Mursili III

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Mursili III, ook bekend als Urshi-Teshub, was een koning van de Hettitisch Rijk (Nieuwe Koninkrijk) die de troon besteeg na het overlijden van zijn vader Muwatalli II, in het tiende jaar van het bewind van Ramses II rond 1270 v.Chr. Hij was de neef van Tudhaliya IV en koningin Maathorneferure.

Biografie[bewerken]

Hij was de oudste nog levende zoon van Muwatalli II en kleinzoon van Mursili II.

De bekende Hettitoloog Trevor Bryce maakt de verkeerde inschatting dat zijn heerschappij slechts 5 jaar duurde, en plaatst hem van 1272 v.Chr. – 1267 v.Chr.[1] Echter, Mursili II heerste zeer waarschijnlijk 7 jaar over het Hettitische Rijk, zoals zijn opvolger Hattusili III (zijn oom) in een inscriptie die de machtsovername van deze laatste verklaart. Mursili III moet dus wel geplaatst worden van ca. 1272-1265 v.Chr. (korte chronologie). Het bewind van zijn opvolger moet dus ook met 2 jaar verkort worden in de Chronologische tabel van Hettitische koningen van Trevor Bryce.[2]

Tijdens zijn bewind keerde de hoofdstad terug van Tarhuntassa (zoals het onder Muwatalli was) naar Hattusa. De Assyriërs namen echter Hanigalbat in, hetgeen zijn macht over het rijk ernstig verzwakte. In het zevende jaar van zijn bewind veroverde Mursili III de regionale machtscentra van zijn oom Hattusili in Hakpissa en Nerik binnen het rijk om zo Hattusili te elimineren als bedreiging voor zijn troon. Hakpissa was en centrum van Hattusili's macht, terwijl Nerik sterk onder invloed was van Hattusili vanwege zijn positie als Hoge Priester aldaar. Hattusili verklaart dan in een bekende tekst:

Aanhalingsteken openen

"Zeven jaren boog ik [voor de koning]. Maar op goddelijke instructie en menselijk aandringen zocht Urshi-Teshub mijn vernietiging. Hij nam Hakpissa en Nerik van mij. Nu buig ik niet langer voor hem. Ik maakte oorlog tegen hem. Maar ik beging geen misdaad door dit te doen, door tegen hem op te staan met strijdwagens of in het paleis. Op beschaafde manier sprak ik tot hem: 'U bent vijandigheden tegen mij begonnen. Nu bent u Grootkoning, maar ik ben slechts koning van één fort. Dat is alles wat u me gelaten heeft. Kom! Ishtar van Samuha en de Stormgod van Nerik zullen oordelen over de zaak voor ons!' Door zo te schijven aan Urshi-Teshub, als iemand nu zou zeggen: 'Waarom, na hem koning gemaakt te hebben, schrijft u nu naar hem over oorlog?' [Mijn antwoord zou zijn]; 'Als hij niet begonnen was met het gevecht tegen mij, zouden Ishtar en de Stormgod hem nu onderwerpen aan een kleine koning?' Omdat hij begon met vechten tegen mij, hebben de goden hem onderworpen aan mij door hun oordeel." (Apol. §10C, III 63-79)[3]

Aanhalingsteken sluiten

Dientengevolge duurde de heerschappij van Mursili III 7 jaar. In de opvolgende revolte verzamelde Hattusili een aanzienlijke troepenmacht uit zijn natuurlijke bondgenoten van zijn machtsbasis in Nerik en Hakpissa, als ook vele neutrale Hettieten die onder de indruk waren van zijn staat van dienst voor het Hettitische Rijk, waaronder zijn strategische militaire overwinning op Ramses II van Egypte in 1274 v.Chr. in de slag bij Kadesh, vergeleken met de nogal "onopvallende en veelal onbewezen bekleder van de troon in Hattusa, die Hanilgalbat had verloren aan de Assyriërs tijdens zijn bewind."[4] Het leger van Hatusili bevatte zelfs elementen van Kaskiërs, die gezworen vijanden waren van de Hettieten.[5] Hattusili maakte snel korte metten met Mursili III en greep de troon van zijn neef; hij volgde hem op als koning Hattusili III. Na zijn victorie benoemde Hattusili Mursili's broer of zwager, Kurunta, als vazalkoning over Tarhuntassa om zo de loyaliteit van deze laatste te winnen.

Mursili vluchtte naar Egypte, het land van de vijanden van de Hettieten, na het mislukken van zijn pogingen om middels complotten zijn oom van de troon te stoten. Hattusili III beantwoordde hierop door in een brief aan Ramses II te eisen dat zijn neef terug uitgeleverd zou worden aan Hatti.

Deze brief veroorzaakte een crisis in de relatie tussen Egypte en Hatti toen Ramses ontkende enige kennis van Mursili's verblijfplaats in zijn land en de twee rijken kwamen gevaarlijk dicht bij open oorlog. Beide koningen besloten uiteindelijk echter on het conflict op te lossen door vrede te sluiten in het 21ste jaar van Ramses II. Een uitleveringsclausule was ook opgenomen in het verdrag. Mursili III verdween snel daarna uit de historie na zijn verblijf in Egypte.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Trevor Bryce, The Kingdom of the Hittites, Oxford University Press, (1999), p.xiii Bryce merkt op dat een bewind van 7 jaar voor Urshi-Teshub is mogelijk toe te schrijven aan de toename van het aantal documenten over hem die in het koninklijk paleis van Hattusa gevonden zijn
  2. Bryce, pp.xiii-xiv
  3. Bryce, p. 286
  4. Bryce, p. 287
  5. Bryce, pp. 287-288
Voorganger:
Muwatalli II
Hettitische koning Opvolger:
Hattusili III