Musculus biceps bracchii

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tweehoofdige armbuiger
Musculus biceps bracchii
Spier
Plaats van de musculus biceps brachii
Plaats van de musculus biceps brachii
Blik op de schouder en linkerarm van voren, met de m. biceps brachii
Blik op de schouder en linkerarm van voren, met de m. biceps brachii
Synoniemen
Latijn Musculus biceps brachii[1]
Nederlands Tweehoofdige armspier[2][3]
Gegevens
Origo tuberculum hyperglenoidicum van de scapula (lange kop), processus coracoides van de scapula
Insertie tuberositas radii
Slagader arteria bracchialis
Zenuw nervus musculocutaneus (C5-C7)
Actie flexie van de elleboog, supinatie van de onderarm, anteflexie van de schouder
Antagonist musculus triceps brachii
Naslagwerken
Gray's Anatomy 124,443
Dorlands/Elsevier m_22/12548475
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Oefening voor de biceps

De musculus biceps bracchii[4] in het Nederlands ook wel de tweehoofdige armbuiger[5] genoemd. In de volksmond worden de biceps ook wel spierballen genoemd.

De spier heeft twee oorsprongen. De lange kop (caput longum musculi bicipitis bracchii) heeft zijn oorsprong aan het tuberculum hyperglenoidicum van het schouderblad (scapula). De korte kop (caput breve musculi bicipitis bracchii) begint bij de processus coracoideus van diezelfde schouderblad. De aanhechting van de spier zit bij de tuberositas van het spaakbeen (radius). De biceps is een agonistische spier, dit is een spier die zorgt voor de buigende beweging van een gewricht.

De musculus biceps bracchii kan zorgen voor flexie (buigen) van de elleboog, supinatie van de onderarm (open draaien van de hand/pols) en anteflexie (voorwaarts heffen) van de arm.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.
  2. Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  3. Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  4. Triepel, H. (1910). Nomina Anatomica. Mit Unterstützung von Fachphilologen. Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  5. Raven, C.P. (1959). Anatomische atlas. Ten gebruike bij het onderwijs aan verplegenden en bij de opleiding voor eerste hulp bij ongelukken. Amsterdam: Scheltema & Holkema N.V.