Mossen
| Mossen | |||||
|---|---|---|---|---|---|
Anomodon viticulosus |
|||||
| Taxonomische indeling | |||||
|
|||||
| Phylum | |||||
| Bryophyta Pax (1968) |
|||||
Sporogoon van Bryum argenteum |
De mossen (Bryophyta) zijn de eenvoudigste landplanten. Ze missen onder meer verhoute vaatbundels en wortels. Mossen zijn kleine groenblijvende planten. Ze hechten zich vast met wortelachtige structuren die rhizoïden worden genoemd. Anders dan de echte wortels van planten, worden rhizoïden niet gebruikt voor opname van nutriënten.
De mossen worden onderverdeeld in vijf klassen, waaronder de veenmossen, de bladmossen, de hauwmossen en twee groepen van levermossen. In andere indelingen vormen de levermossen, de (blad-)mossen en de levermossen naast elkaar staande stammen.
Korstmossen behoren niet tot de mossen maar tot de schimmels. Ze bestaan uit schimmeldraden, die in mutualistische symbiose leven met algen.
Inhoud |
[bewerken] Evolutie
Mossen zijn primitieve sporenplanten die eerder in de evolutie zijn ontstaan dan varens en paardenstaarten. De eerste landplant wordt verondersteld een levermos te zijn geweest; er zijn fossielen gevonden van levermossen van 475 miljoen jaar geleden.
[bewerken] Generatiewisseling
In de levenscyclus van mossen is de dominante fase de gametofyt, de mosplant die de gameten (geslachtscellen) vormt: in het archegonium wordt de eicel gevormd, in het antheridium worden een groot aantal zaadcellen gevormd.
Uit de door de zaadcel bevruchte eicel ontstaat een diploïde zygote. De ontwikkeling van de zygote vindt plaats binnen het archegonium, waarom men hier spreekt van een embryo.
De zygote groeit uit tot een sporofyt, die bestaat uit een steel (seta) met een sporendoosje: het sporogoon of sporekapsel. De sporofyt kan niet zelfstandig leven (met Buxbaumia als mogelijke uitzondering), maar parasiteert op de mosplant. De seta is dan ook met een voet vastgehecht op de mosplant. Het sporogoon is vaak bedekt met restanten van de archegoniumwand, het huikje, een soort mutsje of kapje.
In het sporendoosje worden na de meiose de haploïde sporen gevormd. Uit zo'n spore ontstaat een draadvormige voorkiem, het protonema. Soms heeft het protonema groene delen (chloronema) en leeft wat langer, maar meestal heeft het een korte levensduur. Op het protonema groeien de mosknoppen en daaruit weer nieuwe mosplantjes. Bij tweehuizige mossoorten is er onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk protonema, waarop alleen mannelijke, resp. vrouwelijk mosplanten groeien.
[bewerken] Afbeeldingen
|
Lengtedoorsnede door Funaria hygrometrica. (e=bladeren, d=bladeren middenribben, c=paraphysen (steriele organen), b=antheridia (mannelijk organen).)
|
|
|
Lengtedoorsnede door Funaria hygrometricaA. Lengtedoorsnede door een zeer jong sporogoon (f, f′) omsloten door de archegoniale wand (b, h). B, C. Opeenvolgende ontwikkelingsstadia van het sporogoon (f) ingesloten in de calyptra, dat gevormd wordt door de archegoniale wand (c). Ook de nek zit er nog aan (h). De voet van het sporogoon is het onderliggende weefsel van de stengel van de mosplant binnengedrongen.
|
A: Bladscheut (g) met een jong sporogoon, dat omsloten wordt door de calyptra (c). B: Met bijna rijp sporogoon; s=seta; f=doosje; c=calyptra. C:Mediane-longitudinale doorsnede van een doosje met de seta dat naar de basis toe verwijdt in de apophyse; d=operculum; p=peristoom; a=annulus; c=columella; s=archesporium; h=luchtholte tussen de spore-zak en de wand van het doosje.
|
[bewerken] Taxonomie
- Phylum: Bryophyta
- Klasse: Takakiopsida
- Geslacht: Takakia
- Klasse: Sphagnopsida
- Orde: Sphagnales
- Familie: Sphagnaceae
- Geslacht: Sphagnum
- Soort: Gewoon veenmos (Spagnum palustre)
- Soort: Hoogveen-veenmos (Spagnum magellanicum)
- Geslacht: Sphagnum
- Familie: Sphagnaceae
- Orde: Sphagnales
- Klasse: Bladmossen: Bryopsida = Musci
- Onderklasse: Hunebedmossen: Andreaeidae (soms als klasse: Andreaeopsida)
- Onderklasse: Viertandmossen: Tetraphidae
- Onderklasse: Haarmossen: Polytrichidae (soms als klasse: Polytrichopsida)
- Onderklasse: Kaboutermossen: Buxbaumiidae
- Onderklasse: Bryidae
- Soort: Muurmos of gewoon muursterretje (Tortula muralis)
- Soort: 'Purpersteeltje (Ceratodon purpureus)
- Onderklasse: Archidiidae
- Onderklasse: Andreaeobryopsida
- Soort: Andreaeobryum macrosporum
- Klasse: Marchantiopsida (soms met volgende klasse als aparte stam: levermossen, Hepaticae of Marchantiophyta)
- Klasse: Jungermanniopsida
- Klasse: Hauwmossen (Anthocerotae) (soms als aparte stam: Anthocerotophyta)
- Orde: Anthocerotales
- Orde: Nothothylales
- Klasse: Takakiopsida
De systematiek van de mossen is nog in beweging. Dit blijkt uit de indelingen met verschillen in niveaus voor de hogere taxa.
[bewerken] Externe links
- Waarnemingen van mossen in Nederland (Waarneming.nl)
- Oud mos (noorderlicht)
[bewerken] Bibliografie
- BLWG (2007). Voorlopige verspreidingsatlas van de Nederlandse mossen. BLWG.
- Bouman, A.C. (2002). De Nederlandse veenmossen. KNNV Uitgeverij.
- Van Dort, K.W., Chr. Buter & P. van Wielink (1996). Veldgids mossen. KNNV Uitgeverij.
- Hans Kruijer, Ben van Zanten Mossen, een vergeten plantengroep
- Siebel, H.N. & H.J. During (2006). Beknopte mosflora van Nederland en België. KNNV Uitgeverij.
| Voor meer mediabestanden zie de categorie Bryophyta van Wikimedia Commons. |
