Musculus buccinator

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Trompetterspier
Musculus buccinator
Spier
Musculus  buccinator (rood omlijnd)
Musculus buccinator (rood omlijnd)
Indeling
Functie Musculus buccinator duwt de wangen tegen de tanden, wordt gebruikt bij blazen en assisteert bij het kauwen
Gegevens
Origo processus alveolaris maxillae en processus alveolaris mandibulae, rhaphe pterygomandibularis
Insertie vezels van de musculus orbicularis oris
Slagader arteria buccalis
Zenuw ramus buccalis nervi facialis
Naslagwerken
Gray's Anatomy 108,384
Dorlands/Elsevier m_22/12548520
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De musculus buccinator[1], trompetterspier[2][3] of wangspier[2][4] is een dunne vierkantige spier gelegen in de ruimte tussen bovenkaak (maxilla) en onderkaak (mandibula), aan de kant van de wangen.

Verloop[bewerken]

De spier ontspringt vanaf de buitenzijde van de bovenkaak en onderkaak, naast de drie achterste kiezen, en vanaf de voorste rand van de rhaphe pterygomandibularis die hem scheidt van de musculus constrictor pharyngis superior. De spiervezels convergeren naar de mondhoeken (de modiolus anguli oris), waar zij elkaar kruisen en de bovenste vezels naar het onderste segment, en de onderste vezels naar het bovenste segment van de musculus orbicularis oris uitstralen. Bovenste en onderste vezels lopen door tot aan de corresponderende onder- en bovenlip.

Functie[bewerken]

De spier trekt de mondhoeken naar achter, en maakt de wangen plat. Hij wordt ook gebruikt bij kauwen en blazen. Bij sommige trompettisten is deze spier door veelvuldig spelen uitgerekt, waardoor de wangen extreem uitbollen (zie illustratie).

Innervatie[bewerken]

Motorische innervatie komt van de motorische tak van de nervus facialis, en sensorische innervatie van de radix sensoria nervi trigemini.

Aanvullende beelden[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.
  2. a b Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  3. Broek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij.
  4. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.