Moord op JonBenét Ramsey

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het graf van JonBenét Ramsey op het Saint James Episcopal Cemetery in Marietta (Georgia)

De moord op JonBenét Ramsey was een gebeurtenis op 25 december 1996 in Boulder in de Amerikaanse staat Colorado.

Het zesjarig schoonheidskoninginnetje en winnares van vele missverkiezingen JonBenét Patricia Ramsey (geboren op 6 augustus 1990) werd die dag vermoord gevonden in de kelder van haar ouderlijk huis in Boulder, acht uur nadat ze als vermist opgegeven was. De zaak trok veel internationale media-aandacht, omdat er in eerste instantie geen mogelijke moordenaar gevonden werd en uiteindelijk zelfs de ouders als belangrijkste verdachten werden aangemerkt. De gruwelijke details van de zaak werden door vele boeken, artikelen en documentaires uitgelicht.

De zaak kwam na tien jaar weer volop in het internationale nieuws toen op 16 augustus 2006 haar vermoedelijke moordenaar gearresteerd werd in Bangkok, Thailand. De verdachte, een 41-jarige Amerikaanse basisschoolleraar John Mark Karr geheten, had zijn betrokkenheid aan de politie en media toegegeven.

Leven[bewerken]

JonBenét werd geboren in een ziekenhuis in Atlanta, Georgia, en verhuisde op eenjarige leeftijd met haar gezin naar Colorado. Haar naam is een combinatie van haar vaders voor- en middelnaam: John Bennet (7 december 1943). Haar moeder, Patsy Ramsey (29 december 195624 juni 2006), gaf haar dochter op voor vele missverkiezingen in verschillende staten. In sommige gevallen sponsorde ze zelfs de wedstrijden waar JonBenét aan meedeed. Patsy Ramsey was zelf een oud-miss: in 1977 was ze Miss West Virginia, haar zus werd dat drie jaar later. De vader van JonBénet is een rijke zakenman en directeur van een Amerikaans computerbedrijf. Het gezin had een buitenhuis aan een meer in Michigan.

JonBenét won verschillende verkiezingen, waaronder America's Royal Miss, Colorado State All-Star Kids Cover Girl, Little Miss Charlevoix Michigan, Little Miss Colorado, Little Miss Merry Christmas, Little Miss Sunburst en National Tiny Miss Beauty.

Vader John Ramsey vond het lijkje van zijn dochter in de kelder van hun villa in Boulder op 26 december 1996.

JonBenét ligt begraven op een kerkhof in Georgia, naast haar moeder die in juni 2006 overleed, en Elizabeth Ramsey, een kind uit John Ramseys eerste huwelijk dat in 1992 omkwam bij een verkeersongeluk. In totaal liggen er dertien familieleden begraven op het kerkhof.

Moordzaak[bewerken]

Op 26 december 1996 ontdekte Patsy Ramsey naar eigen zeggen dat haar dochter ontvoerd was, nadat ze een losgeldeis van $118.000 vond in de villa. Hoewel de ontvoerder de ouders verbood contact op te nemen met familie en politie, belde Patsy de politie toch en nodigde ze familie en vrienden bij haar thuis uit. De lokale politie onderzocht het hele huis, maar vond nergens sporen van inbraak. In de eis stond dat JonBenét werd vrijgelaten nadat het losgeld geleverd en geteld zou zijn.

Op die middag vroeg rechercheur Arndt aan een vriend van de ouders, Fleet White, om samen met John Ramsey te zoeken naar "ongewone dingen". John en twee vrienden begonnen hun zoektocht in de kelder. Daar vond hij in de wijnkelder het lijkje van zijn dochter, dat bedekt was met een wit laken. Hij droeg het lichaam naar boven en legde het op de vloer in de gang. Arndt verplaatste het later naar de voet van de kerstboom. Nog later werd het lichaam in opdracht van de politie naar elders verplaatst, voor het onderzoek. Dit onder het oog van de ouders.

Uit de autopsie op het lichaam van JonBenét bleek dat ze was overleden aan wurging en een schedelfractuur. Een garrote gemaakt van nylondraad en het handvat van een verfkwast was gebruikt om haar te wurgen. Haar schedel had ernstig letsel opgelopen, en ze was mogelijk ook seksueel misbruikt. De andere helft van de verfkwast werd gevonden in een doos met kunstgerei van Patsy Ramsey. Experts zeiden dat bij het maken van de garrote een goede kennis van knopen benodigd was. Uit de autopsie bleek ook dat JonBenét een paar uur voor haar dood ananas gegeten had, waar haar moeder naar eigen zeggen niets van wist.

