Musculus bracchialis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Musculus brachialis)
Ga naar: navigatie, zoeken
Opperarmspier
Musculus bracchialis
Spier
De m. bracchialis is onderaan de bovenarm te zien.
De m. bracchialis is onderaan de bovenarm te zien.
Synoniemen
Latijn Musculus brachialis[1]

Musculus brachiaeus[2]
Musculus brachialis internus[3]

Nederlands Bovenarmspier[4][5]

Inwendige armspier[6]

Indeling
Hoort bij Bovenarmspieren
Functie flexie in het ellebooggewricht
Gegevens
Origo distale deel voorzijde humerus
Insertie tuberositas ulnae
Zenuw nervus musculocutaneus en nervus radialis
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De musculus bracchialis[7] of opperarmspier[8] is een spier die aan de voorzijde over het ellebooggewricht loopt. Hij is samen met de musculus biceps bracchii de belangrijkste buigspier van de bovenarm, ongeacht de pro- of supinatiestand van de onderarm.

Naamgeving[bewerken]

Het bijvoeglijk naamwoord bracchialis in musculus bracchialis betekent in klassiek Latijn met betrekking tot de arm.[9] Dit woord is afgeleid van het zelfstandig naamwoord bracchium, "arm".[9] De spelling brachium is minder juist [9] en bracchialis heeft dan ook de voorkeur vanuit klassiek oogpunt boven brachialis.[9] De recenste uitgave van officiële anatomische nomenclatuur Terminologia Anatomica schrijft echter musculus brachialis.[1]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. a b Federative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  2. Siebenhaar, F.J. (1850). Terminologisches Wörterbuch der medicinischen Wissenschaften. (Zweite Auflage). Leipzig: Arnoldische Buchhandlung.
  3. Kraus, L.A. (1844). Kritisch-etymologisches medicinisches Lexikon (Dritte Auflage). Göttingen: Verlag der Deuerlich- und Dieterichschen Buchhandlung.
  4. Hilfman, M.M. (1978). Pinkhof-Hilfman Geneeskundig woordenboek (7de druk). Utrecht: Bohn, Scheltema & Holkema.
  5. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  6. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.
  7. Triepel, H. (1910). Nomina Anatomica. Mit Unterstützung von Fachphilologen. Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  8. Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  9. a b c d Lewis, C.T. & Short, C. (1879). A Latin dictionary founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary. Oxford: Clarendon Press.