Moord op Marietje Kessels

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret van Maria Kessels.

De moord op Marietje Kessels in de Heilig Hartkerk van de Noordhoek te Tilburg is een misdrijf dat op 22 augustus 1900 plaatsvond en landelijke opschudding veroorzaakte. De zaak werd nooit opgelost, en 'Marietje Kessels' is in Tilburg sindsdien een bekende naam gebleven.

De moord en de vrijspraak[bewerken]

De op 2 maart 1889 geboren Maria Catharina Wilhelmina (Marietje) Kessels was het derde kind en de dochter van Maria Philomena Crijns en Mathieu Kessels, eigenaar van de Koninklijke Nederlandse Fabriek van Muziek-Instrumenten in de later verdwenen Industriestraat te Tilburg.

Zij was woensdag 22 augustus 1900 om ongeveer half elf op weg om een brief te posten en ging naar haar pianoleraar, Gerard Schellekens, om een les af te zeggen. Vanuit het tegenover de Heilig Hartkerk gelegen café De Zwarte Ruiter zag Maria Panhuijsen dat Marietjes aandacht werd getrokken door een man in het kerkportaal.[1]

Toen ze niet thuiskwam zette de familie een zoektocht op touw. Ze had haar pianoleraar niet bezocht, en toen ook bleek dat de brief niet op de plaats van bestemming was aangekomen, stelde de politie een groot onderzoek in. Dit werd geleid door commissaris Caarls. De politie doorzocht de woonwagens van kermislieden die ten tijde van de verdwijning Tilburg bezochten. Met behulp van het personeel van de fabriek van Kessels werd de omgeving doorzocht. Twee dagen na de verdwijning werd Marietjes lichaam gevonden in het gewelf van de kerk in de wijk Noordhoek. Het lichaam vertoonde sporen van verkrachting.

Bij het onderzoek concentreerde de politie zich op twee verdachten: de schilder Gasparus Mutsaers, die in de kerk werkzaam was, en koster Johan van Isterdaal. De koster werd na de vondst van het lichaam geboeid naar het stadhuis gebracht. Mutsaers werd gevangengenomen omdat hij enkele kleren en een kerkboekje van Marietje in zijn bezit had. Mutsaers beweerde dat hij die van de koster had aangenomen. Mutsaers werd als de hoofdverdachte gezien. Hij wijzigde zijn verklaringen veelvuldig en sprak zich vaak tegen. Tegen de koster spraken enkele getuigenverklaringen. Hij was ook degene die van alle ruimtes in de kerk een sleutel had. Alleen tegen Mutsaers werd een aanklacht ingediend, maar hij werd in de rechtszaak én in hoger beroep vrijgesproken.

Speculaties over de dader[bewerken]

Tegen andere potentiële verdachten, pastoor George van Zinnicq Bergmann en de kapelaans, werd geen onderzoek ingesteld. Vooral in socialistische en antiklerikale kring deden spoedig geruchten en spotliedjes de ronde waarin de pastoor als schuldige werd aangewezen.

De opvatting dat de pastoor de dader was, wordt ook aangehangen door de publicist Ed Schilders, die in 1988 een boek aan de moordzaak wijdde, getiteld: Moordhoek - De moord op Marietje Kessels in een katholieke kerk.

Drie Tilburgse advocaten, die een dossier uit het archief van een advocatenkantoor in Breda bestudeerden, kwamen daarentegen tot de conclusie dat de pastoor "het zeker niet gedaan" had.[2].

Ook in de familie Kessels gaat men er volgens overlevering vanuit dat de pastoor de dader was. In oktober 2011 bracht de nicht van Marietje, Godelieve Kessels, een boek uit genaamd De moord op Marietje Kessels. Zij wijst naar de pastoor op basis van gesprekken met haar vader Mathieu, de jongere broer van Marietje Kessels, die als oudste zoon door zijn vader in vertrouwen werd genomen. Hij was vier jaar oud toen zijn zusje werd omgebracht en sprak later veelvuldig met zijn ouders over de vraag wie de dader kon zijn. Vader Kessels was een vermogende Tilburger en de eigenaar van de Koninklijke Nederlandsche fabriek van Muziekinstrumenten. Hij zou onder druk van pauselijke vertegenwoordigers - die de ouders van Marietje in 1908 zouden hebben bezocht - gedwongen zijn om de pastoor niet te beschuldigen. Zij zouden hebben bevestigd dat Van Zinnicq Bergmann de moordenaar was, maar als vader Kessels dat naar buiten zou brengen dan zou mét de pastoor de hele katholieke kerk terechtstaan "en dat kon toch niet de wil van de familie zijn?", aldus het boek. Bovendien was vader Kessels bang de klandizie van de katholieke fanfarekorpsen in zuid Nederland en België te verliezen, wat tot een faillissement zou leiden. Godelieve Kessels' familieverhaal wordt door de eindredactrice Mariek Hilhorst en prof. dr. Peter Nissen voor aannemelijk gehouden. Laatstgenoemde is docent kerkgeschiedenis aan de Universiteit van Nijmegen en schreef een essay in het boek.[3][4] Desalniettemin, toen pastoor van Zinnicq Bergmann in november 1910 overleed toonde het muziekkorps van Kessels hem de laatste eer in de begrafenisstoet.[5]

Het graf[bewerken]

Het grafmonument van Marietje Kessels

Marietje ligt begraven op de begraafplaats van 't Heike, aan de Bredaseweg in Tilburg. Het nummer van haar graf is A11/45. Talloze Tilburgers hebben destijds aan haar grafmonument meebetaald. De vormgeving van het grafmonument, alsmede zijn teksten, vertonen een duidelijke rooms-katholieke signatuur. Bijzonder is dat alle hoofdrolspelers in dit drama binnen een straal van tien meter van Marietjes graf zijn begraven: Marietje zelf, haar ouders, pastoor van Zinnicq Bergmann en politiecommissaris Caarls.

Trivia[bewerken]

  • In 2001 is voor Marietje Kessels een monument onthuld in het centrum van Tilburg.
  • Een project voor weerbaarheidstraining voor basisschoolleerlingen werd naar Marietje Kessels vernoemd.[8]
  • Het bidprentje dat na Marietjes dood werd uitgegeven, begint met de volgende dichtregels:
Paatje, Moetje, bitter weent gij,
Om uw Kind, zoo wreed ontrukt,
O, als ’t jonge bloempje is zij,
Pas ontloken afgeplukt.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Verklaard een jaar na dato: Proces-verbaal K.K. gedateerd 8 juni 1901. Verhoor van Maria Allegonda Panhuijzen door commissaris Caarls.
  2. Eeuw oude moord op meisje niet opgelost, Reformatorisch Dagblad, 11 december 2000.
  3. NOS - 'Marietje Kessels vermoord door pastoor'
  4. 'Pastoor vermoordde Marietje Kessels', De Telegraaf, 3 oktober 2011.
  5. Tilburgsche Courant (10 november 1910), "De plechtige uitvaart en begrafenis", p. 2
  6. Uittreksel en aantekeningen van mr. Pels Rijcken bij het proces-verbaal van Jongbloets, opgenomen op 31 augustus.
  7. Uittreksel van mr. Pels Rijcken van het proces-verbaal van pastoor Van Zinnicq Bergmann, afgenomen op 27 augustus 1900
  8. Marietje Kessels Project. Weerbaarheidstraining voor kinderen. Voor kinderen in groep 7 en 8 Instituut voor maatschappelijk werk, 2009.