Muntproductieproces

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
1831 coining press (M.A.N. 1873-22-19) 01.jpg
Oude Spaanse muntpers uit 1873.
Muntpers in Geldmuseum2.jpg
De muntpers in het Geldmuseum / Koninklijke Nederlandse Munt. Deze pers wordt alleen gebruikt bij een eerste slag.

[[Bestand:|thumb|]] Het muntproductieproces is het proces in de numismatiek waarin munten worden geslagen voor de circulatie. In het proces van schets tot munt zijn de werkzaamheden gewoonlijk aan de meeste mensen hun blikveld onttrokken. Het is een proces met twee gezichten, enerzijds komen er moderne technieken en machines aan te pas, anderzijds heeft een aanzienlijk deel van het werk een oud-ambachtelijk karakter. De productie is verdeeld in 4 fasen:

Fase 1: Het ontwerp[bewerken]

Een mooi ontwerp op papier is geen garantie voor een mooie munt. De schets moet voldoen aan eisen die alles te maken hebben met het productieproces. Bij de technische uitvoerbaarheid spelen verschillende factoren een rol. Als munt krijgt het ontwerp een extra dimensie; de hoogte van het reliëf is aan een maximum gebonden. Voor de muntslag is de vlakverdeling van belang. Bij het slaan voltrekt zich in een fractie van een seconde een verplaatsing van metaalmassa in het muntmetaal . Uiteindelijk wordt een werktekening gemaakt van viermaal de afmeting van het eindproduct. De verschillende elementen van het ontwerp worden vervolgens overgetekend op transparant papier.

Fase 2: De modellen[bewerken]

Nu wordt de afbeelding van het transparante papier in spiegelbeeld overgetekend op een vlak stuk gips. De graveurmodelleur werkt het ontwerp in reliëf uit in het gips. Werkend in de verhouding 4:1 moet de graveur het reliëf van de gravure in maximaal 0,4 mm verwerken - de hoogte van het reliëf is maximaal 0,1 millimeter. De elementen met een vaste reliëfhoogte, zoals letters en parelrand, worden met sjablonen via een pantograaf in spiegelbeeld in het gipsmodel overgebracht. Als het gipsmodel klaar is, wordt een afgietsel in flexibel rubber gemaakt. Dit model wordt in een enigszins holle schaal gelegd waarvan vervolgens een bol gipsmodel wordt gegoten. De uiteindelijke productiestempels moeten enigszins bol zijn omdat het aanpersen van het metaal tijdens de muntslag dan vloeiender verloopt. Van dit gipsmodel wordt tenslotte een laatste afgietsel gemaakt, dit keer in kunststof met een harde, slijtvaste oppervlaktelaag.

Fase 3: Het poinçoen[bewerken]

In dit stadium wordt de stap gezet van modelformaat naar een productieafmeting. Er moet dus verkleind worden. Het verkleinen vindt direct in staal plaats en levert het opwaartse moederstempel op, in numismatische vaktaal poinçoen genaamd. Een poinçoen is een stempel van gehard staal met een opwaarts reliëf dat dient om productiestempels mee te vervaardigen. Het reduceren gebeurt met behulp van een reduceermachine. Deze machine snijdt in dertig uur tijd een gereduceerde kopie van het model in een cilinder van zacht staal. Het verse stempel gaat vervolgens naar een speciale ruimte, de hardkamer. Daar wordt het staal gehard door het te verhitten tot zo'n 800 à 900 graden Celsius, gevolgd door een snelle afkoeling. Dit laten schrikken van staal resulteert in de harding.

Fase 4: De productiestempels[bewerken]

De productiestempels worden via enkele tussenstadia uit het poinçoen afgeleid. Het komt erop neer dat de gravure van het poinçoen met hydraulische pers inwaarts in een cilindervormig stuk zacht metaal wordt geperst. De officiële benaming van dit proces is hobben. Om de vereiste hardheid te verkrijgen worden de productiestempels daarna in de hardkamer behandeld op dezelfde wijze als het poinçoen. Tot slot worden de stempels ter verhoging van de duurzaamheid hard verchroomd: langs elektrochemische weg wordt een dunne, maar zeer harde en sterke chroomlaag op het staal aangebracht. Na deze bewerking kunnen de productiestempels naar de muntfabriek.