Musculus dilatator pupillae

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pupilverwijder
Musculus dilatator pupillae
Spier
Iris, vooraanzicht (musculus dilatator pupillae wel zichtbaar net rondom de pupil, geen label)
Iris, vooraanzicht (musculus dilatator pupillae wel zichtbaar net rondom de pupil, geen label)
Gegevens
Zenuw ganglion cervicale superius
Actie verwijding van de pupil
Antagonist musculus sphincter pupillae
Naslagwerken
Gray's Anatomy 225,1013
Dorlands/Elsevier m_22/12548821
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De musculus dilatator pupillae,[1][2] verwijder van de pupil[3] of pupilverwijder[4][5] is een spier in de iris (het regenboogvlies) van het oog en bestaat uit radiaal verlopende spiervezels vanaf de pupil. De spier is verantwoordelijk voor dilatatie van de pupil. De spier wordt orthosympathisch via het ganglion cervicale superius geïnnerveerd.

Bij mydriase, een abnormaal wijde pupil als gevolg van verlamming van de parasympathisch geïnnerveerde musculus sphincter pupillae, wordt de wijdte van de pupil veroorzaakt door de activiteit van de musculus dilatator pupillae.

Naamgeving[bewerken]

Het woord dilatator in de naam musculus dilatator pupillae is afgeleid van het werkwoord dilatare, verwijden.[6] Eerder in de officiële Latijnse nomenclatuur[7][8][9][10] (Nomina Anatomica) heette deze spier de musculus dilator pupillae. Het woord dilator betekent echter uitsteller,[6] i.p.v. verwijder. De recentste uitgave van de Nomina Anatomica, de Terminologia Anatomica uit 1998[2] bevat het juiste musculus dilatator pupillae. Deze uitgave bevat naast de officiële Latijnse nomenclatuur ook een lijst met equivalente begrippen gebruikelijk in de Engelse taal.[2] Deze lijst geeft de in het Engels gebruikelijke Latijnse vorm dilator pupillae (zonder musculus).[2] Deze vorm met dilator lijdt aan dezelfde betekenisverwarring.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.
  2. a b c d Federative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  3. Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  4. Hilfman, M.M. (1978). Pinkhof-Hilfman Geneeskundig woordenboek (7de druk). Utrecht: Bohn, Scheltema & Holkema.
  5. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  6. a b Wageningen, J. van & Muller, F. (1921). Latijnsch woordenboek. (3de druk). Groningen/Den Haag: J.B. Wolters’ Uitgevers-Maatschappij
  7. International Anatomical Nomenclature Committee (1966). Nomina Anatomica (Derde uitgave). Amsterdam: Excerpta Medica Foundation.
  8. International Anatomical Nomenclature Committee (1977). Nomina Anatomica, together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica. Amsterdam-Oxford: Excerpta Medica.
  9. International Anatomical Nomenclature Committee (1983). Nomina Anatomica, together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica. Baltimore/London: Williams & Wilkins
  10. International Anatomical Nomenclature Committee (1989). Nomina Anatomica, together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica. Edinburgh: Churchill Livingstone.