stem van de acteur zonder dat zijn lippen bewegen. Een andere techniek is dat iemand een brief leest, waarbij men de stem van de schrijver van de brief hoort.

De term 'monoloog' wordt eveneens gebruikt ter aanduiding van een 'monodrama', een toneelstuk voor slechts één acteur, zoals Samuel Becketts Krapp's Last Tape.

Wereldberoemd zijn onder meer de monologen van:

Auditie[bewerken]

Vaak moet je bij een auditie voor bijvoorbeeld een film of een toneelproductie een monoloog voordragen. Ook als je naar een toneelopleiding wilt moet je vaak een monoloog voordragen.