Moord op Joe Van Holsbeeck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Station Brussel-Centraal, waar de moord plaatsvond.

De moord op Joe Van Holsbeeck was een gebeurtenis op 12 april 2006 in Brussel, waarbij een Belgische scholier op klaarlichte dag tijdens het spitsuur werd vermoord. De moord staat ook wel bekend als de mp3-moord.

Gebeurtenis[bewerken]

Joe Van Holsbeeck (1 januari 1989) zat die dag samen met een vriend op het station Brussel-Centraal op de trein te wachten waarmee hun vriendin zou arriveren. Plots werden ze aangesproken door twee jongeren die de weg naar de Nieuwstraat vroegen, Mariusz O. (16 jaar)[1] en Adam Giza (18 jaar). Al gauw greep Mariusz O. naar de mp3-speler van het slachtoffer. Toen Joe zich verzette, kreeg hij door Adam Giza zeven messteken recht in de hartstreek. Hij werd tevergeefs gereanimeerd en ten slotte overgebracht naar het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis. De twee daders liepen weg richting Grote Markt. Van hen waren echter camerabeelden beschikbaar en de politie kon beschikken over ooggetuigen. Vanwege hun wat donkere uiterlijk ging men in eerste instantie ervan uit dat het om twee jongeren van Noord-Afrikaanse afkomst zou gaan. Doordat een leerkracht een van de jongens herkende, kwam men erachter dat de twee Poolse Romajongeren waren. Mariusz O. werd in België gearresteerd en heeft vervolgens zijn aandeel in de feiten ook bekend. Adam Giza werd op 27 april 2006 in Suwałki (Polen) aangehouden. Hij werd op 23 september 2008 schuldig bevonden wegens diefstal met geweld en de dood tot gevolg, maar zonder de intentie te doden en kreeg hiervoor 20 jaar cel van het Brusselse hof van assisen.

Deze diefstal gevolgd door moord gebeurde op klaarlichte dag, tijdens het spitsuur (rond 16:30 uur). Op dat moment waren honderden pendelaars aanwezig in de overvolle lokettenzaal maar niemand durfde in te grijpen. De moord werd in de verscheidene media de mp3-moord genoemd.

Begrafenis[bewerken]

Joe werd vrijdag 20 april in Haren begraven. De scouts uit de zeeverkennersgroep waar Joe deel van uit maakte, vormden een kring rondom de kerk. Leeftijdsgenoten uit de buurt kwamen ook massaal naar de uitvaart. Het deel van de begraafplaats waar Joe ter aarde besteld is, zal naar hem vernoemd worden.

Uitlevering[bewerken]

Op 25 juli 2006 bepaalde een Poolse rechtbank dat Giza uitgeleverd moest worden aan België. Ook bepaalde de rechtbank dat Giza, mocht hij veroordeeld worden voor de moord op Van Holsbeeck, zijn straf in Polen uit zou moeten zitten. Giza werd aan België uitgeleverd op 2 augustus 2006.

Politieonderzoek[bewerken]

Op 21 april gaf het gerechtelijke onderzoeksteam de videobeelden van de daders vrij, in de hoop ze snel te kunnen vinden. De beelden werden ook gebruikt om de precieze lengte van de daders te berekenen. Preciezere videobeelden uit winkelcentrum Opus in de buurt werden op 25 april vrijgegeven.

Diezelfde dag werd bekendgemaakt dat het vermoedelijke moordwapen, een mes, op de vluchtroute gevonden was door een dakloze. Helaas was het door te veel mensen vastgehouden, waardoor de vingerafdrukken onbruikbaar geworden waren. Het onderzoek richtte zich op het DNA van het bloed op het mes. Later, op maandag 24 april, verklaarde de politie dat het hoogstwaarschijnlijk niet om het moordwapen ging omdat de vuilbak waarin het mes gevonden werd niet op de vluchtroute van de daders lag zoals die gereconstrueerd kon worden door verschillende camera-opnames.

Op dinsdag 25 april werd bekend dat de Brusselse politie een illegaal in België verblijvende Poolse jongen van zestien jaar uit Anderlecht had opgepakt. Een docent van het Atheneum Leonardo da Vinci in Anderlecht waar hij school liep, had hem op videobeelden in het premetrostation Beurs herkend. In de loop van de dag legde de jongen, Mariusz O., een volledige bekentenis af. Hij zit in voorlopige hechtenis in de gesloten instelling van Kasteelbrakel. Mariusz was degene die de mp3-speler stal.

Adam Giza, een tweede Pool van zeventien (geboren in 1988), die ervan verdacht wordt de dader van de roofmoord te zijn, werd op donderdag 27 april 2006 in Suwałki in het noordoosten van Polen, dicht bij grens van Litouwen, aangehouden. De arrestatie werd door directeur Glenn Audenaert van de Federale Politie bevestigd: Giza was degene die Joe neerstak.

Impact[bewerken]

Snel na de moord werd het gerucht gelanceerd dat Joe Van Holsbeeck door Marokkanen zou zijn vermoord. De daders bleken echter Roma met de Poolse nationaliteit te zijn. De eerste voorbijganger die aan de zwaargewonde Van Holsbeeck de eerste zorgen toediende, was daarentegen van Marokkaanse komaf. Paul Belien greep desondanks de moord aan om de lezers van zijn weblog aan te sporen om de wapens op te nemen tegen de islamitische gemeenschap (de "roofdieren") in ons land. Na negatieve reacties verwijderde hij deze oproep van zijn weblog.

De bevolking reageerde geschokt op de roofmoord. Aan de moord wordt in de media gerefereerd als een voorbeeld van zinloos geweld, hoewel roofmoorden in criminologische termen geen subgroep van zinloos geweld vormen.

Op zondag 23 april werd een stille mars in Brussel georganiseerd tegen zinloos geweld; nevendoelstellingen waren het uiten van intolerantie tegenover criminaliteit, voortzetting van de interculturele en interreligieuze dialoog en die over openbare veiligheid. Deze stille mars was oorspronkelijk een idee van het toenmalig Brussels Spirit-parlementslid Fouad Ahidar; de tocht werd daarentegen a-politiek. Volgens de politie namen 80.000 mensen deel aan de sereen verlopen betoging. Aan de betoging namen eveneens veel personen van Noord-Afrikaanse afkomst deel om daarmee hun afschuw te tonen over deze moord die — zo veronderstelde men op dat moment — door Noord-Afrikaanse jongeren zou gepleegd zijn.

Gevolgen[bewerken]

Het debat over illegalen en de toelating tot België van Poolse werknemers wakkerde door de moord weer aan. De al op stapel staande verscherping van het jeugdsanctierecht werd met spoed door de Senaat afgehandeld. Federaal minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael stelde voor een tweede jeugdgevangenis te gaan bouwen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Familienaam wordt niet gepubliceerd. Volgens de wet op de jeugdbescherming (8 april 1965, artikel 80, lid 2) is de publicatie en de verspreiding verboden van teksten, tekeningen, foto’s of beelden waaruit de identiteit kan blijken van minderjarigen die vervolgd worden of tegen wie een maatregel is genomen