Moordpartij in de Ardeatijnse grotten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Ardeatijnse-grotten

De moordpartij in de Ardeatijnse grotten (Italiaans: Eccidio delle Fosse Ardeatine) was een massa-executie die plaatsvond in Rome op 24 maart 1944. De executie werd uitgevoerd door troepen van nazi-Duitsland als vergelding voor een aanval van partizanen op een SS-bataljon, die een dag eerder had plaatsgevonden in het centrum van Rome, in de Via Rasella.

Aanleiding[bewerken]

Veel leden van het verzet in Italië gingen acties uit de weg die tot eventuele represailles zouden kunnen leiden. Hierdoor hoopten zij de rust te behouden. Sommige verzetsstrijders keerden zich tegen deze passiviteit en drongen aan op grote acties tegen de bezetter.

Toen op 23 maart 1944 een colonne van het SS-bataljon “Bozen” (Duitstalige inwoners uit het Noord-Italiaanse Bolzano) op de Via Rasella marcheerde, werd een bom tot ontploffing gebracht en werden zij aangevallen door Italiaanse partizanen, waardoor 32 Duitsers de dood vonden en een 33e later aan zijn verwondingen zou bezwijken.

Deze aanval wekte de verontwaardiging van Hitler op, die opriep om binnen 24 uur per gevallen Duitse officier 100 Italianen te executeren als strafmaatregel. Dit werd echter door de toenmalige politiecommandant en hoofd van de Gestapo, Herbert Kappler, veranderd naar 10 Italianen per gevallen SS’er. Deze 335 slachtoffers (door een opzettelijke foute telling werden er vijf mensen te veel opgepakt) werden willekeurig opgepakt en bestonden uit toevallige passanten, opgepakte gevangenen, Joden en partizanen.

Slachtpartij[bewerken]

Hoewel het bekend was dat nazi-Duitsland bijna altijd overging tot represailles, werd deze niet aangekondigd en op 24 maart werden onder leiding van SS-officieren Erich Priebke en Karl Hass de arrestanten naar de Ardeatijnse grotten gevoerd, nabij Ardea wat toen nog een kleine voorstad was van Rome.

De gevangenen werden per vijf voor het vuurpeloton geleid, waarbij ze moesten knielen, zodat er op de kleine hersenen gericht kon worden, en dat er per gevangene slechts één kogel nodig was. Na iedere ronde moesten er vijf nieuwe arrestanten plaatsnemen op de lijken zodat er “geordende” stapels zouden ontstaan.

Omdat het vuurpeloton bestond uit onervaren officieren had Kappler gezorgd voor kratten met cognac, om de zenuwen van de manschappen te kalmeren. Al snel liep het overmatig drankgebruik uit de hand en werden de executies minder secuur uitgevoerd, waardoor veel gevangenen een ware lijdensweg ondergingen, doordat de dood pas laat intrad, of zelfs pas optrad, toen de Duitsers de ingang van de grotten opbliezen om deze af te sluiten, waardoor bewijs verdoezeld werd.

Nasleep[bewerken]

Tijdens het proces tegen Kappler kwam naar voren dat tijdens de executie sommige officieren gedwongen moesten worden om deel te nemen. Bekend werd ook dat een van de officieren zelfs flauwviel tijdens het tafereel.

Bij de bevrijding van Rome werd de plek gevonden, en werden de overledenen teruggegeven aan de families om begraven te worden.

Ook bij deze executie kwam de rol van het Vaticaan opnieuw onder de aandacht. De schrijver Robert Katz toonde aan, dat hoewel het Vaticaan op de hoogte was van de voorgenomen executie, zij zich niet hadden laten horen. Vooral de rol van paus Pius XII stond daarbij opnieuw centraal. Uit bronnen van het Vaticaan werd als tegenargument gevoerd, dat er wellicht niets gedocumenteerd was over eventueel ingrijpen van de paus, maar dat op diplomatieke manier wel getracht was de Duitse bezetter op andere gedachten te brengen.

Verder kwam naar voren, dat het Vaticaan geholpen zou hebben bij de ‘ontsnapping’ van de SS-officier Priebke naar Argentinië.

Herdenking[bewerken]

De Ardeatijnse grotten werd een nationale herdenkingsplaats waar ieder jaar op 24 maart een herdenking aan deze gebeurtenis plaatsvindt. Tevens is de plaats opengesteld voor bezoekers.

Films[bewerken]

Naar aanleiding van deze gebeurtenis werden er twee speelfilms gemaakt:

  1. Dieci italiani per un tedesco (= 'tien Italianen voor één Duitser'), uit 1962
  2. Massacre in Rome, uit 1973

Bronnen[bewerken]

  • Katz, Robert, Death in Rome.