Moord op Junko Furuta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Moord op Junko Furuta was een gebeurtenis, waarbij van 25 november 1988 t/m 4 januari 1989 het 16-jarige Japanse meisje Junko Furuta (geboren 22 november 1972) werd ontvoerd, gemarteld, verkracht en tenslotte vermoord door een groep minderjarigen. De zaak staat in Japan officieel bekend als Joshikōsei konkurīto-zume satsujin-jiken (女子高生コンクリート詰め殺人事件), wat zich vrij laat vertalen als "zaak van het in cement gegoten vermoorde middelbare school-meisje". Dit omdat haar lijk werd teruggevonden in een vat, begraven in ongeveer 189 liter cement.

De zaak vestigde nationaal en internationaal de aandacht op rehabilitatie van jeugdige misdadigers, met name diegene die volgens volwassenenrecht zijn berecht.

Misdrijf[bewerken]

Op 25 november 1988 ontvoerden vier jongens, waaronder een 17-jarige van wie enkel de voornaam Jō bekend is (hij kreeg later van de media de achternaam Kamisaku), Furuta, een studente van de Yashio-Minami High School in Misato. De daders kenden haar niet persoonlijk. In de 40 dagen erop hielden ze haar vast in het huis van de ouders van Jō, gelegen in het district Ayase in Adachi, Tokio. Om te voorkomen dat haar ouders of anderen die haar kenden haar verdwijning zouden opmerken, dwongen de vier ontvoerders Furuta om haar ouders te bellen en te vertellen dat ze bij vrienden verbleef. De ouders van Jō waren op de hoogte van wat er gebeurde, maar grepen niet in. Volgens eigen zeggen waren ze bang dat Jō hen ook wat aan zou doen.

Na 40 dagen waarin Furuta herhaaldelijk werd verkracht en gemarteld, werd ze vermoord. Haar lichaam werd in een vat gevuld met cement verstopt, welke vervolgens werd gedumpt op een stuk recentelijk gewonnen land in Kōtō. Het lijk werd pas een jaar later ontdekt.

Arrestatie en rechtszaak[bewerken]

De arrestatie en de rechtszaak, alsmede de rehabilitatie van de daders, groeiden uit tot een mediasensatie.

Hoewel ze allemaal nog minderjarig waren, werden de vier daders als volwassenen berecht. Wel trachtte de rechtbank vanwege de jeugdige leeftijd van de vier verdachten hun identiteit geheim te houden. Het tijdschrift Shūkan Bunshun negeerde echter het bevel tot geheimhouding en publiceerde alle vier de namen.

Voor zijn aandeel in de moord werd Jō veroordeeld tot acht jaar jeugdgevangenis. Hij kwam in augustus 1999 vrij. In juli 2004 werd hij weer opgepakt voor geweldpleging tegenover een medeplichtige, waarvoor hij zeven jaar cel kreeg.

In juli 1990 werd de leider van de ontvoerders door een lagere rechtbank tot 17 jaar cel veroordeeld. Drie medeplichtigen kregen respectievelijk vier tot zes jaar cel, drie tot vier jaar, en vijf tot 10 jaar. Tegen de straffen werd beroep aangetekend. De hogere rechtbank verzwaarde de straffen. De leider kreeg 20 jaar cel; de op een na hoogste gevangenisstraf na levenslang. Rechter Ryūji Yanase deed dit volgens eigen zeggen vanwege de aard van het misdrijf en het effect ervan op de familie van Furuta.

Futura’s ouders spanden tevens een rechtszaak aan tegen de eigenaren van het huis waarin de moord had plaatsgevonden.

Media[bewerken]

Er zijn ten minste drie Japanstalige boeken over de moordzaak geschreven:

In 1995 maakte Katsuya Matsumura een exploitatiefilm over de moord getiteld Joshikōsei konkurīto-zume satsujin-jiken (gelijk de benaming van de moordzaak). Yujin Kitagawa speelde hierin de rol van de leider van de ontvoerders. Een tweede film, Concrete, werd uitgebracht in 2004. Deze film gebruikte de boeken over de zaak als uitgangspunt.

Seiji Fujii schreef een roman over de zaak getiteld 17-sai, welke ook tot een manga werd bewerkt. Zowel roman als manga hebben echter een positieve afloop waarin het slachtoffer de ontvoering overleeft.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.