Mudéjar-kunststijl
De mudéjar-kunststijl komt uitsluitend voor in Spanje en is te omschrijven als een kunststijl waarin moslim- en christelijke kunstvormen zijn verweven. Ze is het resultaat van het samengaan van twee artistieke tradities namelijk de islam-traditie enerzijds en de christelijke traditie anderzijds.
Inhoud |
Ontstaansgeschiedenis [bewerken]
De mudéjar-kunst is ontstaan in het middeleeuwse Spanje en dient gezien in de specifieke historische context van dat land in die periode. Spanje kende islamaanwezigheid en –overheersing van 711 tot 1492. Oorspronkelijk was na de verovering alleen de noordelijke provincie Asturië in christelijke handen. Vanaf de elfde eeuw verzwakte de macht van de moslimvorsten. Bij de Reconquista - vanaf de 2de helft van de 11de eeuw - heroverden christelijke vorsten moslimgebieden. Er ontstonden alzo, in de periode 11de tot 15de eeuw, een aantal christelijke koninkrijkjes op het huidige Spaanse grondgebied. Naar inspiratie van de islamitische dhimmis werd aan de lokale moslimbevolking vaak een vorm van godsdienstvrijheid en bescherming geboden. Daarbij speelden economische en financiële factoren een rol. De moslims waren vaak ambachtslieden of landbouwers en hun kennis en werkkracht kon gebruikt worden. Zoals tijdens de moslimoverheersing de christenen (de zogenaamde Mozaraben) schatplichtig waren aan de moslimautoriteiten dienden nu de moslims (de Mudéjar) belasting te betalen aan de christelijke koningen. Naast de politieke en sociale gevolgen van deze heroveringsoorlogen ontstonden ook culturele contacten tussen christenen en moslims. Deze contacten liggen aan de basis van de mudéjar-kunststijl. Er ontwikkelde zich een mudéjar-architectuur en eveneens een mudéjar-sierkunst en – litteratuur en dit vooral in de periode midden 13de eeuw – einde 15de eeuw (250 jaar).
Gezien de mudéjar-periode samenvalt met deze van de Reconquista en de aanwezigheid van een christelijke autoriteit is de mudéjar-architectuur vooral terug te vinden in door de vorsten gebouwde kastelen en in christelijke kerkgebouwen.
Voornaamste kenmerken [bewerken]
Als voornaamste kenmerken van de mudéjar-architectuur zijn het gebruik van baksteen en de constructie van hoefijzervormige bogen te vermelden. De aanwezigheid van een opeenvolging van blinde bogen en boogjes evenals deze van arabesken is typisch mudéjar. Voor de interieurdecoratie werd gebruikgemaakt van stucwerk, van keramiek onder de vorm van azulejos, van houten plafonds met inlegwerk.
Voorbeelden [bewerken]
Mudéjararchitectuur en -kunst is op vele plaatsen in Spanje te bewonderen.
Voorbeelden zijn:
- Het Real Alcàzar in Sevilla (gebouwd onder Pedro I in de 14e eeuw): hoefijzervormige bogen, bewerkte houten plafonds, sierpleisterwerk, azulejos.
- Het klooster van Guadalupe (Extremadura) 14de-eeuws van oorsprong: de kloostergang is in Mudéjarstijl.
- Het Santa Claraklooster in Tordesillas: sierpleisterwerk, plafond van de kapel in houtsnijwerk, azulejos, gelobde en hoefijzervormige bogen.
- De Mudéjararchitectuur van Aragón (onder meer Teruel en Tarazona) staat op de Werelderfgoedlijst
- De Kathedraal van Santa María de Mediavilla in Teruel
- Het Klooster van Sant Jeroni de Cotalba (Valencia) 14de-eeuws van oorsprong: de kloostergang is in Mudéjarstijl.
Afbeeldingen [bewerken]
-
San Tirso in Sahagún
-
Plafond van de kapel van het Santa Claraklooster in Tordesillas
-
Toren van de kathedraal in Teruel
Zie ook [bewerken]
| Zie de categorie Mudéjar van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |