Morisken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Inscheping van Morisken in Valencia.

De morisken (Spaans: Moriscos = Moortjes) is de aanduiding van de Moren die na de inneming van Granada in 1492 niet uitweken en (in schijn) christen werden.

Zij leefden van handel en waren welvarend. Hoewel in de capitulatie van Granada de vrijheid van eredienst voor de islamieten was geregeld, drong kardinaal Jiménez in 1499 aan op maatregelen. Deze gaven aanleiding tot een opstand die werd onderdrukt.

In 1525 werd een edict uitgevaardigd dat de islam verbood, maar het edict werd niet streng nageleefd, tot Filips II in 1566 besloot het in zijn volle omvang toe te passen. In 1568 verscheen een nieuw edict, krachtens hetwelk morisken hun Moorse levenswijze dienden op te geven en hun kinderen christelijk moesten laten onderwijzen. Het gevolg was een opstand tijdens de kerstdagen die pas in februari 1569 met moeite werd onderdrukt.

Eind 1569 werd op bevel van Don Juan van Oostenrijk een oorlog tegen de morisken begonnen die tot 1570 duurde. Zij werden over heel Spanje verspreid. Toen de regering echter de indruk kreeg dat hun aantal groeide en dat sommigen zich een niet onaanzienlijke rijkdom verwierven, besloot zij in 1608 tot hun verbanning op korte termijn (edict van 22 september 1609). Geschat wordt dat 300.000 morisken het land verlieten, waaronder ook diegenen die zich al bekeerd hadden.

Het evangelie van Barnabas werd mogelijk samengesteld in het milieu van morisken.[1]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Vermeulen, U., Islam en christendom, Davidsfonds, 1999