Aanwijzingen[bewerken]

Politieonderzoekers in en rond het huis ontdekten de volgende aanwijzingen die door sommigen als bewijs voor indringen werden opgevat:

  • twee ongelijke voetstapafdrukken die niet overeen kwamen met welk paar schoenen dan ook in het huis
  • een derde schoenafdruk van een onbekend persoon aan de buitenkant van het raam van de wijnkelder, waarvan John zei dat het niet meer werkte
  • een mogelijke schoenafdruk op een koffer die onder het raam was geplaatst
  • een onbekend touw dat werd gevonden op het bed van de logeerkamer, net naast JonBenéts kamer
  • fysieke sporen op het lichaam van JonBenét die duiden op het gebruik van een verdovingspistool
  • een bloedspoor op de onderbroek van JonBenét dat niet overeenkwam met het bloed van een bekende verdachte

Losgeldeis[bewerken]

Onderzoek wees uit dat de drie pagina's tellende eis van de ontvoerder was geschreven op een schrijfblok van het gezin Ramsey. Een pen van het merk Sharpie, die ook gebruikt moest zijn bij het schrijven van de eis, werd gevonden in een prullenbak in de keuken van het huis, samen met andere pennen van hetzelfde type. Volgens de FBI werd er ook een kladversie van de losgeldeis gevonden op het schrijfblok. Er werden geen vingerafdrukken gevonden op het papier. De tekst van de brief bevatte vele rare onderdelen, waaronder de losgeldeis van $118 000. John Ramsey verdiende dat jaar, misschien per toeval, een bonus van $118,117.50. Tijdens verder onderzoek maakte de politie bekend dat John Ramseys Bijbel opengeslagen werd gevonden in zijn kantoor bij Psalm 118. De politie vond dat het geldbedrag dat werd geëist opvallend laag was in verhouding tot het inkomen van John Ramsey.

Het handschrift van verschillende mogelijke verdachten werd door onderzoekers vergeleken met dat van de geldeis. Forensische analisten pleitten iedereen behalve Patsy Ramsey vrij van het schrijven van de brief, omdat haar handschrift enkele gelijkenissen vertoonde.

Verdere ontwikkelingen[bewerken]

In december 2003 had forensisch onderzoek genoeg materiaal verzameld van de bloedsporen op de onderbroek van JonBenét om tot een DNA-profiel te komen. Het DNA was van een onbekende man. Het DNA werd toegevoegd aan de database van de FBI, waar meer dan 1,6 miljoen profielen van met name veroordeelde misdadigers in zitten. Het kwam vooralsnog niet overeen met een ander profiel, maar het zou iedere week opnieuw bekeken worden.

Onderzoek wees later ook uit dat er meer dan 100 inbraken bekend waren in de buurt van het huis van de Ramseys in de maanden voor de moord op JonBenét en dat 28 geregistreerde seksueel misbruikers in een straal van 3,5 kilometer rond het ouderlijk huis woonden.

JonBenéts moeder overleed op 24 juni 2006 aan eierstokkanker, in de leeftijd van 49 jaar. Ze streed al tegen de ziekte sinds de diagnose in 1993. In 2003 leek ze die overwonnen te hebben. Voor haar dood wist ze al dat de politie een verdachte van de moord op haar dochter onderzocht in Bangkok, Thailand.

Speculaties[bewerken]

Speculatie van experts, de media en de ouders hebben voor de arrestatie verschillende theorieën opgeleverd. Lange tijd geloofde de lokale politie dat JonBenéts moeder, Patsy, haar dochter, nadat laatstgenoemde die avond in haar bed geplast had, per ongeluk gedood had in een woedeaanval. Een andere theorie was dat John Ramsey zijn dochter seksueel misbruikte en haar doodde om dat te verhullen. John Ramseys zoon werd ook in verschillende theorieën genoemd en moest getuigen voor een jury. Het politieonderzoek was lange tijd alleen gericht op leden van de familie Ramsey, bij gebrek aan andere mogelijke verdachten, hoewel ze nooit openlijke agressie of verdacht gedrag tegenover hun kinderen tentoon gespreid hadden.

De ouders hebben zelf altijd volgehouden dat de moord gepleegd moest zijn door een indringer. Sommige politieonderzoekers en privédetectives deelden die theorie. Het voormalig hoofd "Gedragspatronen" van de FBI, John Douglas, werd ingehuurd door de ouders om de zaak te onderzoeken. Deze concludeerde dat de Ramseys niet betrokken waren bij de zaak en dat de kans klein was dat iemand die ooit zou oplossen. Hij beschreef zijn onderzoek in het boek The cases that haunt us uit 2001.

Door het gebrek aan bewijs werden de ouders nooit berecht. Niet lang na de moord verhuisden ze naar een nieuwe woning in Atlanta. Twee van de hoofdonderzoekers trokken zich terug, waardoor er geruchten waren over corruptie bij de staatspolitie.

Er zijn speculaties geweest dat de FBI bewust de publieke verdenkingen voedde, door misleidende informatie aan de pers door te spelen. Zo zouden ze druk op de ouders van JonBenét hebben willen zetten om te bekennen.

Externe links[bewerken]