Moshe Dayan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Moshe Dayan DSO, Hebreeuws: משה דיין , (Degania, 20 mei 1915Tel Aviv, 16 oktober 1981) was een Israëlisch militair en staatsman.

Dayan wacht in het Witte Huis voor een ontmoeting met de Amerikaanse president
Moshe Dayan terwijl hij uit een vliegtuig stapte op Andrews Air Force Base, Verenigde Staten
Luitenant-generaal Moshe Dayan te midden van het 890e parachutisten bataljon in 1955. Links van hem majoor Ariel Sharon, de latere premier van Israël

Levensloop[bewerken]

Moshe Dayan werd geboren in Degania Aleph, een kibboets in het noorden van het toenmalige Britse Mandaatgebied Palestina. Hij groeide op in de mosjav Nahalal. Op zijn veertiende werd hij lid van de Haganah, de Joodse ondergrondse die nederzettingen moest beschermen tegen Arabische aanvallen. Hij werd onder meer getraind in guerrillatactieken door de fameuze Britse kapitein Orde Wingate, die in de Tweede Wereldoorlog tegen de Japanners in Birma en de Italianen in Ethiopië streed.

In 1939 werd het Joodse verzet vogelvrij verklaard. Dayan werd door de Britten gearresteerd. Na twee jaar cel nam hij dienst in het Britse leger en vocht in Libanon tegen de Vichy-Fransen. Bij deze gevechten verloor hij zijn linkeroog en sindsdien werd hij steeds met een ooglapje gezien.

De Britse regering verleende hem de Distinghuised Service Order[1] voor dapperheid.

Tijdens de oorlog die volgde na het uitroepen van de staat Israël in 1948 speelde Dayan een prominente rol als veldcommandant. Een jaar later was hij betrokken bij de onderhandelingen met Jordanië. In oktober 1956 leidde hij als stafchef van het Israëlische leger de Suez-campagne. Een jaar later begon hij een nieuwe carrière in de politiek en werd minister van landbouw onder David Ben-Gurion.

Zesdaagse Oorlog[bewerken]

Zijn ster rees vooral na de Zesdaagse Oorlog in juni 1967, toen Dayan inmiddels minister van Defensie was. In zes dagen werden Egypte en Syrië verslagen. Dayan arriveerde als een van de eerste Joden bij de sinds 1948 voor Joden onbereikbaar geworden Klaagmuur en verklaarde dat Israël deze heilige plaats nooit meer zou afstaan. Het Israëlische zelfvertrouwen steeg tijdens en vlak na de oorlog tot ongekende hoogte. Dat leidde evenwel tot de latere onderschatting van de Arabische vijanden. In 1973 werd Israël dan ook verrast door een uitstekend gecoördineerde aanval van Egypte en Syrië.

Dayan werd na de wapenstilstand fel bekritiseerd. Kort nadat hij bij de begrafenis van een Israëlische soldaat voor moordenaar werd uitgescholden door woedende familieleden van de gesneuvelde militair, stapte hij op als minister. Een paar jaar later speelde hij als minister van Buitenlandse Zaken nog een belangrijke rol bij de vredesonderhandelingen met Egypte, die leidden tot de Camp David-akkoorden.

Dayan overleed in 1981 aan een zware hartaanval. Hij had toen al kanker en bevond zich in het terminale stadium.

Kritiek[bewerken]

Dayan was de held van de Zesdaagse Oorlog toen hij de klaagmuur claimde voor Israël maar stond kort daarna wel de zeggenschap over de, eigenlijk religieus nog veel belangrijkere, Tempelberg af aan de Arabische geestelijke autoriteit van Jeruzalem de zogeheten wakf. Dit deed Dayan, die overigens zelf niet religieus was, om een gebaar van goede wil te tonen naar de diepvernederde Arabische wereld en zo een wapenstilstand te vergemakkelijken maar dit kwam hem later op zware kritiek te staan van gelovige Joden en zelfs van fundamentalistisch christelijke groeperingen. Dezen verklaarden dat Dayan de heiligste plaats van het jodendom hiermee 'verkwanselde' aan hun vijanden.

Dayan krijgt tegenwoordig zelfs kritiek van archeologen omdat de Arabische autoriteit eveneens opgravingen op en om de Tempelberg zeer tegenwerkt of zelfs verbiedt. Na zijn dood doken er berichten op over zijn rol als 'amateur archeoloog', waarbij hij zo ver ging dat men wel kan spreken over diefstal van archeologische kunstvoorwerpen. Thuis bleek hij een enorme collectie oudheden te bezitten, afkomstig uit illegale opgravingen.[bron?] Dayan werd ten minste viermaal betrapt met een schep in zijn hand, maar werd wegens zijn invloed nooit vervolgd. In 1968 raakte hij bij een aardverschuiving gewond toen hij in het geniep een oud graf nabij Tel Aviv aan het opgraven was. Het kostte het opperbevel dit keer veel moeite de zaak in de doofpot te stoppen.[bron?]

Dayan schrok er niet voor terug hetgeen hij illegaal had opgegraven met legerhelikopters naar zijn huis te vervoeren. Na zijn dood verkocht zijn weduwe de collectie voor een miljoen dollar aan het Israëlische staatsmuseum.[bron?]

Trivia[bewerken]

  • Als je vrede wilt, moet je niet met je vrienden praten, maar met je vijanden, zei Dayan.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. honorair, als buitenlander kon hij geen companion zijn.
Voorganger:
Mordechai Maklef
Opperbevelhebber Israëlische leger
'Moesa'
1953 - 1958
Opvolger:
Chaim Laskov