Motmuggen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Psychodidae
Een aalputmotje (Clogmia albipunctata) 3 tot 5 mm groot
Een aalputmotje (Clogmia albipunctata) 3 tot 5 mm groot
Taxonomische indeling
Orde: Diptera (Tweevleugeligen)
Onderorde: Nematocera (Muggen)
Infraorde: Psychodomorpha
Superfamilie: Psychodoidea
Familie
Psychodidae
Newman, 1834
Tinearia alternata
Tinearia alternata
Afbeeldingen Psychodidae op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Psychodidae op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Motmuggen (Psychodidae) zijn een familie van kleine insecten die behoren tot orde tweevleugeligen en de onderorde muggen (Nematocera). De vleugels zijn vaak voorzien van schubben en worden in rust gespreid gehouden. De muggen lijken hierdoor enigszins op kleine vlinders waaraan de naam te danken is. Ze worden ook wel aalputmotje genoemd.

Er zijn enkele bekendere soorten die zich wereldwijd hebben verspreid en leven in door de mens aangelegde infrastructuur, zoals riolen, toiletten, badkamers en andere bronnen van natte organische stoffen. De meest voorkomende soorten zijn Tinearia alternata en Clogmia albipunctata. Deze twee soorten hebben een bijna wereldwijde verspreiding. Sommige motmuggen hebben zich gespecialiseerd en kunnen niet in door de mens aangepaste omgevingen leven.

Kenmerken[bewerken]

Volwassen motmuggen zijn donker, het silhouet is driehoekig van vorm door de grote vleugels. Het lichaam van de plaagsoorten wordt ongeveer drie tot vijf millimeter groot. Motmuggen zijn te herkennen aan de behaarde vleugels. Deze vleugels, groter dan hun lichaam, zijn in rust in hartvorm over het lichaam gevouwen, met de kop naar onder. De lange antennes bestaan uit 13 segmenten met lange haren. Het zijn geen goede vliegers, daarom kruipen ze veel rond of maken korte springerige vluchtjes.
De eieren zijn minuscuul klein, bruin of crèmekleurig. Ze worden gelegd in hoopjes van 10 tot 200 stuks. De larven zijn pootloos en worm-achtig. Ze zijn witgrijs en de uiteinden zijn verhard en iets donkerder. Ze hebben een afmeting van ongeveer 9 mm. Na de verpopping, die 20 tot 40 uur duurt, komt de volwassen motmug tevoorschijn.

Levensgewoonten en levenscyclus[bewerken]

Het volwassen individu legt zijn eieren in vervuild, troebel water of in vochtig organisch materiaal. De larven voeden er zich met de rottende bestanddelen, bacteriën en schimmels. Deze voedingsbodems vindt men in de aflopen en overlopen van gootstenen waar regelmatig voedingsresten doorgespoeld worden. De organische bestanddelen blijven achter op plaatsen met weinig stroming: in de naden en hoeken en onder de roosters. Men vindt de larven ook terug in afvoerbuizen van sanitaire installaties, wc's, dakgoten, mesthopen, beerputten enz. Ze gedijen het beste op gistende oppervlakten en bij warme temperaturen. Een volledige levenscyclus van ei tot volwassen individu duurt 1 à 3 weken. Het volwassen individu of imago leeft ongeveer twee weken. Zij voedt zich net zoals de larven met organische bestanddelen, bacteriën, schimmels en nectar. Tijdens de dag rusten de adulten in de schaduw, op muren van de douche en in de nabijheid van sanitaire buizen. 's Avonds worden ze actief en vinden we ze terug waar er resten terug te vinden zijn van organisch materiaal. Ze komen dan af op licht.
Adulten kunnen zich meer dan een kilometer laten meevoeren door de wind. Door hun kleine afmeting kunnen zij door smalle kieren van deuren of ramen. De motmug is een cultuurvolger en komt wereldwijd voor.

Hinder[bewerken]

Motmuggen die op rottende voedselresten leven of in de natte organische substantie onder een lekkende rioleringsbuis kunnen in aanraking komen met voor de mens gevaarlijke bacteriën. De larven kunnen niet bijten of steken en brengen alleen indirect ziektes over. Ook de volwassen insecten richten geen directe schade aan. Alle muggen, en dus ook de motmug, hebben een steeksnuit al kan deze soort daar niet mee steken. De aanwezigheidheid van de motmug is hoogstens irritant, vooral als ze in grote aantallen voorkomen.
Ze zijn zelfs nuttig omdat de larven de omzetting van het organisch materiaal bevorderen, de geur wegnemen en het vuil losmaken zodat het kan wegspoelen. Motmuggen en steekmuggen hebben totaal andere behoeftes als larve en komen nooit in elkaars territorium voor. In ruimtes met veel motmugjes zullen dus minder steekmuggen voorkomen. Ook de larven van de motmug zijn in stilstaande wateroppervlakken agressiever dan de steekmuglarven, en zullen ze zo wegconcurreren.

Preventie en bestrijding[bewerken]

Preventieve maatregelen zijn het reinigen van aflopen met een flessenborstel en het spoelen van de afvoerbuizen met heet sodawater. Containers met organisch afval moeten goed afgesloten worden. Rottend materiaal als bladeren dient uit dakgoten en van daken verwijderd te worden. Er zal een inspectie op de aanwezigheid van smurrie-achtige substanties rond het huis moeten plaatsvinden; stilstaand water in bloempotten e.d. moeten geledigd worden. De verluchtingspijp van de septische put kan het best worden afgesloten met een gaas met een zeer fijne maaswijdte. Kitranden in natte ruimtes zoals bij een bad of wastafel moeten worden nagekeken.

Om motmuggen te bestrijden dient de voedselbron van de larven te worden opgespoord en verwijderd, het wegvangen van de volwassen insecten heeft weinig zin. De motmug kan buitengehouden worden door de uitgangswegen van de mogelijke voedingsbronnen af te sluiten. Omdat de larven in extreme omgevingen kunnen leven, waar vrijwel geen zuurstof is, zal dit hun ontwikkeling niet stoppen, maar de muggen zullen wegblijven als de ruimte goed is afgesloten.

Bronnen, noten en/of referenties