Moskovische Handelscompagnie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Moskovische Handelscompagnie (Engels: Muscovy Company, Russisch: Московская компания, Moskovskaija kompanija) (ook wel Russische Compagnie genaamd) was een handelscompagnie opgericht in 1555. Het was de eerste grote Engelse handelsmaatschappij met de structuur van een naamloze vennootschap. Haar structuur zou een voorbeeld zijn voor andere bedrijven in Engeland, waar het systeem tot grote bloei zou komen. De Muscovy Company is nauw verbonden met namen zoals Henry Hudson en William Baffin en had een handelsmonopolie tussen Engeland en Moskovië tot 1698. Ze bleef bestaan tot aan de Russische Revolutie van 1917.

Geschiedenis[bewerken]

De Muscovy Company vond haar oorsprong in de Company of Merchant Adventurers (volledige naam: Mystery and Company of Merchant Adventurers for the Discovery of Regions, Dominions, Islands, and Places unknown) die gesticht werd in 1551 door Richard Chancellor, Sebastian Cabot en Hugh Willoughby, die een noordoostelijke doorgang zochten naar China.

Hun eerste expeditie werd geleid door Willoughby, die hiervoor uitgekozen werd voor zijn leiderschapskwaliteiten, maar geen ervaring had met de zeevaart. Chancellor werd aangeduid als de zeevaarder van de kleine vloot, die bestond uit drie schepen: de Bona Esparanza met Willoughby, de Edward Bonaventure met Chancellor en de Bona Confidentia. De vloot vertrok vanuit Londen op 10 mei 1553. Ze werden echter verrast door een storm nabij Lofoten, waardoor Chancellors schip afgezonderd raakte van de andere twee.

Willoughby slaagde er uiteindelijk in de Barentszzee over te steken en Nova Zembla te bereiken. Daar voer hij enige tijd langs de kusten, om daarna zuidwaarts te keren naar Scandinavië. Aan de monding van de Arzina rivier aan de kust nabij Murmansk kwam hij echter vast te zitten in ijs. Willoughby en zijn bemanning waren niet voorbereid op de koude en na een aantal vruchteloze pogingen hulp te zoeken, stierven ze aan bevriezing in de extreme koude. Het volgende jaar werd het schip, dat gevuld was met bevroren lichamen, ontdekt door Russische vissers.

Chancellor had meer geluk. Hij drong door tot de Witte Zee, waar de lokale vissers onder de indruk waren van de enorme omvang van zijn Westerse schip. Hij bereikte de haven van Severodvinsk op de Noordelijke Dvina, dichtbij het huidige Arkhangelsk, dat gesticht zou worden in 1584 in functie van de groeiende handel. De regio behoorde sinds kort bij Moskovië, en wanneer tsaar Ivan IV hoorde van Chancellors aanwezigheid, nodigde hij de exotische gast onmiddellijk uit te Moskou voor een ontvangst aan het koninklijk hof.

Chancellor maakte de reis van meer dan 1000 kilometer naar Moskou door een met sneeuw en ijs bedekt land. Hij vond Moskou groot (veel groter dan Londen) maar primitief gebouwd, aangezien de meeste huizen uit hout waren gemaakt. Het paleis van de tsaar was echter zeer luxueus, alsook de diners de Chancellor voorgeschoteld werden. De tsaar was verheugd om handelsroutes langs de zee te openen met Engeland en andere landen, omdat Rusland op dat moment nog geen veilige verbinding had met de Oostzee, en de hele regio betwist werd door de machtsaanspraken van het naburige Pools-Litouwse Gemenebest en het Zweedse Rijk. Daar kwam nog bovenop dat de Hanze een handelsmonopolie had op de handel tussen Rusland en Centraal- en West-Europa. Ook Chancellor was zeer enthousiast over de handelsbetrekkingen, omdat hij er een goede afzetmarkt in zag voor de Engelse wol, in ruil voor bont en andere Russische continentale goederen. Op zijn terugkeer naar Engeland in 1554, was hij in het bezit van brieven van de tsaar, met uitnodigingen voor Engelse handelaars en beloftes voor handelsprivileges.

De Company of Merchant Adventurers herdoopte zichzelf tot Muscovy Company en in 1555 vertrok Chancellor opnieuw naar Rusland. De Muscovy Company begon ook te dienen als een belangrijke diplomatieke link tussen Moskovië en Engeland, die vooral belangrijk was voor het geïsoleerde Moskovië. Toen Chancellor een jaar later, in 1556, opnieuw in Engeland aankwam, werd hij vergezeld door de eerste Russische ambassadeur in Engeland, Osip Nepeya. Dit is het moment waarop Chancellors geluk echter eindigde. Bij de Schotse kust werd zijn schip overvallen door een plotse storm en leed schipbreuk. Chancellor verdronk, maar Nepeya slaagde erin de kust te bereiken, waar hij door de Schotten gedurende een aantal maanden gegijzeld werd, alvorens hij kon verder reizen naar Londen.